Elitesoldaat dwaalt tussen hard en fout

Discriminatie, intimideren en afknijpen van rekruten, rechts-extremisme en zelfs verkrachting: het schoolbataljon van de luchtmobiele brigade heeft een probleem.

. In juridische termen heet het `wederrechtelijke vrijheidsberoving, aanranding en mishandeling'. In het leger heet het: `de bezemsteel'.

Vorige week werd bekend dat een 27-jarige sergeant van het schoolbataljon van de luchtmobiele brigade in Schaarsbergen op 4 mei aangifte heeft gedaan van een incident in maart van dit jaar. Tijdens een oefening zou de sergeant naar verluidt een thunderflash, een soort `strijker' waarmee handgranaten worden nagebootst, in de tent van het kader hebben gegooid. Geen leuk geintje, vonden zijn collega-onderofficieren. De lolbroek werd `veroordeeld' tot een oeroude represaillemaatregel. Vijf onderofficieren overmeesterden de sergeant in zijn kamer, bonden hem vast op zijn bed en verkrachtten hem met de ingevette steel van een bezem.

Het voorval staat niet op zichzelf. De luchtmobiele brigade, bedoeld als elite-eenheid van de landmacht, heeft vaker te maken met wat de top van de landmacht nog steeds omschrijft als `incidenten'. Vorig jaar begon het openbaar ministerie in Arnhem een strafrechtelijk onderzoek naar mogelijk rechts-extremistisch gedrag van militairen van de luchtmobiele brigade die in de eerste helft van 1995 waren gelegerd in Srebrenica. En tijdens de vredesmissie op Cyprus vorig jaar werden verscheidene militairen van de brigade naar huis gestuurd wegens wangedrag, waaronder het discrimineren van Turkse militairen en het brengen van de Hitlergroet. Bij de twintig recente voorvallen van rechts-extremistisch gedrag die actualiteitenrubriek Nova in juli aan het licht bracht, nam de luchtmobiele brigade een prominente plaats in.

De landmachtstaf wil nog niet van een structureel probleem weten. ,,Net zoals er geen sprake is van structureel wangedrag bij de Koninklijke Landmacht, valt er ook daarin geen lijn te bespeuren bij `luchtmobiel''', zegt Maarten Schouten, bevelhebber van de landmacht, in een vraaggesprek met de Defensiekrant. Om daar meteen dreigend aan toe te voegen: ,,Maar laat het duidelijk zijn dat een eenheid die waarden en normen niet respecteert, zich niet een elite-eenheid mag noemen.''

De dreigende taal van Schouten zal vooral gehoor moeten vinden bij het schoolbataljon in Schaarsbergen. Want bij de opleiding van de elitesoldaten van de luchtmobiele brigade is wél sprake van een structureel probleem. Nova onthulde vorige maand dat twee officieren van het schoolbataljon onlangs ontslag hadden genomen uit onvrede met de in hun ogen te lakse aanpak van wangedrag binnen het bataljon. Binnen de eenheid zou sprake zijn van discriminatie, het systematisch intimideren en afknijpen van rekruten en uitingen van rechts-extremisme. Uit stukken die Defensie na de Nova-uitzendingen heeft vrijgegeven, blijkt dat de landmacht dit wangedrag vorig jaar al twee keer liet onderzoeken.

Zorgen over het hoge aantal uitvallers bij de opleiding van de luchtmobiele brigade waren er al langer. Terwijl bij de schoolbataljons van de reguliere infanterie gemiddeld ongeveer een kwart van de rekruten bij de Algemene Militaire Opleiding (AMO) afvalt, ligt het percentage bij het schoolbataljon van luchtmobiel boven de veertig procent. ,,Bij het schoolbataljon in Schaarsbergen heerst een ietwat verknipte opvatting over hoe er het beste luchtmobiele soldaten gemaakt moeten worden'', zegt Henri Lansink van de BBTV, de bond voor beroepssoldaten. ,,Er is sprake van raar drillen en extreme discipline, die soms leidt tot denigrerend gedrag ten opzichte van rekruten. Als de man dan toevallig zwart is, kun je dat discriminatie noemen.''

Dat is aanvankelijk ook de conclusie van een geschillencommissie, onder leiding van de kolonels buiten dienst A. Lobbezoo en A. Horstmeier, die in maart 1999 opdracht kreeg de Charlie-compagnie van het schoolbataljon onder de loep te nemen. Aanleiding is een brief van de vader van een rekruut. Een sergeant laat een Surinaamse soldaat vooroverbukken en gebruikt hem als schrijftafel, meldt de brief. Discriminatie? Nee, zegt de commissie, die constateert dat er geen ,,aanwijzingen voor strafbare feiten'' zijn noch voor ,,structurele discriminatie''. Wel spreekt de commissie haar afkeuring uit over de ,,fysieke inspanning'' (meestal opdrukken) die als collectieve straf wordt gebruikt.

Of met dit onderzoek de hele waarheid boven tafel is gekomen, is echter de vraag. De commissie-Horstmeier/Lobbezoo constateert zelf ook dat de Charlie-compagnie zich niet bepaald coöperatief heeft opgesteld tijdens het onderzoek en de commissie heeft de indruk dat er van tevoren overleg is geweest over de te geven antwoorden. Verder meldt de commissie dat ,,verschillende functionarissen hun oprechte bezorgdheid'' hebben geuit over de ,,gang van zaken'' binnen het schoolbataljon en in de ,,C-instructiecompagnie in het bijzonder''.

Waarop de commissie doelt, blijkt korte tijd later uit een op 7 mei gedateerd intern memorandum van generaal Van der List, sous-chef personeelszaken bij de landmacht, aan bevelhebber Schouten. Van der List meldt dat een aantal officieren ,,in toenemende gewetensnood'' verkeert over de misstanden binnen het schoolbataljon. ,,Er is sprake van intimidatie en manipulatie van mensen, overmatig afknijpen en kleineren. Allochtonen zouden niet welkom zijn en worden weggepest [...] Het komt voor dat tijdens oefeningen de Hitlergroet wordt gebracht, ook zou een portret van Hitler op een van de instructeurskamers aanwezig zijn.''

De verhalen zijn onder meer afkomstig van een Turkse rekruut, die op 29 april een uitgebreide verklaring heeft afgelegd. In een naschrift komen Horstmeier en Lobbezoo ineens tot de conclusie dat ,,wel degelijk'' sprake is van discriminatie en ,,summiere aanwijzingen'' voor strafbare feiten. De commissie constateert onomwonden dat de compagnieleiding het onderzoek heeft tegengewerkt, waardoor niet alles boven water is gekomen. Nader onderzoek is gewenst, stellen de twee kolonels. Het vervolgonderzoek komt er inderdaad, maar onafhankelijk is het niet. Een commissie-Kool, genoemd naar Ch. Kool, die als hoofd Initiële Opleidingen direct verantwoordelijk is voor het schoolbataljon, concludeert dat er ,,geen structurele misdragingen door het kader'' plaatsvinden. ,,Hoogstens is er sprake van een te ruime interpretatie van vorming en begeleiding waardoor individuele kaderleden zich hebben begeven op de grens van het toelaatbare.''

Op advies van Kool worden de commandant van de Charlie-compagnie en de commandant van het schoolbataljon overgeplaatst. De rest van het kader blijft op zijn plek. De onvrede daarover leidt er uiteindelijk toe dat twee officieren uit de staf van het schoolbataljon zelf ontslag nemen. ,,Er had rigoureuzer ingegrepen moeten worden'', zegt majoor Jurgen Kok op 13 juli van dit jaar in Nova. ,,Op deze manier zijn alle voorwaarden aanwezig waardoor dit soort zaken opnieuw kunnen gebeuren.''

    • Steven Derix