Olympische vorm ver te zoeken bij hockeyers

Vijf wedstrijden nog slechts scheiden de hockeyers van het podium waar vanaf 16 september de olympische titel moet worden verdedigd. Bondscoach Maurits Hendriks mag graag beweren dat zijn selectie op de goede weg is, na de 3-2 zege op Zuid-Korea is de vraag of zijn ploeg niet in tijdnood komt. Zelfs Hendriks ontkwam gisteren niet aan de conclusie dat ,,we hooguit nog twee wedstrijden in onze sterkste opstelling zullen spelen''.

Dat is betrekkelijk weinig, beseft de bondscoach van de ploeg die, zoveel werd gisteren duidelijk, nog ver verwijderd is van de olympische vorm. Niet voor niets sprak Hendriks van ,,een zorgenkindje'' toen het resterende programma ter sprake kwam: twee keer Zuid-Korea (morgen en overmorgen), twee keer Spanje (26 en 27 augustus) en één keer Polen.

Tot al te sombere bespiegelingen wenste Hendriks zich gisteren evenwel niet te laten verleiden. ,,Een klein stapje in de goede richting'', zo typeerde hij de eerste officiële wedstrijd op het stuitgrage (en daarmee technisch veeleisende) `Sydney-veld'.

Maar daarmee was alles gezegd, want van het aanvalsgerichte combinatiespel, hét wapen van de wereld- en olympisch kampioen, kwam, afgezien van de openingsfase, weinig tot niets terecht. Daarmee openbaarde zich hetzelfde euvel als afgelopen weekeinde in Hamburg, waar Nederland van zowel Groot-Brittannië (0-3) als Duitsland (1-2) verloor. Als excuus kon Hendriks toen de afwezigheid aanvoeren van het dynamische drietal van kampioen Bloemendaal: Remco van Wijk, Jaap-Derk Buma en Teun de Nooijer.

Gisteren ging die vlieger niet op, al ontbrak De Nooijer (hamstring) opnieuw op het appèl en demonstreerden Buma en Van Wijk vooral een gebrek aan wedstrijdritme. Maar dat, zo wist Hendriks, gold voor de gehele ploeg, reden waarom hij niet al te zwaar wenste te tillen aan de povere vertoning.

Maar het was dat de Koreanen uiterst slordig met de kansen omsprongen, want anders had Hendriks de derde nederlaag op rij kunnen bijschrijven in de olympische oefencampagne, die twaalf dagen geleden begon en op 14 september, twee dagen voor het begin van het olympisch hockeytoernooi, afgesloten wordt met een oefenduel tegen Polen.

Zorgwekkend was, naast de matige veldbezetting, het aantal strafcorners dat Nederland afdwong: nul. Met als gevolg dat Bram Lomans, de schutter die hersteld is van een operatie aan de pols, niet één keer in stelling kon worden gebracht. Zodoende bleef Hendriks in het ongewisse over het wapen, dat vier jaar geleden aan de basis van de gouden medaille stond en in Sydney ongetwijfeld opnieuw een cruciale rol zal spelen.

Stephan Veen kon gisteren niet nalaten een waarschuwend vingertje te heffen, nadat de ploeg volgens de aanvoerder na rust ,,een matte indruk'' had achtergelaten. ,,We hebben een stap gezet, maar het is nog lang niet voldoende.''

Vooral in organisatorisch opzicht signaleerde Veen tekortkomingen. ,,We hebben moeite met het omschakelen van het ene naar het andere spelsysteem, van aanval naar verdediging en andersom. Het is verleidelijk om nu te denken: het komt allemaal wel goed. Maar dat gaat niet vanzelf. Daar zullen we hard voor moeten werken.''

Gemakzucht en zelfvoldoening zijn al vaker lastige tegenstanders gebleken van de Nederlandse hockeyers en te hopen valt dat de zege van gisteren geen aanleiding tot zelfgenoegzaamheid is. Hoe heilzaam een nederlaag kan zijn, daar weet Tom van 't Hek, de immer spraakzame bondscoach van de vrouwen, alles van. Diens ploeg waant zich in Sydney kansrijk in de dans om de medailles – de hockeysters mijmeren hardop over goud – maar ging gisteren met 2-1 over de knie bij Groot-Brittannië. Het verschafte Van 't Hek een uitgelezen mogelijkheid om zijn speelsters voor de zoveelste keer tot de orde te roepen.

Maandag brengt Hendriks zijn selectie terug van twintig naar achttien. Of zoals hij het zelf formuleerde: ,,Van twintig naar zestien plus twee.'' Want hoewel hij in Sydney maar zestien namen op het formulier mag zetten, neemt hij uit voorzorg twee reservespelers mee op de reis die via Cairns naar het olympisch dorp voert.

Of Jacques Brinkman, herstellende van een gebroken rechterknieschijf, nog in actie komt voordat Nederland op 16 september in Home Bush afslaat tegen de Britten is zeer de vraag. Maar dat de 33-jarige recordinternational meegaat, lijdt geen twijfel. ,,Jacques heeft zich alweer de tandjes getraind'', sprak Hendriks vol lof over de veteraan voor wie `Sydney' het eindpunt moet worden van een indrukwekkende carrière.