Een ander soort bijbel te Lvov

Betere matrassen dan die in het Grand Hotel van de Oekraïense stad Lvov zijn er niet. De lobby beneden (met zijn kroonluchters), de receptionist (met zijn radde Engels) en de sfeer (die terugvoert tot de dagen van keizerin Sissi) maken het Grand sowieso tot een lusthof in deze uitgewoonde stad.

Ik verbleef er twee etmalen en was bijna vertrokken zonder te weten dat ik mij op historische grond bevond. Of – anders gezegd – dat mijn bed precies in het hart van een bedevaartsoord stond. Zo zouden althans de volgelingen van Leopold von Sacher-Masoch (1836-1895) de locatie van mijn hotelkamer omschrijven. Maar ik wist niet wie Von Sacher-Masoch was, en daarom ontging mij de toegevoegde waarde van het Grand Hotel Lvov.

De avond voor vertrek informeerde ik bij het reisbureau van het hotel naar treinkaartjes richting Transkarpatië, mijn volgende bestemming. Een nette student van het Polytechnisch Instituut, Igor geheten, belde vergeefs het informatienummer van de spoorwegen. Hij vertelde over de onderdanige rol die hij moest vervullen, op het kruiperige af, om bij de telefonistes ook maar het geringste gedaan te krijgen. ,,Het is hier vreemd gesteld'', zei Igor met de hoorn tussen schouder en oor geklemd. ,,In relaties met mannen domineren bijna altijd de vrouwen. Af en toe is het andersom. Maar gelijkwaardigheid komt bij ons niet voor.''

Igors collega Claudia, die nagelvijlend had meegeluisterd, knikte instemmend. ,,Dat was al zo in de tijd van Von Sacher-Masoch'', zei ze met een slap beweginkje van haar hand. Pas nu begon er bij mij iets te dagen: was Von Sacher-Masoch wellicht de naamgever van het masochisme? Ik zei dat ik van Markies de Sade had gehoord, de vader van het sadisme. ,,Het kon toch niet zo zijn dat het masochisme...''

Igor liet me niet uitpraten. Hij vergat de spoorwegdames en vertelde dat de schrijver Leopold von Sacher-Masoch, oudste kind van de plaatselijke Oberpolizeimeister, de beroemdste zoon van Lvov was. De kleine Leopold was in een koopmanshuis aan de huidige Vrijheidslaan geboren – exact op de plek waar in 1898 het Grand Hotel was verrezen. ,,Hij schreef scabreuze teksten die tegenwoordig al lang niet meer scabreus worden gevonden'', wist Igor. Ook dit keer knikte Claudia. Een vriendin van haar had na de val van de Sovjet-Unie, toen ook het pornografieverbod verviel, Von Sacher-Masochs novelle Venus in Bont in de Oekraïne uitgegeven. ,,Wacht, ik heb hier ergens nog een exemplaar liggen.''

Voor ik er erg in had bladerde ik door de `Bijbel der Masochisten', het boek waarin de dromer-dilettant Serverin von Koezminski zich als slaaf onderwerpt aan de weduwe Wanda von Doenajeva. Claudia wees me op de bijlagen achterin: de teksten van de contracten die de schrijver in het echte leven met echt bestaande vrouwen sloot. Zo verklaarde hij op 8 december 1869 in plechtige bewoordingen dat ene Fannie von Pistor ,,gedurende zes maanden over hem mag beschikken''. Mevrouw mag alles van hem eisen, mits dat zijn eer ,,als mens en staatsburger'' niet aantast. ,,Van haar kant belooft Fannie von Pistor hermelijnenbont te dragen op momenten dat ze haar wreedheid wil tonen.''

Wat had hermelijnenbont hiermee van doen? Claudia, die het boek van buiten bleek te kennen, wees me op een passage waarin Von Sacher-Masoch een tipje van de sluier oplicht: ,,Ik ben op 27 januari 1836 geboren. Er heerste die dagen een Siberische koude en daarin ligt misschien een verklaring van mijn voorliefde voor pelsjassen, alhoewel daarmee nog niet is ontrafeld waarom ik slechts dan van hermelijn en sabel houd, als het om de schouders van mooie vrouwen ligt gedrapeerd.'' Op zijn tiende, zo vervolgde de tekst, was Leopold in de ban geraakt van de gravin Xenobia X, die hij mocht helpen als ze haar toilet maakte. ,,Eens knielde hij voor haar neer om haar hermelijnen slofjes aan te schuiven. Daarbij kuste hij haar voeten. De gravin lachte en gaf hem een schop, hetgeen de jongen puur genot bracht.''

Igor en Claudia hoopten dat Von Sacher-Masoch een standbeeld in Lvov zou krijgen. Pal tegenover het Grand, of anders in de lobby. Ik verliet het reisbureau zonder treinkaartje, maar met Venus in Bont als aandenken.

Toen ik later op de avond de lift naar mijn kamer wilde nemen, draaide de nachtportier rakelings achter me langs. ,,Do you want a Lvov-girl?'' Ik verstond eerst wat anders. ,,A girl from Lvov, very special.''

Ik tikte op het omslag van mijn boek en zei dat ik nog wat wilde lezen. Hij drong verder niet aan.

Gelegen op de Grand-matras verdiepte ik mij in het huwelijk van Von Sacher-Masoch en de Oostenrijkse Laura Rumelin. ,,Hij had haar overgehaald om hem, tegen haar wil, elke dag te slaan met zwepen die hij zelf had vervaardigd.'' Zoiets had ik verwacht. Maar toen stuitte ik op een zinnetje dat mijn voorstelling van het masochisme volledig overhoop haalde: ,,Von Sacher-Masoch ervoer dit als een stimulans voor zijn literaire prestaties.''