Flessen moeten kunnen zinken

`Het verlangen naar buiten is enorm' weet Marieke Bolhuis. Dat haar kunstwerken worden verzwolgen door de natuur, spreekt voor haar vanzelf.

Marieke Bolhuis (1962) draagt een rijbroek en laarzen, haar lange haar is verwaaid. Ze heeft op Terschelling een opa van in de negentig en een paard. Trots vertelt ze dat haar opa tot een paar jaar geleden haar met de auto in Amsterdam kwam bezoeken. Ze nam hem mee voor een tochtje in een rondvaartboot, waar hij als 65-plusser korting op kon krijgen. De eilandbewoner zag er nog zo jong uit dat hij eerst zijn bejaardenpas moest laten zien. ,,Ze geloofden niet dat hij al ver in de tachtig was'', zegt Bolhuis.

Van jongsafaan brengt Marieke Bolhuis elke zomervakantie door bij haar grootouders op Terschelling. Daar werkt ze graag aan de zeereep, waar de wind het strand laat dansen voor de vloedlijn en de zee ruggengraten graaft in het zand. Uit het schuim duiken witte schimmen op en onder: Bolhuis heeft drie witte mensfiguren verankerd in de branding. Ze staan op witte bollen, op één lijn achter elkaar. De afstanden tussen de beelden of hun grootte valt onmogelijk te schatten. ,,De grootste eerst, achteraan de kleinste. Zo lijkt de zee nog oneindiger,'' zegt Bolhuis. `Over paarlen en zeeschuim' heet het werk.

Buiten

,,Ik hou van de stad en zou nergens anders willen wonen, maar het verlangen naar buiten is enorm,'' zegt Bolhuis. ,,Mijn werk is zich geleidelijk meer naar buiten gaan verplaatsen. Ik ben geïnteresseerd in wat wij met het landschap doen. De natuur roept dat verlangen op.'' Ze woont in Amsterdam en heeft sinds kort een tuinhuis buiten de stad als atelier. Als we er heen rijden, stoppen we kort om even naar haar paard te kijken. Hetzelfde paard dat ze op Terschelling bij zich had, staat nu in weiland bij een boer, een paar honderd meter van haar atelier. ,,Elke dag ga ik even rijden.''

In haar tuin tussen de andere tuinhuisjes toont ze een reeks foto's van een werk dat ze een jaar geleden op Terschelling maakte: een slapend paard van wilgentakken aan de voet van de duinen, dertig meter lang, zestien meter breed en drie meter hoog. Bolhuis: ,,De maat van een aangespoelde walvis.'' Ruim een maand ging ze elke dag naar het strand met een aanhangwagen vol wilgentakken, opgehaald bij een sportterrein waarvan de bomen gesnoeid waren. De wilgentakken stapelde ze net zo lang op tot ze het paard had, met hoeven op het formaat van een mens. Het takkenbeeld ligt er nog steeds, maar het is duin geworden. De wind heeft het paard bestoven, hier en daar steken wat houten sprieten uit het zand.

Bolhuis volgde de Rijksacademie maar ze werd er vanafgestuurd met de opmerking dat ze te jong en te zenuwachtig was en misschien beter op haar plaats zou zijn in de verpleging. Een jaar later kwam ze terecht op de Academie voor Kunst en Industrie in Enschede. Na haar afstuderen exposeerde ze installaties onder meer in het landhuis Amelisweerd bij Utrecht en in de Warmoesstraat 137 in Amsterdam. Op Amelisweerd richtte zij een stijlkamer in door met de afdrukken van auto-, brommer- en fietsbanden een bos op het behang te maken. Tijdens de expositie `De groentesalon' van de schrijver Atte Jongstra in 1991 kreeg ze de kelder van het landhuis tot haar beschikking, waar een bodem water in stond. Ze legde er 500 flessen in, gevuld met verf die reageert op blacklight. Op de foto's die ervan over zijn, zie je blauwgroene elektriserende cirkels die weerkaatsen in het water. Ze noemde het fluorescerende landschap `The garden of Atlantis'.

Bolhuis vertelt over haar jeugd in het Gooi. Ze was het kind van een vader op de grote vaart. Dronk ze een flesje frisdrank dan mocht ze nooit de dop terug op het flesje doen, want de flessen werden overboord gegooid en moesten kunnen zinken. Op school kreeg ze les over soortelijk gewicht en dat bracht haar op de gedachte dat er in de zee een laag moest bestaan waar alle flessen van de hele wereld zouden zweven, een veld van glas.

Een van haar installaties in de Warmoesstraat stelde een binnentuin voor, genaamd `Het verlangen moet groot zijn'. Van met paraffine gevuld beton maakte ze tientallen bloemen zo groot als een tulband. De tuin bestond uit strakke lijnen geschilderd op de vloer, de brandende bloemen op de kruispunten, als een mozaïek. In het midden van de paden stonden drie torens.

Weiland

Veel van Bolhuis' werk is vergankelijk, het maakt deel uit van het landschap. Wat er over blijft zijn foto's, schetsen en tekeningen. Op dit moment is er werk van haar te zien in de kop van Noord-Holland. De dorpjes Oudesluis en St. Maartensbrug zijn verbonden door de Grote Sloot, een acht kilometer lange weg aan een sloot. De gemeenten stellen beelden ten toon in de weilanden langs die sloot. Dit jaar zijn vijf kunstenaars uitgenodigd. Bolhuis kreeg drie weilanden ter beschikking en maakte `tekeningen' in het gras. Het zijn anamorfosen, dat wil zeggen perpectieftekeningen die slechts vanuit één punt bezien kloppen.

Toen Bolhuis voor het eerst bij de weilanden kwam, vertelde de boer haar dat zijn schapen en kalveren gewoon in de wei zouden blijven en dat haar werk afgeschermd zou moeten worden met schrikdraad. Bolhuis verbond door middel van paaltjes het schrikdraad dat er uitziet als wit lint en creëerde zo een `tekening' van een enorme koe in het gras. Doordat de kalveren het gras eromheen wegvreten, krijgt de koe een vacht. Bolhuis heeft een rode stip op de weg geschilderd, vandaaruit zie je de tekening optimaal. Bezie je het beest van de zijkant dan lijkt het meer op een waddeneiland, een langgerekte vorm van witte lijnen. In een ander weiland, waar de schapen grazen, heeft Bolhuis in schrikdraad een schaap in een wolk uitgezet. Het derde werk laat een metersgrote kip zien van schrikdraad en kippengaas, waarbinnen witte kippen rondlopen.

Als straks de installatie verwijderd wordt, zal de koe nog enige tijd zichtbaar zijn, als een reliëf van gras. Net als het andere werk van Bolhuis lost zij vervolgens op in haar omgeving. Of de koe blijft oneindig aanwezig, net als de lucht.

Grote Sloot, in Beeld-route 2000, installaties in het Zijperlandschap, tot 4 september. Inl. 0226-381352. Op de websitewww.omroep.nl/vara/oerol is in de categorie `nagekomen bijdragen' een filmpje over Bolhuis en haar werk te zien

Doordat de kalveren het gras wegvreten, krijgt de koe een groene vacht