Hoger onderwijs

Arie van der Hek wil het universitaire onderwijs scheiden van het onderzoek: onderwijs in scholen en onderzoek aan instituten (NRC Handelsblad, 7 augustus). Zo kunnen de bachelors van het HBO meedoen met de masteropleidingen aan de universiteiten. Vanuit de school mag dan af en toe bij het instituut aan wetenschap worden geroken. Dit levert een oplossing voor een schijnprobleem. Het echte probleem: er gaan veel te veel mensen naar het hoger onderwijs; bijna iedereen met een IQ boven de 105 (reken maar na). Een aanzienlijk deel daarvan kan niet `begrijpend lezen'. Op de universiteiten zitten nu al velen die daar niet thuishoren en wellicht ook niet op het HBO. De problemen worden alleen maar groter als er een aanzienlijke doorstroom komt van het HBO naar de universiteit. Het is een illusie te denken dat het geven van namen aan afgestudeerden zou leiden tot hoger onderwijs van `internationale snit' wat dat ook moge zijn. Je kunt wel allerlei mensen bachelor of master noemen, maar daar heeft niemand een boodschap aan. Zo is in de VS iemand met een bachelorsdiploma van de universiteit van Slippery Rock (die bestaat) niet welkom bij de mastersopleiding van Princeton of Harvard. Evenmin zal een bachelor van de Hogeschool Holland welkom zijn op de ETH in Zürich. Bovendien zijn in de VS bachelor en master geen titels; iemand met een BA degree heet `graduate' en de meeste MA's gaan door voor een doctors-titel (PhD), de enige titel die telt. Differentiatie tussen de Nederlandse universiteiten lijkt onvermijdelijk; zeker als de HBO-scholen daar deels toe gaan behoren. Leiden staat al een tijdje te trappelen en we horen met regelmaat uitdrukkingen als `Princeton aan de Oude Rijn' of `MIT aan de Dommel'. Heeft Van der Hek nog ooit iets vernomen van de `baccalaurei' die in de jaren zestig door Twente werden afgeleverd ?

    • Prof.Dr. F.W. Steutel