Hoogtevrees

Het was een mooie dag en de zon scheen. Max en Vera hadden er echt zin in, maar toch lagen ze nog lekker in bed. ,,Heb jij hoogtevrees?'' vroeg Vera toen ineens.

Max dacht na. ,,Ik denk het niet'', zei hij langzaam. Maar hij wist het niet zeker.

Vera keek hem strak aan. ,,Je weet het niet zeker hè...'' zei ze plagend. Soms leek het wel alsof ze gedachten kon lezen.

Max schudde zijn hoofd. Hij wist het niet zeker, nee. Hij wist eigenlijk niet eens goed wat hoogtevrees wás.

,,We gaan het proberen'', ging Vera verder. Ze sloeg de deken aan de kant en stapte uit bed. ,,Kom op Max, we gaan kijken of je hoogtevrees hebt.''

Max stond op. Hij was liever blijven liggen, maar ja – hij moest eruit. Even later waren ze buiten waar het gras nog nat was van de dauw en de vogels hun eerste liedjes zongen.

,,Je moet op het dak klimmen'', zei Vera.

Nou moe, dacht Max, die is bazig. ,,Klim zelf op het dak'', zei hij zacht, maar Vera hoorde hem niet, want ze was een ladder tegen het huis aan het zetten. Op het dak scheen de zon, beneden lag alles nog in de schaduw.

,,Kom op Max'', zei Vera toen de ladder stond.

,,Waarom ga jij niet?'' vroeg Max. Hij vond de ladder maar hoog, en het huis ook. Hij had nog niet eens ontbeten.

,,Ik heb hoogtevrees'', antwoordde Vera, ,,ik ben bang in de lucht.''

Max slenterde langzaam naar de ladder. Hoogtevrees was dus als je bang was in de lucht. Dat was hij niet. Hoe vaak was hij wel niet in bomen geklommen?

Nu klom hij de ladder op. Hij was nog wel een beetje duf, merkte hij. Hij sliep nog half, eigenlijk. Hij had zin in cornflakes. Zijn maag rommelde. De ladder was koud aan zijn handen. Maar toch was hij boven voor hij het wist. Hij kroop langs de dakpannen en ging op de schoorsteen zitten. Het was toch zomer. De kachel stond niet aan. ,,Ik ben er!'' riep hij.

Op dat moment keek hij voor het eerst naar beneden.

Het was toch wel erg hoog, zo boven op het huis. Vera in de tuin was een klein poppetje. Ze stond te zwaaien. ,,Heb je hoogtevrees Max?'' riep ze.

Max was een beetje duizelig.

Hij keek gauw een andere kant op. Dat was beter. Als je zo hoog in de lucht zat, kon je beter niet omlaag kijken. In de verte zag hij de kerktoren van het dorp. De gouden haan die op de spits stond glinsterde.

Over de weilanden lag een dunne nevel. Er vlogen vogels rond. Aan de horizon zag Max een trein rijden. Verder was er niet veel te zien.

,,Wat doe je nou?'' riep Vera vanuit de tuin.

,,Ik kijk rond'', riep Max terug. Hij keek niet naar beneden, want hij had geen zin om duizelig te worden.

,,Volgens mij heb je hoogtevrees'', riep Vera terug.

Max voelde dat hij boos werd. ,,Helemaal niet!'' riep hij terug.

,,Wat zie je allemaal?''

Max vertelde wat hij allemaal zag.

,,Kom nou maar naar beneden'', riep Vera toen hij klaar was, ,,dan gaan we ontbijten.''

Boven het woeste veld aan de overkant zag Max een roofvogeltje in de lucht hangen. Ineens trok de vogel zijn vleugels in en als een baksteen viel hij naar beneden, bovenop een veldmuis.

,,Kom nou Max!'' riep Vera weer.

Max keek voorzichtig naar beneden. Vera stond met haar handen in haar zij. Op een paar dakpannen zag hij mos groeien. Hij zette zich schrap en begon achteruit naar de ladder te bewegen. Zijn knieën schraapten over de pannen. Maar hij kwam veilig bij de ladder aan en klom naar beneden. De hele weg keek hij om zich heen. Hij had geen hoogtevrees, maar hij was wel blij toen hij weer op de grond was.

    • Martin Bril