Koketterende zondaar

Maarten `t Hart denkt dat zijn klei hoogstpersoonlijk voor hem door God is neergeplempt: het is zijn lot, een gepredestineerd stuk grond zonder mededogen waar niks op wil groeien, behalve die snijbiet dan (3 augustus).

Na gejeremieer over de grondsoort in combinatie met het weer, volgt een mismoedig gedeelte over diverse groeistadia van groenten, waar vogels – allemaal speciaal bij hem – van komen genieten. Je verwacht elk moment dat zwermen bijbelse sprinkhanen zullen neerstrijken. De ultieme ramp van de aardappelziekte completeert de rampspoed. Waarom heeft die man een moestuin? Waarom wil hij zaaien en oogsten? Hij heeft het vast niet verdiend in dit leven, `t Hart is een koketterende zondaar!

Silvano daarentegen – lang geleden vertrokken uit Sardinië om hier te komen werken – is complexvoorzitter van de volkstuinen waar ik mijn zorgen van mij afzet. Hij loopt trots met zijn kleinzoon rond en leert hem te werken. Tussen de vele regenbuien door bereikt hij een magnifiek resultaat. Hij heeft geen oorlog met grond, weer, vogels en ziekten. Zijn intentie is het aangaan van een alliantie van hemelse en aardse krachten om groenten te krijgen. Dat lukt natuurlijk ook, omdat een moestuin altijd laat zien hoe hij behandeld wordt. Dat is in mensentermen gesproken een kenmerk van oprechtheid.

Ik vermoed dat `t Hart zijn luxe gezeur over de klei in stand houdt om medetuiniers een triomfantelijk gevoel te geven: hen lukt het namelijk wel met die boontjes en aardappelen. Nu ja, ieder mens moet een functie hebben, hoe bescheiden ook.

    • Margriet Smeets