Hel is het laatste woord

De Zweden zijn trots op hun 18de-eeuwse baroktheater met authentieke theatertechniek – maar Pierre Audi laat het allemaal onbenut. `Dat geflikker doen we weg'.

Op het podium van het theater in het Zweedse Drottningholm wijst Pierre Audi op de tientallen lampjes in de coulissen. Ze zijn verborgen in koperen staafjes, die – computergestuurd – enigszins kunnen bewegen. Het zwakstroomlicht wordt gereflecteerd door een spiegeltje van twee bij twee centimeter. Daarop zit nog een plakbandje, om de weerschijn wat te verzachten. De bedoeling is om zonder brandgevaar het flakkerende kaarslicht uit de 18de eeuw te imiteren. Het is roerend om te zien hoeveel inventiviteit en zorg daaraan zijn besteed. Maar Audi schampert: ,,Dat geflikker doen we weg, dat is disco. Ik wil het puurder. De obsessie met authenticiteit is hier erg oppervlakkig, want die heeft uiteindelijk niets te maken met waar het werkelijk om gaat: goed theater.''

Pierre Audi, de artistiek directeur van de Nederlandse Opera, regisseert hier Händels Tamerlano. De opera uit 1724 was al `oude muziek' toen dit theatertje in 1766 werd gebouwd. Het staat ten westen van Stockholm naast het zomerpaleis Drottningholm, waar de Zweedse koninklijke familie woont. Na de moord op koning Gustav III in 1792 ging het theater voorgoed dicht. Pas in 1921 werd het `herontdekt' door de theaterhistoricus Agne Beijer.

Nu staat het theater – het enige baroktheater met nog originele theatertechniek – op de werelderfgoedlijst van de Unesco. Al zijn er tal van voorzieningen aangebracht tegen brand, verder moet alles hier blijven zoals het was. Het patina van het verleden is heilig. Sinds 1766 is het theater nooit meer geschilderd. Eeuwen van vocht en kou maakten veel van de vroegere weelde vies en grauw, verder verval is onafwendbaar. Tijdens het zomerse operafestival wordt het publiek door gekostumeerde en bepruikte jonge zaalwachten welkom geheten in de verslijtende 18de eeuw. Maar in het eerste jaar van het nieuwe millennium zorgt Audi's enscenering van Tamerlano hier voor een revolutie.

Na de première van Tamerlano heeft artistiek leider Per-Erik Öhrn in de foyer heel wat uit te leggen aan de relaties en de vrienden van het theater. Voor het eerst in 244 jaar is er in Drottningholm een voorstelling waarbij het orkest niet is gekleed in 18de-eeuwse kostuums. Voor het eerst werpen vanuit de coulissen normale lampen gewoon zijlicht op het toneel. En in het laatste deel van de voorstelling is geen gebruik gemaakt van de standaarddecors, die in het theater zijn ingebouwd. Tijdens de slotscène is zelfs al het oude en vertrouwde verdwenen. Het podium is kaal en leeg. De geschilderde illusies van de realiteit zijn weg, alleen het mechaniek achter de voorstellling is nog zichtbaar.

Öhrn rechtvaardigt Audi's terzijde schuiven van een deel van de Drottningholmse geschiedenis met een bevlogen en principieel betoog. ,,Dit theater is een uniek museum, dat voor toekomstige generaties uiteraard onveranderd in stand moet worden gehouden. Maar het is geen kerk, waarin eeuwige, onaantastbare dogma's gelden. Ook waar het verleden regeert, moet er ruimte zijn voor verandering en vernieuwing.''

Zwart gat

Voor Drottningholm is Audi's voorstelling een opzienbarende wending in de traditie. Maar ook voor Pierre Audi, die in het Amsterdamse Muziektheater al zeventien opera's ensceneerde, betekent het regisseren in Drottningholm een nieuwe ervaring, die hij nergens anders had kunnen opdoen. Alles is hier anders. Het podium is nog geen negen meter breed, in Amsterdam is het 26 meter. Het toneel van het Muziektheater is zonder decors een enorm zwart gat. Daar kunnen regisseur en decorontwerper zelf verzinnen hoe een voorstelling er uit moet zien. In Drottningholm is geen decorontwerper nodig, want de decors voor allerlei locaties behoren tot de standaarduitrusting. Vanaf de zijkanten schuiven ze het podium op en zo kan de scène binnen enkele seconden worden verlegd van een feestelijke balzaal naar een weelderige tuin of van een fraaie straat naar de vurige hel – de vlammen zijn uiteraard slechts geschilderd.

Deze al bijna 250 jaar oude theatertechniek maakt flitsender overgangen mogelijk dan zijn te realiseren in het eigentijdse Muziektheater. Maar Audi, die in Drottningholm enkele andere opera's heeft gezien, ergert zich aan de flodderigheid waarmee die voorstellingen soms zijn gemaakt. ,,Het in het Italiaans gezongen verhaal van Tamerlano is heel complex en omdat er geen boventitels zijn, moet de uitbeelding de handeling begrijpelijk maken. Dat vergt een perfectie waaraan ik heel hard werk. Wat hier nieuw is – paradoxaal genoeg – is ouderwets vakmanschap.''

In Drottningholm heerst een voortdurende frictie tussen de door het theater opgelegde traditie en de eisen van een goede voorstelling voor een eigentijds publiek. Audi lost dat niet op met compromissen, maar met radicale keuzes. Hij weigert de voorstelling te laten spelen met de in de baroktijd voorgeschreven gebaren voor elke stemming van een personage. Die gestileerde lichaamstaal is voor het huidige publiek immers goeddeels onverstaanbaar. Aan de andere kant, al is men hier bezeten van het instandhouden van het verleden, gaat Audi soms juist terug naar een authenticiteit waarmee de hand was gelicht.

,,Tamerlano is mijn eerste voorstelling met historische kostuums. Ik heb het ze hier moeilijk gemaakt door kostuums te eisen, die ook op originele wijze en met de historisch verwantwoorde stoffen zijn gemaakt, geen kleren die er maar zo'n beetje op lijken. Het zijn kostuums naar de mode van 1724 in Londen, waar Händel zijn opera voor het eerst uitvoerde. Maar Tamerlano speelt zich af rond 1400. Toen bouwde de tataarse koning Tamerlan (ook bekend als Timoer Lenk, red.) met zijn veroveringen een groot rijk op tussen Turkije en India. In de opera houdt Tamerlan de sultan van Turkije, Bajazet, gevangen. Veel oudere, exotische kostuums zouden dus eigenlijk historischer en authentieker zijn geweest.''

Liefdespaar

In andere Drottningholm-voorstellingen heeft Audi ook het overdadig gebruik gehinderd van alle technische mogelijkheden die het theater biedt. In Tamerlano zijn er slechts twee scènewisselingen. Het grootste deel van de voorstelling speelt zich af in één ruimte: een zaal in het paleis van Tamerlan. Later, wanneer het gekwelde liefdespaar Andronico en Asteria hoopt te sterven, daalt een blauwe wolkenhemel neer. Alle andere beschikbare decors blijven ongebruikt. Aanvankelijk wordt er in de wolkenscène langdurig gerepeteerd met de dondermachine. Een gesloten kist met keien boven het podium wordt omgetrokken, zodat het lijkt te onweren. Uiteindelijk ziet Audi er ook weer vanaf, omdat het effect te nadrukkelijk zou zijn.

Audi: ,,Dit theater zet je aan het denken over oude stukken en nieuwe vormen en over de manier waarop oude stukken een nieuwe betekenis kunnen krijgen. We bekijken het verleden altijd vanuit een eng gezichtspunt: stijl en kostumering. Maar we hebben geen oog voor het mechanisme waarmee een voorstelling is opgebouwd. De grootste ontdekking voor mij is niet dit theater, maar dit stuk van Händel. Bij de repetities bleek dat de Zweden daarin de thematiek van toneelschrijver Lars Norén herkennen. Ook Tamerlano is een zeden- en familiedrama, de relatie vader-dochter domineert de hele avond. Je vraagt je af, wie een groter tiran is: de hardvochtige despoot Tamerlano of de bezorgde vader Bajazet.

,,Tamerlano is ook als minnaar een tiran, hij eist de liefde van Bajazets dochter Asteria op, ook al voelt ze niets voor hem. Tamerlano is niet geinteresseerd in zijn vergrote koninkrijk, maar in deze vrouw, een slavin, de dochter van de vijand. Hij maakt haar het hof voor de ogen van zijn officiële verloofde Irene. Vader Bajazet is even tiranniek. Hij wil zijn dochter voor zich behouden, door samen zelfmoord te plegen, ook al wil ze haar vrijheid. Haar minnaar Andronico is laf. Het lijken 18de-eeuwse archetypes, maar als je dat op scherp zet en de zangers zich volledig laat vereenzelvigen met deze personages, dan zie je het leven van nu. Er gebeurt niets heldhaftigs, iedereen heeft zijn zwakheden, niemand kan voldoen aan verwachtingen, niemand brengt zijn dromen in praktijk.

,,Daarom wil ik ook niets oosters laten zien, geen historische of politieke interpretatie geven. Dit wrede verhaal zou in oriëntaalse setting minder barbaars overkomen. In termen van vandaag is het verhaal als volgt: Bajazet werkt voor de machtige Tamerlan, die hem aan de kant zet en ruïneert. Dat Bajazet voortdurend zelfmoord wil plegen, verbaast ons tegenwoordig niet. Maar in de 18de eeuw was zelfmoord volgens de christelijke religie en de westerse moraal streng verboden. Ook de Turkse moslim Bajazet zegt na het innemen van het zelfmoordgif naar de hel te zullen gaan. `Hel' is zijn laatste woord.''

Het was Audi's eigen voorstel om Tamerlano in Drottningholm uit te voeren, maar de dramatische kracht van de opera heeft hem tijdens de repetities verbaasd. Dat komt door Händels opbouw van de muzikale structuur, die in dit stuk veel gevarieerder is dan de anders zo voorspelbare en eindeloze afwisseling van recitatieven en solo-aria's. Maar het ligt ook aan de kracht van het gegeven, dat al werd gebruikt door de 16de eeuwse Engelse toneelschrijver Christopher Marlowe in Tamburlaine.

,,Dat stuk van Marlowe is woest, de machtsstrijd tussen de tataar en de ottoman maakt deze mensen tot beesten. Die zeer directe tekst heeft me altijd gefascineerd, Marlowe was geen kunstenaar die erop uit was het publiek te plezieren. Net als bij Händel is er geen echt bevredigende conclusie, geen moreel correct slot. Er is in de opera voor Tamerlano geen heldenrol, netzomin als in de historie. Tamerlano is een komeet, hij doorkruist de ruimte, is even zichtbaar en verdwijnt dan weer. Bajazet is de verpersoonlijking van iets ouds en hij blijft ondanks zijn dood aanwezig. Vaak wordt hij beschouwd als een menselijke figuur, maar hij is veel gecompliceerder. Net als voor de compromisloze Lear, is er bij het publiek geen medelijden met hem. Dat is voor Lears dochter Cordelia.''

Zangerstrots

Hoe eigentijds de machtsstrijd tussen Tamerlano en Bajazet is, blijkt ook tijdens de repetities uit de rivaliteit tussen de zangers van de rollen. Al heeft Tamerlano de titelrol, de enscenering van Audi maakt Bajazet tot hoofdpersoon. Bij het repeteren van het in ontvangst nemen van het slotapplaus leidt dat tot een controverse tussen de zangers. Audi wijt het probleem lacherig aan `authentieke 18de-eeuwse zangerstrots'.

Audi's voorstelling van Tamerlano is uiterlijk zeer sober – met op het toneel slechts één stoel, de troon waarom wordt gevochten. De ruimtelijke lay-out is streng en lijkt op de formele Franse tuinaanleg achter het paleis van Drottiningholm, het `Versailles van Zweden'. De personages bewegen zich op de dwarslijnen tussen de coulissen en op de middenas van het podium. Hun configuraties zijn symmetrisch en soortgelijke situaties weerspiegelen elkaar weer. Daardoor worden de heftigheid van de handeling en de verscheurde gevoelens bij de confrontaties tussen de personages nog benadrukt.

Als tegen het slot, met de tirade van Tamerlano in spectaculaire coloraturen en de zelfmoord van Bajazet, het drama een hoogtepunt bereikt, wijken de barokke decors. Voor het eerst ziet het publiek in Drottningholm wat nooit mocht worden gezien: een kaal en leeg houten theater. Naar 18de eeuwse begrippen is het een schrikbeeld, voor Audi gaat het hier de uitbeelding van de apocalyps, waarmee Tamerlano eindigt.

Het gaat niet langer om het uiterlijk vertoon in Drottningholm, maar om het innerlijk van de opera. De gevangene Bajazet neemt zijn lot in eigen handen. Hij drinkt het gif en tart Tamerlano omdat die hem niet kan verbieden te sterven en hem niet langer in zijn macht heeft. Half ontkleed doorzingend lijkt Bajazet al een lijk. En als hij tenslotte dood is, op zijn troon zit en zijn hoofd niet buigt, lijkt hij onverzettelijk door te leven.

Het bedremmelde coro dat de opera afsluit, herinnert aan het slotkoor van de Matthäus Passion, waarin de achterblijvers in het reine proberen te komen met de dood. Händels muziek wringt, klinkt dissonant en veroorzaakt een sterke emotie. De indrukwekkende voorstelling eindigt niet alleen aangrijpend en ontroerend, maar vooral ongebruikelijk ongemakkelijk.

Het premièrepubliek reageert aanvankelijk lauw, maar uiteindelijk enthousiast. Na afloop komt een Zweedse professor in de theaterwetenschap Audi complimenteren, omdat in deze voorstelling de zangers werkelijk acteren wat ze zingen. Eindelijk zijn ook in Drottningholm de aria's niet langer hinderlijke onderbrekingen van de handeling, vindt hij. Audi: ,,Ik ben kennelijk de eerste die zich niet laat intimideren door dit bijna 250 jaar oude theater en door de drang naar vermeende authenticiteit. Ik maak gewoon een goede voorstelling.''

`Tamerlano' van G.F. Händel door o.a. Bejun Behta, Nigel Robson, Sandrine Piau, Anna Larsson, Kristina Hammarström en Lars Arvidson o.l.v. Christophe Rousset. Het is de bedoeling de voorstelling in 2002 in Drottningholm te herhalen.

[streamliner]

`De grootste ontdekking voor mij is niet dit theater, maar dit stuk van Händel'

    • Kasper Jansen