Mijn boek is hét antwoord op onze problemen

Boeken hebben geen prioriteit in Afrika, en buitenlanders komen er steeds minder op de boekenbeurs in Harare. Het weerhoudt de aanwezige schrijvers en uitgevers niet van levendige discussies.

Het Book Café in Harare, vorige week woensdag. Een dag van nationale staking, afgekondigd door de vakbonden en de oppositie als protest tegen de aanhoudende wetteloosheid in Zimbabwe. Het Book Café bevindt zich op het dak van een klein winkelcentrum in Five Street – een dorpsstraat met wuivende bomen en zand langs het asfalt. Het plafond is een groot wit tentdoek. Dit is het hart van de Zimbabwe International Book Fair, de belangrijkste boekenbeurs op het Afrikaanse continent.

De Zimbabwe International Book Fair kwam in 1996 prominent in het nieuws toen president Mugabe tijdens de beurs homo's `erger dan honden en varkens' noemde. Sindsdien houdt de organisatie de president ver van de boekenbeurs. Maar aan Mugabe ontkomt niemand dezer dagen. De hele week lang is er iedere avond discussie. En iedere avond zit het vol. In Harare krijgt men niet genoeg van praten, discussiëren, zeker niet als er ook nog wat bij te eten en te drinken valt.

Vanavond is Chenjerai Hove voorzitter van het debat. Spottend noemt hij zichzelf `de meest gehate schrijver van Zimbabwe'. Het zal gaan over `de rol van schrijvers in de strijd voor democratie'. Een toepasselijk onderwerp: Hove's telefoon is al weken afgesloten. Hij kan niet bellen, niet gebeld worden, niet emailen, niet faxen. Dat is vervelend voor iemand die zich bemoeit met de toestand van het land, en scherpe stukjes schrijft in de onafhankelijke dagbladen Daily News en The Zimbabwe Independent. Die hardop zegt: elke keer als Mugabe zijn mond opendoet, is dat een economische en culturele ramp. Die constateert dat er miljarden Zimbabwaanse dollars naar het leger gaan, en naar salarissen van ambtenaren, maar dat er geen cent voor de aankoop van boeken is. Dat levert hem pesterijen op van de CIO, Mugabe's geheime dienst. Die jaagt zijn vrouw en kinderen de stuipen op het lijf met anonieme berichten dat hij een auto-ongeluk heeft gehad en overleden is.

Maar het gaat vanavond niet om Hove. Te gast is Ali Mazrui, de gepassioneerde maar bescheiden Keniase politicoloog die al meer dan veertig jaar over Afrika denkt en schrijft. Mazrui (66), een man met een zachte gelaatsuitdrukking, wit haar en een witte snor, houdt een verhaal over de geboorte van de democratie in Afrika. ,,Onafhankelijkheid was de voorwaarde voor democratie, maar zij kan pas tot wasdom komen door goed bestuur, door het scheppen van een rechtsstaat.' Daarmee is de toon van zijn betoog gezet: veel Afrikaanse landen voldoen niet aan die eis. Een schrijver kan in dat geval drie dingen doen: zich verzetten en in de gevangenis belanden, ja zelfs vermoord worden, zoals de Nigeriaan Ken Saro-Wiwa, in ballingschap gaan, of meewerken met het regime. Mazrui zelf koos voor ballingschap in de VS. Onlangs mocht hij voor het eerst in twintig jaar een lezing houden in Nairobi. Daarvoor moest permissie verkregen worden van het kantoor van president Moi.

Een jonge Zimbabwaan staat op. ,,Ik heb begrepen dat u voorstander bent van een neokolonisatie van Afrika. Hoe kunt u zoiets beweren als Afrikaan?'

Mazrui, licht verbolgen: ,,Dit is een volkomen verdraaide weergave van zaken. Ik heb vaker gezegd dat sterke Afrikaanse staten zich zouden moeten bemoeien met landen waar het verkeerd gaat, bijvoorbeeld via de Organisatie van Afrikaanse Eenheid. Dat is iets heel anders dan neokolonisatie.'

Een blanke vijftiger: ,,In Europa gaat het om de tekst, het kunstwerk zelf. Is de situatie in Afrika zo wanhopig dat de schrijver alleen maar politicus kan zijn?' Mazrui: ,,U stelt het wel heel boud. Ik zou zeggen: de schrijver heeft een plicht ten aanzien van zijn tekst, maar ook tot van de maatschappij. Een schrijver die alleen maar kunstenaar is, dat vind ik armoede.'

Geheime dienst

Intussen dwalen er mannen rond het Book Café die niemand ziet. ,,Ik werd er fysiek onpasselijk van toen ik die maatregelen moest nemen', zegt Paul Brickhill, eigenaar en oprichter van de zaak. Twee maanden voor de verkiezingen kreeg hij uit `zeer betrouwbare bron' een waarschuwing: het Book Café was een potentieel doelwit van oorlogsveteranen, lees: de geheime dienst. ,,Ik hoorde dat de CIO het Café `een broeinest van subversiviteit' noemde', vertelt Brickhill. ,,Ik realiseerde me dat we diep in de problemen zaten. Uit ervaring weet ik dat het café een enorm kwetsbare plek is voor een aanslag. En je kunt niet naar de politie. Dus ik moest m'n eigen maatregelen nemen.'

Brickhill (42), bleek, met studieus brilletje, is zevende generatie blanke Zimbabwaan en een voormalig politiek activist: als knaap maakte hij deel uit van ZIPRA (Zimbabwe People's Revolutionary Army). Het Book Café-annex-boekhandel bestaat nu drie jaar en is een plek geworden waarvan Brickhill `niet had durven dromen'. Jaarlijks vinden er meer dan tweehonderd publieke debatten en boekpresentaties plaats. Hij is in staat de critici van het Mugabe-bewind aan één tafel te krijgen met ministers van Mugabe's ZANU-partij. ,,ZANU is een rechtmatige partner in het maatschappelijke spel', zegt Brickhill. ,,Je moet niet alleen de oppositie aan het woord laten. We móeten de mensen bij elkaar brengen. Alleen zo schep je tolerantie, bouw je een land op. De discussies hier, over politiek, literatuur, man-vrouw verhoudingen, zijn van ontzaglijk belang. Vergeet niet dat dit nog altijd voor een groot deel een oraal geörienteerde samenleving is.'

In Europa denken we bij bestsellers aan detectives, kook- en reisboeken, autobiografieën en bekentenisromans. In Afrika heeft men andere zaken aan het hoofd. Zie de titels van aspirant-bestsellers van Afrikaanse schrijvers en uitgevers die tijdens de boekenbeurs deelnamen aan de workshop `How to publish a bestseller!': Childabuse en Childrights; Why you should pray; Africa's First Ladies, Use a Condom; Everyday Survival Skills, The Failings and Successes of J.J. Rawlings [de president van Ghana, PQ], How Women can live in Dignity, Africa before Christ.

De titels geven scherp weer wat veel Afrikanen die boeken maken motiveert: de lezers handreikingen bieden om te (over)leven. Is er daarna nog tijd en geld over, dan kan de aandacht uitgaan naar Afrikaanse leiders en hun vrouwen, of naar de geschiedenis van Afrika voordat het door het westen werd gecorrumpeerd.

De tweedaagse bestseller-workshop was een idee van het Britse consulaat in Harare. Doel: het stimuleren van nieuwe niches in de Afrikaanse boekindustrie. Voor de beste voorstellen waren er prijzen te vergeven in harde Britse ponden: twee van 1000 en zeven van 500 – duizelingwekkende bedragen in Afrika waar een biljet morgen nog maar de helft waard kan zijn.

Op het einde van de tweede dag komt een vijfkoppige jury het resultaat beoordelen. Zenuwachtig, met verhitte gezichten en flonkerende ogen geven de deelnemers hun korte presentaties.

,,Al mijn collega's zijn gestorven aan aids!', verklaart Zimbabwaan Peter Ngulube, handelaar in oud metaal en dramaschrijver. ,,Mijn boek Use a condom is een kwestie van leven of dood. Er moeten veel illustraties in, zodat het begrijpelijk is voor gewone mensen op het platteland.'

,,Dit boek verschaft jonge meisjes in Ghana rolmodellen', betoogt Woeli Dekutsey, eenmansuitgever te Ghana, over zijn voorstel Africa's First Ladies. ,,Ik denk aan Graca Machel, de weduwe van Samora Machel, nu de vrouw van Nelson Mandela. En aan de vrouwen van Museveni en Mugabe. Zo'n boek geeft eer aan de Afrikaanse vrouw.'

,,Zimbabwe verkeert in een spirituele crisis', zegt beginnend schrijfster Doris Chibwe over Why you should pray. ,,Mijn boek is hét antwoord op de problemen in ons land! Ik zal er veel van verkopen, op scholen en in kerken.'

Toeristen

Zimbabwe is bijna bankroet. Een vrijwel lege staatskas, meer dan vijftig procent werkloosheid, een inflatie van zeventig procent. De straatverkopers in Harare prijzen hun beeldjes en trommels niet langer enthousiast aan met `kijk eens, wat een uniek stuk', maar bedrukt, fluisterend: `alsjeblieft, steun mij, de toeristen blijven weg, ik heb honger'.

Niet alleen de toeristen blijven weg vanwege de landbezettingen en alle politieke onrust. In de tuinen van Harare, waar de boekenbeurs jaarlijks wordt gehouden, is het rustig, rustiger dan andere jaren. Minder schrijvers, minder uitgevers, minder bezoekers. Dominant aanwezig zijn de stands van de grote Britse uitgeverijen Heinemann en Longman – zij bezetten de permanente boma's (grote overkappingen van riet) in het park. Heinemann presenteert er glimmend-nieuwe educatieve boeken en natuurlijk de fameuze African Writers Serie, met Afrikaanse klassiekers als Things Fall Apart van Chinua Achebe. Longman heeft een prominente plaats ingeruimd voor haar (op scholen gerichte) serie 'They Fought For Freedom': helder geschreven boekjes over Zuid-Afrikaanse anti-apartheidshelden als Steve Biko, Nelson Mandela, Ruth First en Chris Hani.

Bij deze reuzen, met hun glossy catalogi en geurige boeken, steken de uit stokken en ziel opgetrokken stalletjes van de Afrikaanse uitgevers bleek af. Muffig papier, te dicht bedrukte pagina's, omslagen die de naam niet verdienen. ,,Niemand is geïnteresseerd in kleine Afrikaanse uitgeverijen', zucht de standhouder van Mambo Press, een Zimbabwaans uitgeverijtje dat ook wat fictie probeert. ,,Niemand wil ons krediet geven, en we hebben niet de middelen om ons te scholen in nieuwe uitgeef- en promotietechnieken.'

,,Afrikaanse uitgevers hebben het allemaal zwaar', bevestigt Peter Ripken, die de Frankfurter Buchmesse vertegenwoordigt en zich al jaren sterk maakt voor het Afrikaanse boek in Duitsland. Trots vertelt hij dat een kleine Duitse uitgever, Schmetterling Verlag, dankzij zijn bemiddeling twee boeken van de Ghanese schrijfster Amma Darko heeft vertaald nog voor ze in het origineel verschenen. Ripken, grijs haar, grijs baardje, is een veteraan op de beurs in Harare en weet wat er speelt. ,,Negentig procent van wat in Afrika wordt uitgegeven bestaat uit schoolboeken. Dat betekent dat je als uitgever helemaal afhankelijk bent van het budget van je regering. Als die de geldkraan dichtdraait, is het gedaan. Economisch gaat het slecht in Afrika, en boeken hebben geen prioriteit.'

Dat is anders in Zuid-Afrika, zegt Annari van der Merwe van Kwela Books, de Zuid-Afrikaanse uitgeverij die samen met de collega's van David Philip hard werkt aan de kweek van nieuw zwart talent. ,,Zuid-Afrika is niet vergelijkbaar met de rest van Afrika. Wij hebben meer geld, en een veel grotere zwarte middenklasse. Zo'n uitgave' – ze houdt een treurig boekje in de lucht met de titel Questions Young People Ask – ,,daar kun je in Zuid-Afrika niet meer mee aankomen, dat is apartheidsmateriaal.'

Maar het valt niet mee zwarte fictie te ontwikkelen in Zuid-Afrika, zegt Van der Merwe. ,,Het bantoe-onderwijs was een ramp. Daarbij is de roman een typisch westerse kunstvorm, met zijn eigen wetmatigheden. Je moet het anders aanpakken. Ik heb net een bundel korte autobiografische verhalen van jonge zwarte schrijvers uitgegeven. Dat zijn prachtige teksten. Heel direct, documentair.'

Is fictie iets van de welgestelden en voldanen? Wie zich een paar dagen onderdompelt in de stroom van de boekenbeurs, gaat het geloven.

's Ochtends: de `writer's workshop', in een grote witte tent in de Mayor's Garden. Zo'n driehonderd deelnemers komen er luisteren naar het werk van collega's en naar lezingen over auteursrecht, royalties, boekpromotie, informatietechnologie, het schrijven in een tweede taal, censuur. Het publiek luistert geconcentreerd, men stelt onophoudelijk vragen.

Zelfmoord

De piepjonge Zweedse schrijfster Johanna Nilsson (Zweedse en Noorse organisaties zijn belangrijke sponsors van de beurs, er is een kleine Scandinavische delegatie uitgenodigd) leest een verhaal voor over een jongen die overweegt zelfmoord te plegen. Hij zet de voor- en nadelen van zelfmoord op een rij en concludeert dat er eigenlijk meer redenen zijn om er wél een eind aan te maken. Een zwarte vrouw van middelbare leeftijd staat op: ,,Hoeveel van jouw verhaal berust nou op waarheid? Dat zou ik willen weten. Ik heb namelijk een zoon die in de problemen zit. Dat verhaal zou me kunnen helpen. Maar daarvoor moet ik weten, wat is ervan waar?'

Johanna Nilsson glimlacht hooghartig. ,,Een schrijver heeft het recht te liegen', zegt ze meedogenloos. ,,Maar toch is er veel van waar.'

Schrijfster Virginia Phiri (46) van `Zimbabwe Women Writers' vertelt met grote hartstocht over haar nieuwe boek. Fictie? ,,Ja fictie! Het zijn verhalen van vrouwen die zichzelf verkochten om hun kinderen op te voeden. Sommige van die kinderen zijn nu dokters en ingenieurs! En ze weten het niet, hoe hun moeders dat voor elkaar kregen. Maar ik heb het allemaal gefictionaliseerd, die vrouwen willen natuurlijk niet herkend worden!'

Het Sheraton Hotel, net buiten het centrum van Harare, glanst in het kunstlicht. Het gebouw voldoet aan alle eisen van de megalomanie die veel Afrikaanse leiders na de onafhankelijkheid tentoonspreidden: het is een hoge betonnen kolos, overdekt met een laag glas, zodat de nieuwe natie erin weerspiegeld wordt. Het plafond van de conferentiezaal schittert in goud en aan weerszijden van het podium treffen we het staatsportret aan van De Leider: Comrade Robert Gabriel Mugabe.

Maar vanavond staat er een bescheiden man: professsor Ali Mazrui. Hij heeft een prachtig idee: er moet een lijst komen met `De Beste 100 Afrikaanse Boeken' van de twintigste eeuw. Zo zal het Afrikaanse boek een enorme duw krijgen in de wereld. Want zo'n lijst betekent nominaties, schrijvers, titels. De organisatie van de boekenbeurs stuurde de afgelopen maanden formulieren naar uitgevers in Afrika, Europa, de VS en India, met het verzoek nominaties door te geven. Tien gerenommeerde Afrikaanse schrijvers en literatoren zouden een definitieve lijst opstellen en die vanavond bekend maken.

Maar de klus bleek immens, de definitie van een Afrikaans boek problematisch. Men besloot de definitieve lijst op te schorten tot 2002. En Mazrui, de architect van het idee, is zelf gekomen om de complicaties uit te leggen. Aanvankelijk, vertelt hij, was de definitie simpel: een Afrikaans boek is geschreven door een Afrikaan. Een Afrikaan is iemand die ofwel in Afrika is geboren ofwel een Afrikaans staatsburger is geworden. ,,Maar', zegt Mazrui, ,,is een boek van een Afrikaan, geschreven in het IJslands, toch een Afrikaans boek? Zijn de boeken van Nagieb Mahfoez Afrikaans of vooral Arabisch? Hoe zit het met de Afrikaanse diaspora? Die wordt volgens de huidige definitie uitgesloten. Maar heeft Jesse Jackson minder recht op Afrikanisme dan een Fransman die in Senegal gaat wonen? Accepteren we wel Botha en De Klerk maar geen Tony Morrison? Ik zou graag zien dat afstamming in de definitie wordt opgenomen, zoals joden nog steeds joden zijn, ook al wonen ze sinds duizend jaar in de Oekraïne.'

Niets is nog zeker. Maar de kans bestaat dat op een mooie dag ook Nederlandse schrijvers van Surinaamse, Antilliaanse en Marokkaanse afkomst naar Harare worden genodigd voor een plaatsje op de top 100 van het Beste Afrikaanse Boek.

[streamliners]

`Een schrijver die alleen maar kunstenaar is, dat vind ik armoede'

`De roman is een typisch westerse kunstvorm, hier moet het anders'

Petra Quadvlieg

De naam van de auteur van het artikel over de Zimbabwe International Book Fair (`Mijn boek is hét antwoord op onze problemen', CS 11/8) was onjuist gespeld. Haar naam is Petra Quaedvlieg. De foto bij het artikel is gemaakt door Annari van der Merwe.