Een ui voor de neus

Het is een genre binnen de kinderboeken, het boek dat alleen maar gaat over de alledaagse huiselijke gebeurtenissen in een kinderleven. De Robin-boeken van Sjoerd Kuyper zijn er een voorbeeld van, en in zekere zin waren de Madelief-boeken van Guus Kuijer ook zo. Er zijn er meer. Meestal gaat het om een enig kind dat dan veel contact heeft met volwassenen, met opa, of juist met papa. In het laatste boek van Selma Noort, Met de koppen tegen elkaar, is de kleine vijfjarige Mare de hoofdpersoon, maar anders dan meestal in dergelijke boeken heeft zij twee broers. De middelste is Geert en dat is een lieve, rustige broer. De oudste, Sil, kan heel lief zijn, maar kan ook ontzaglijk vervelend doen. Sil is een beetje een probleem, ook voor zijn ouders.

Op een dag wordt Mare ziek op school. Haar moeder is niet thuis want die werkt, haar vader zal naar huis komen maar die werkt in een andere stad, er is geen juf of meester met een auto op school (herkenbare problemen allemaal) en dus zal Sil zijn zusje naar huis brengen. Kleine Mare krijgt geen voet meer voor de andere en haar broer draagt haar helemaal naar huis. Daar stopt hij haar in bed, zet thee, hakt een ui in stukken omdat dat schijnt te helpen tegen een verstopte neus, smeert crème op haar keel hoewel Mare dat walgelijk vindt, bedelft haar onder dekbedden en zegt: `Als papa niet komt, dan krijg je straks hoestdrank van me. En dan ga ik sinaasappels voor je uitpersen. En je voorlezen. Als je nog erger ziek wordt, ik bedoel – heel erg, zodat je bijna doodgaat, dan breng ik je naar het ziekenhuis. In het karretje. Dan mag je wel onder de dekbedden blijven liggen hoor. Of ik bel het alarmnummer. Als je heel erg gaat bloeden of zo. Misschien kan papa wel helemaal niet komen.' Etc. etc. Weinig geruststellende dingen zegt hij, maar ze zijn allemaal heel duidelijk heel goed bedoeld.

De lieve Sil is grappig en vertederend, de vervelende zou je een klap willen geven. Dat zegt iets over het vermogen van Selma Noort om levensechte kinderen neer te zetten, dat kan ze werkelijk heel goed. Bovendien is ze goed in het beschrijven van intimiteit zonder dat het allemaal overdreven knus wordt. Ouders reageren als ouders, kinderen als kinderen. Het is gewoon wat ze in dit boek beschrijft, er komen geen boeven of spoken in voor, er is niets ergs en toch is het allerminst saai of vervelend braaf.

Slechts één keer valt Noort echt uit haar toon, dat is als ze een van de broers een verwijt laat maken aan de andere. ```Gisteren...' zegt Geerten ineens. ``Dat was een rotstreek van je, Sil.' Dat klinkt ineens heel boekig, met dat `gisteren...' en dan de naam noemen ook. Maar verder is het bewonderenswaardig hoe natuurlijk Noort schrijft, iets wat alleen bereikt kan worden door veel te stileren.

Misschien komen er nog meer boeken over deze drie zeer gewone kinderen die heel gewone dingen meemaken en heel gewone ouders hebben en over wie je toch leest alsof het om even zovele bijzondere gebeurtenissen gaat. Het bijzondere van het gewone, dat heeft Noort hier te pakken. Binnen de soort `belevenissen dicht bij huis' is dit niet het meest opmerkelijke boek, maar het is wel een sympathieke representant van het genre. Een gewoon bijzonder boek voor gewone bijzondere beginnende lezers, of voor gewone ouders om 's avonds aan hun kinderen voor te lezen.

Selma Noort: Met de koppen tegen elkaar. Leopold, 90 blz. ƒ27,50

    • Marjoleine de Vos