Gokken op internet

HALF NEDERLAND viel over staatssecretaris Cohen (Justitie) heen toen onlangs uitlekte dat hij bezig is met een aanmerkelijke verruiming van het vergunningenbeleid voor gokspelen. Nog afgezien van de voor de hand liggende risico's voor de gokverslaving, is het inderdaad de vraag of Nederland een tweede Las Vegas wil worden. De bewindsman zelf wimpelde alle vragen af. Er was volgens hem slechts sprake van ambtelijke voorbereiding in het kader van de doorlopende operatie ,,marktwerking, deregulering en wetgevingskwaliteit'' (MDW). Een besluit valt pas tegen Prinsjesdag te verwachten.

Er is een bijzondere reden voor wat extra vakantiewerk van de staatssecretaris en zijn ambtenaren: internet. Een onderzoeker van de Erasmusuniversiteit signaleerde een paar jaar geleden al dat het aantal internetsites waar om geld wordt gespeeld, in een jaar tijd was verdubbeld. Anders dan de officieel in Nederland erkende gokinstellingen hoeven ze niet een deel van de opbrengst af te dragen voor goede doelen. De internetaanbieders kunnen dus een hoger prijzengeld betalen zonder hun marge in gevaar te brengen.

Er is alle aanleiding gokken op internet aan te merken als een serieuze uitdaging voor het Nederlandse kansspelbeleid. De MDW-werkgroep die zich daarover heeft gebogen, concludeerde dat het huidige stelsel niet bestand is tegen de technologische en maatschappelijke ontwikkelingen. Daarom moet het roer om: vrij aanbod, het vervallen van de huidige opbrengstbestemming, loslating van het huidige bevriezingsbeleid, het einde van het monopolie op casinospelen. En natuurlijk: het toestaan van kansspelaanbod op internet.

Volgens de werkgroep is het een elementaire eis van consistentie dat het beleidskader kan worden toepast op alle kansspelen. Maar daarmee wordt het zo sterk als de zwakste schakel en dat is onmiskenbaar internet, dat zich weinig aantrekt van nationale grenzen. Er is echter een complicatie. Het officiële regeringsstandpunt ten aanzien van de elektronische snelweg is dat ,,wat off-line geldt, ook on-line moet gelden''. Daarop is weliswaar van alles af te dingen, maar nog onlangs bevestigde minister Korthals (Justitie) dat dit de vuistregel voor de wetgever blijft. Dan zou het bevriezingsbeleid van het aantal goklocaties juist vóór de internetvrijheid moeten gaan.

HET KABINET heeft te kennen gegeven de analyse van de werkgroep ,,plausibel'' te achten maar toch ,,behoedzaam te werk te willen gaan''. Het wil slechts ,,stapsgewijs'' besluiten over het al dan niet invoeren van de aanbevolen maatregelen. Staatssecretaris Cohen heeft anderhalf jaar geleden al aangekondigd dat de erkende kansspelaanbieders ,,genormeerd'' het internet op mogen onder het motto ,,productinnovatie''. Dat laatste is een erkend onderdeel van het Nederlandse gokbeleid en onontbeerlijk voor het marktaandeel van het publieke bestel van erkende aanbieders.

Minder duidelijk is dat dan ook het aantal goklocaties dient te worden verruimd. Interactief gokken zou eerder kunnen dienen als substitutie voor het Las Vegas-effect met casino's overal in den lande, als mogelijkheid om althans het aantal zichtbare speelgelegenheden beperkt te houden. De grote vraag van het nieuwe beleid is natuurlijk de handhaving. Het is in Nederland al moeilijk illegaal gokken tegen te gaan, maar op internet is het vrijwel ondoenlijk.

Het ministerie van Justitie vestigt wat dit laatste betreft zijn hoop op de internetproviders, de tussenpersonen tussen eindgebruiker en het net. Er zijn echter serieuze bezwaren in te brengen tegen de inschakeling van providers als onbezoldigde overheidsdienaren. Nog onlangs signaleerde de Registratiekamer een gebrek aan respect voor de privacy van internetgebruikers bij de providers.

EEN CONTROLEROL kan dat probleem alleen maar vergroten. Nog afgezien van de omstandigheid dat de internetgebruiker niet alleen een buitenlandse kansspelaanbieder kan kiezen, maar ook een buitenlandse provider. Wedden op de kaart van de providers schuift het probleem van het interactief gokken alleen maar vooruit.