Het scenario van de werkelijkheid

Politici zijn gek op films. Vooral als het volk warm moet worden gemaakt voor oorlog. Vijfde aflevering van Film & Tijd, een serie van Hans Keller.

Volgens de Amerikaanse scenarioschrijver William Goldman is er in de bioscoop maar één waarheid. Dat is die waarin het publiek gelooft. Een platitude? Zijn uitspraak kreeg plotseling weer betekenis tijdens de recente verhoren door een Kamercommissie naar onder andere het optreden van de Nederlandse blauwhelmen in Srebrenica in de zomer van 1995. Een Nederlandse officier, die tijdens zijn getuigenverklaring het drama kennelijk weer voor zich zag, verzuchtte: ,,Ik zat daar tussen `Sophie's Choice' en `Schindler's List' in.''

Beide films had ik tot dusver beschouwd als prominente voorbeelden van holocaust-kitsch. Maar nu zat ik een ogenblik onherroepelijk klem tussen de oprechtheid van zijn oordeel en het mijne, tussen zijn weinig benijdenswaardige geschiedenis en de mijne, waarover ik tot dusver weinig te klagen heb. De luitenant-filmliefhebber was de autoriteit van zijn eigen herinneringen en kennelijk riepen die, hervertoond op het witte doek van zijn geheugen, vergelijkingen op met wat hij eerder in de echte bioscoop had gezien. Daar was hij – anders dan in Srebrenica – na afloop omringd geweest door snikkende mensen. Toen waren ze na een tijdje opgestaan, hadden ze net als hij hun jas aangetrokken en waren ze naar buiten gegaan, naar huis. Misschien had de luitenant, zich alles weer herinnerend, er onwillekeurig naar verlangd – overeind komen, jas aantrekken – aldus het Srebrenica-compartiment van zijn geheugen weer te kunnen uitlopen? Naar huis!

Hadden de politici, die met achting en begrip naar de militair hadden geluisterd, die films ook gezien?

Zij lieten het niet merken. De verhoren waren politiek gesproken van geen enkel belang, zo had al eerder elke commentator weten uit te leggen. Zij hadden alleen een therapeutische bedoeling, ter geruststelling van de open samenleving, die hier aanschouwelijk door oplettende Kamerleden – ook via Nederland 1 – werd vertegenwoordigd. Dat was het scenario dat zij volgden.

De politiek, zegt William Goldman, heeft het scenario van de filmindustrie afgekeken, zelfs het woord ervoor. Het geslaagde script dat in Hollywood moet leiden tot uitverkochte zalen voert in de politiek tot euforie met hoge cijfers in de opiniepeilingen. In Amerika is het niet ongewoon dat de president met datzelfde doel speelfilms aanbeveelt waarvan de strekking hem goed uitkomt.

De politieke mogelijkheden van het filmscenario waren al in 1915 tot president Woodrow Wilson doorgedrongen. Hij trad achter de schermen op als adviseur bij de vervaardiging van D.W. Griffith's infame racistische melodrama The Birth of a Nation en was niet te beroerd om na de première als president te verklaren, dat met dit meesterwerk voor het eerst geschiedenis met licht was geschreven. Toen zijn mogelijke herverkiezing later leek af te hangen van liberale stemmen sprak hij bedremmeld van `een onfortuinlijke produktie'. Het is niet onwaarschijnlijk, dat president F.D. Roosevelt allang voor Amerika's deelname aan de Tweede Wereldoorlog ervan op de hoogte was, dat Winston Churchill – journalist, auteur en tijdelijk uitgerangeerd in de Britse politiek – vanuit Londen in Hollywood een sturende rol speelde bij de produktie van een aantal spectaculaire kostuumfilms. Het was een in die dagen succesvol genre, waarin vooral de Engelsen bedreven waren. Het was ook een genre naar Churchills hart omdat het zich uitstekend leende voor bedekte propagandadoeleinden. In 1937 wist hij zijn vriend Alexander Korda, die in de jaren ervoor als producent-regisseur de kostuumfilms in de Londense Elstree-studio's opnieuw had uitgevonden, te bewegen zich in Hollywood te vestigen. Hij moest er films maken die de Amerikaanse publieke opinie er, verhuld en verkleed, op zouden wijzen, dat Amerika een historische en heroïsche taak wachtte in de deelname aan de strijd tegen Hitlers despotisme. Korda vertrok en werd in Hollywood met open armen ontvangen. Zijn films waren ook in Amerika kassa-brekers. De Engelse gemeenschap in Hollywood – van Ronald Colman tot Flora Robson, van Laurence Olivier tot Vivien Leigh – verwachtte Korda al, ingelicht door de Britse geheime dienst waarmee met hetzelfde doel bedekte en nauwe betrekkingen werden onderhouden. In korte tijd initieerde Korda een aantal epische spektakels (Fire over England (1937), Clouds over Europa (1939), The Sea Hawk (1940), That Lady Hamilton (1941) zijn de meest gedenkwaardige), waarin de benarde Britse helden in archaïsch vertaalde passages van Hitlers redevoeringen werden toegesproken door de Spaanse koning Philips II of de look-alikes van Napoleon.

Churchill, groot kenner van de Engelse geschiedenis, had Korda een lijstje met ideeën meegegeven en op verzoek verschafte hij naderhand uitkomst met dialoogsuggesties. Voor That Lady Hamilton schreef Churchill de snerpende monoloog, waarin de Britse admiraal Nelson na in de strijd zijn ene oog en zijn andere been te hebben verloren, oproept niettemin pal te staan voor het behoud van het moederland.

Achteraf, alles wetend – goeddeels dankzij de opgeschreven herinneringen, die Michael Korda aan zijn oom Alexander heeft gewijd – zie je wat een groot acteur Laurence Olivier toen al was: de twinkeling in het andere oog, wanneer hij de aanloop maakt naar Churchills tekst, die de wanhoop van het bedreigde Engeland zal vertolken.

Dankzij de Japanse aanval op Pearl Harbor, in de winter van 1941, weet niemand meer hoeveel invloed die blozend aangeklede filmverhalen over gebeurtenissen van eeuwen her hebben gehad op de opinie van de Amerikaanse bevolking aangaande de deelname aan de Tweede Wereldoorlog. Op die zevende december heerste overal het scenario van de werkelijkheid en Amerika moest nu wel besluiten tot deelname aan WO II. President Roosevelt had al jaren eerder in boeken en films gezocht naar een wervende naam voor de komende oorlog (een betere naam dan Son of Great War), maar niets gevonden dat hem was bevallen. Churchill, geraadpleegd, wist niets te bedenken omdat alles al aan de gang was.

Jaren, jaren later zit een voormalige bioscoopbezoeker, die naderhand zelf ook iets heeft meegemaakt, wegens gebrek aan scenario werkelijk in de penarie.

    • Hans Keller