Libanezen boos over `Haags nee'

Nederland weigerde deze week om gevluchte Zuid-Libanese militieleden op te nemen. De verontwaardiging hierover is groot in kibboets Kabri. ,,Wij zijn christenen. Ons gezicht is naar Europa gericht.''

De soldaat van de Zuid-Libanese militie die te horen had gekregen dat de grenzen van Nederland voor hem gesloten blijven, was gistermiddag te ziek om te praten. Even stak hij zijn hoofd om de deur van zijn vakantiewoning in de kibboets Kabri om even snel weer in zijn schulp te kruipen. Hij bezweek niet voor het aandringen van de 37-jarige Sa'ad Issa om zijn teleurstelling over het `Haagse nee' onder woorden te brengen.

Daarop nam Sa'ad Issa, die kennelijk een hoge rang in de Zuid-Libanese militie heeft vervuld, de rol van gezaghebbend woordvoerder op zich. ,,Het is traumatisch voor ons dat Holland ons niet wil hebben'', zegt hij. ,,We dachten dat de Hollanders liberaal zijn. Ik denk dat ze door publicaties in de pers bang zijn geworden voor terroristische aanslagen in hun land als er soldaten van het Zuid-Libanese leger worden opgenomen.''

Dat Nederland niet is gezwicht voor het Israelische verzoek om soldaten van het Zuid-Libanese leger toe te laten, terwijl Duitsland dat als enig Europees land wel doet, schrijft Issa Sa'ad toe aan het Duitse holocaust-complex. ,,Duitsland zwicht nogal gauw voor Israel'', zegt hij. Duitsland heeft inmiddels vierhonderd Zuid-Libanese vluchtelingen opgenomen.

De Libanees Sa'ad Issa is even tevoren met zijn glanzende grijze Mercedes de kibboets binnengereden. In vloeiend Hebreeuws vertelt hij over de angsten, frustraties en hoop van zesduizend Zuid-Libanese oud-strijders en hun gezinnen: militieleden, die bij de val van de `veiligheidszone' in Zuid-Libanon naar Israel zijn gevlucht. In de kibboets Kabri, in het zicht van Zuid-Libanon, zijn zestien gezinnen van militieleden ondergebracht. ,,Wij zijn christenen'', zegt Sa'ad Issa. ,,Ons gezicht is naar Europa gericht. Wij zijn geen Arabieren, we maken geen deel uit van het Midden-Oosten. Bij mij thuis werd Frans gesproken. We haten de Arabieren, dat vuil. Het is dus niet zo gek dat er onder ons gezinnen zijn die naar Europese landen willen. Niet alleen om materiële redenen, hoewel dat wel een belangrijke factor is. Nogal wat van onze soldaten die gevlucht zijn, vrezen dat ze nooit meer naar Libanon kunnen teruggaan als ze lang in Israel blijven en over een jaar misschien zelfs de Israelische nationaliteit aannemen. Ze vrezen nooit meer met hun achtergebleven familieleden, ouders, zusjes en broertjes te worden herenigd.''

Er zijn nog andere redenen om Israel te willen verlaten, zegt Sa'ad Issa. ,,De Israelische Arabieren haten ons omdat wij als collaborateurs tegen de Palestijnen hebben gevochten. Ook zijn we boos over wat Israel ons geflikt heeft. Zonder ons te raadplegen hebben ze Zuid-Libanon verlaten. We voelden ons na zo'n lange tijd van broederstrijd vernederd en verraden. Dat zit ons nogal hoog.''

Hij klaagt over het verlies van welvaart en status. In Zuid-Libanon woonden de meeste militieleden in grote huizen, reden in dure auto's en hadden dienstmeisjes en goede salarissen. ,,In Israel leven de gezinnen in zomerhuisjes van twee kamers en een piepklein keukentje'', vertelt Sa'ad Issa. ,,Dat is heel moeilijk. Vooral voor de vrouwen. Daarom willen nogal wat gezinnen weg uit Israel naar landen waar Libanese gemeenschappen zijn.''

Vierhonderd vluchtelingen zijn volgens hem inmiddels naar hun dorpen in Zuid-Libanon teruggekeerd. Soldaten die minder dan een jaar in de Zuid-Libanese militie dienden, nemen een gevangenisstraf in Beiroet van maximaal een jaar voor desertie en verraad op de koop toe. ,,Ik kan nooit terug'', zegt Sa'ad Issa. ,,Mijn functie...'' Hij voltooit de zin niet.

Eli, een andere huurling in de kibboets, vertelt dat hij kolonel was in de moechabaraat (veiligheidsdienst) en kapitein in het Zuid-Libanese leger. ,,Het is veel te gevaarlijk voor mij om terug te gaan'', zegt ook hij.

Beiden zien hun toekomst in Israel liggen. ,,Dit is mijn land'', zegt Sa'ad Issa. ,,Vijftien jaar lang heb ik het Israelische leger gediend en dat doe ik eigenlijk nu ook nog. Was het zuid-Libanese leger soms geen eenheid in het Israelische leger?'', lacht Sa'ad Issa.

Na kritiek op premier Ehud Barak die de Zuid-Libanese militie als een baksteen liet vallen en ontwapende, komt hij met veel lof over de Israelische opvang. ,,De joden weten wat het is vluchteling te zijn. We staan versteld over de warmte van de ontvangst. Ieder gevlucht gezin uit Zuid-Libanon is geadopteerd door een familie in de kibboets'', zegt Sa'ad Issa. ,,Wij komen bij ze thuis, zij komen bij ons. We hebben zelfs een betere status dan nieuwe immigranten. Het Israelische leger staat achter ons. We krijgen ten minste vijfhonderd dollar per soldaat per maand. We wonen en eten gratis. We maken tochten door het land. Onze kinderen gaan naar zomerkampen.''

Een gele bus die schoolkinderen vervoert, rijdt de kibboets binnen. Een twintigtal kinderen, gekleed in t-shirts met Hebreeuwse opschriften, springt er vrolijk uit. Ze hebben een dag zomerkamp achter de rug. Issa Sa'ad, die rechten en filosofie in Beiroet studeerde, zegt dat hij verantwoordelijk is voor het opzetten van onderwijs voor de Libanese kinderen. Het eerste jaar zullen ze met Libanese leraren het Libanese leerprogramma volgen maar ook Hebreeuws leren zodat ze het volgend jaar naar Israelische scholen kunnen gaan. ,,We houden de optie open dat we toch naar Libanon terug kunnen. Als terugkeer niet mogelijk blijkt, is kennis van het Hebreeuws nuttig om in het Israelische onderwijs te worden opgenomen'', legt hij uit.

Van de staat Israel hebben alle vluchtelingen een identiteitskaart gekregen met bijbehorende rechten zoals gratis ziekenfonds en andere sociale verzekeringen. Over een jaar kunnen ze de Israelische nationaliteit aanvragen. ,,Dat doe ik'', zegt Issa Sa'ad. ,,Mijn zoon zal in het Israelische leger dienen om de plicht van zijn vaderland te vervullen. Israel is een modern land. De Israeliërs hebben beschaving. We voelen ons verwant met hun godsdienst en lot. De Arabieren, die schoften, zijn onze vijanden. Vrede komt er nooit tussen Israel en de Arabieren. Geloof me. Israel zal altijd de vinger aan te trekker moeten houden. En Libanon? Het lot van de christenen daar is bezegeld. De Libanese christenen zijn te zwak om te kunnen opboksen tegen de islam.''

    • Salomon Bouman