Happy end voor gitzwart veulen

Jane Smiley's nieuwe boek gaat, in haar eigen woorden, `over paarden'. Dat is wel erg beknopt samengevat, maar aan het eind van de zeer lange lees-zit zal de lezer toegeven dat het in elk geval meer over paarden gaat dan over mensen. Het boek volgt gedurende twee jaar het Amerikaanse paardenrace-circuit, met de nadruk op Californië, waar de schrijfster woont, maar met uitstapjes naar (uiteraard) Kentucky en zelfs Parijs. De zeer uitgebreide lijst van personages omvat puissant rijke eigenaars, trainers, jockeys, verzorgers, stalknechten, gokkers, al dan niet dubieuze veeartsen, groupies alsmede een vrouw die zich voor veel geld laat inhuren omdat ze met paarden kan communiceren. Dat laatste klinkt hilarisch (en wordt door Smiley ook als zodanig gebracht) maar tegelijkertijd wordt die `communicatie' al minder lachwekkend als we merken dat de auteur ook dikwijls binnen de zorgvuldig vertroetelde huid van diverse van de edele viervoeters kruipt om hun reacties, motieven en nukken te beschrijven en te verklaren.

Voor de structuur van dit nieuwe boek heeft Smiley teruggegrepen op de mozaïek-opbouw die ze ook hanteerde in Moo, haar satirische roman over een universiteit in het Amerikaanse Middenwesten. Dat maakt dat we in korte hoofdstukken de lotgevallen van sommige karakters meemaken en ze dan weer voor enige tijd uit het oog verliezen. Van een convergentie die tot een in zekere zin gerichte plot leidt is geen sprake, de mozaïek-kijker gaat weer dicht zoals hij is opengegaan, twee jaar later, als iedereen veel heeft meegemaakt.

Slager

Er zijn een paar boeiende figuren die op twee benen in Smiley's racewereld rondlopen. De onbetrouwbare trainer Buddy Crawford bijvoorbeeld, wiens paarden blijven winnen en niet alleen door de illegale methoden waarmee hij ze prepareert. Buddy's karakter is behoorlijk ondiep, maar niet ondiep genoeg om geen wroeging te voelen om wat hij doet en zich zonder slag of stoot aan de Heer over te geven.

Dan is er Rosalind Maybrick, de nog steeds aantrekkelijke echtgenote van een onafzienbaar rijke industrieel die zijn paarden laat lopen als hobby en er, zoals dat gaat, alleen maar nog rijker van wordt. Rosalind verveelt zich en vliegt dus maar de wereld rond op zoek naar kunst, maar als ze zich in de armen stort van een van de paardentrainers is dat voor de lezer een welkome afleiding van al dat gedoe in stallen, op banen en weilandjes. Die verhouding duurt overigens even kort als die van Buddy tot de Heer.

Dat de paarden, althans een kleine handvol ervan, tot de boeiendste karakters behoren is veelzeggend. Het is iets waar Smiley hard aan gewerkt heeft vanuit haar liefde voor de dieren – ze is niet voor niets zelf eigenaresse van zestien paarden – en met allemaal loopt het dan ook goed af. Epic Steam, het nukkige, gitzwarte hengstveulen dat zo slecht hollende soortgenoten naast zich verdraagt, wordt omgeschoold tot een veelbelovend springpaard. De aandoenlijke, bejaarde Mr. T kan zich zelfs op zijn negentigste nog nuttig maken. En zelfs Justa Bob, die altijd veel beter wist dan zijn jockey hoe hij een race moest winnen, maar die na een een veelbelovende start in de racewereld keer op keer genadeloos neerwaarts werd verhandeld, wordt op het laatste moment een vreselijk lot bij de paardenslager bespaard.

Zoals bijna alles wat Smiley maakt, is ook dit boek weer in een mooie, heldere vertelstijl geschreven, en niet zelden valt er ook wat te lachen. Het is met een enorme kennis van zaken gedaan, maar het lijkt wel alsof Smiley te veel de nadruk heeft gelegd op deze deelambitie, alsof er haar meer aan gelegen was haar kennis van goksystemen, handel en bloeddoping, kortom van alles wat bij de racewereld komt kijken, ten toon te spreiden. De structuur leidt tot een ander bezwaar: in Moo was de overheersende toon er een van ironie, maar in Horse Heaven heeft de schrijfster per onderwerp een scala aan empathie, compassie en hilariteit ter beschikking. Dat maakt dat de lezer nogal eens moet omschakelen van hoofdstuk naar hoofdstuk; dat is doorgaans niet te veel gevraagd, maar het helpt niet altijd mee als je eigenlijk al weer deels vergeten was wie deze trainer, eigenaarsvrouw of volbloed ook al weer was.

Bijfiguren

En daarmee komen we op het probleem van de omvang. Ook dit boek is weer het slachtoffer van wat eerder in deze krant wel `the American disease' werd genoemd: de neiging het oppompen tot zoveel mogelijk pagina's als een grote literaire verdienste te beschouwen. Smiley had met groot gemak een aantal bijfiguren bijfiguren kunnen laten, in plaats van ze allemaal ook hun plaatsje in de literaire zon te gunnen met al hun oninteressante besognes, hebbelijkheden en liefdetjes. Als het boek tot tweederde was ingekort, was het drietweede maal zo goed geweest. Alleen een rabiate fan van de paardenwereld zal van het boek genieten zoals het nu is; de literatuurliefhebber weent.

De website van haar uitgeverij meldt dat Smiley's volgende boek over seks in Hollywood gaat. Ik zet in op minstens 800 pagina's.

Jane Smiley: Horse heaven. Knopf, 561 blz. ƒ65,55. De Engelse editie is verschenen bij Faber & Faber, ƒ37,95 (pbk)

    • Jan Donkers