De roep om de sterke man

De cult van de eenling wint het langzamerhand van de cultuur van consensus. Lone Ranger en Marlboro Man worden de nieuwe standaard in de directiekamers van het Nederlandse bedrijfsleven.

Directies en raden van bestuur met een `toevallige' voorzitter en soms wel elf leden, die oer-Hollandse waarden belichamen als overleg en collectieve verantwoordelijkheid, raken uit de gratie. Zij overleggen veel, maar beslissen weinig. Zij zijn niet geënt op de weergaloze versnelling in het zakendoen, dat op internationale schaal wordt opgezweept door internet en naar megalomanie neigende fusies en overnames.

Het ei van Columbus komt, hoe kan het ook anders, uit Amerika, land van cowboys en de sterke man, in zakenjargon de chief executive officer, kortweg ceo. Wie toch Nederlands wil kan zich, vrij naar KPN-bestuursvoorzitter P. Smits, gewoon glimpieper noemen.

Als op drift geraakte olietankers proberen grote concerns hun organisaties op een nieuwe koers te zetten. Unilever, leverancier van voedings- en verzorgingsproducten, gaat het bestuur van zijn twee kernbedrijven op zo'n moderne leest schoeien. De divisies voeding en persoonlijke verzorging krijgen elk een eenhoofdige leiding. De nieuwe structuur tast de positie van de twee co-voorzitters, een Nederlander en een Brit, niet aan.

De nieuwe structuur grijpt in feite terug op de oervorm van de twee fusiepartners Margarine Unie en Lever Brothers uit 1929, zoals de Financial Times constateerde: een zeepfabriek en een margarinefabriek.

Ook afgezien van de vraag hoe internet de verkoop van Unilever-producten zal beïnvloeden hebben gesplitste verantwoordelijkheden zin. De dynamiek van de twee kernbedrijven is verschillend. In de nieuwe voedingsdivisie moeten bovendien drie recente Amerikaanse aankopen worden geïntegreerd, waaronder Bestfoods, dat 49 miljard gulden kostte.

De aankoop van Bestfoods maakt direct duidelijk waarom de twee divisies wel apart bestuurd kunnen worden, maar Unilever zichzelf niet wil splitsen. Het concern heeft zijn huidige reputatie en kredietwaardigheid op de financiële markten hard nodig om het benodigde geld te lenen.

De twee bureaus die financiële rapportcijfers aan bedrijven geven hebben de zogeheten rating van Unilever na de overname van Bestfoods al verlaagd. De schuldenlast maakt Unilever wat kwetsbaarder.

Bij een splitsing van het concern zou ook een boedelscheiding plaatsvinden en worden de vermogens en de schulden verdeeld over twee nieuwe bedrijven. Het is hoogst twijfelachtig dat de voedingsdivisie op eigen kracht effecten ter waarde van ruim 40 miljard gulden op de financiële markten zou kunnen uitgeven. De benoeming van twee ceo's preludeert wel op een splitsing, maar de aankondiging is op zijn vroegst over een jaar.

Unilever volgt met de benoeming van ceo's wel een kleine Nederlandse trend. KPN had het nieuwe organisatiemodel al klaar liggen als de fusie met de Spaanse telefoon- en internetgigant Telefónica in juni wél was doorgegaan. De holding in Londen en het Angelsaksische bestuursmodel, met toezichthoudende commissarissen en verantwoordelijke managers in een gezamenlijke board of directors. De keuze voor een ceo of voor co-voorzitters is daarna vooral een politiek-culturele beslissing. Ten tijde van de fusie oogt het meestal beter om twee voorzitters te hebben, zodat alle medewerkers nog iets van continuïteit blijven herkennen. Fortis en Reed Elsevier losten het met co-chiefs op, maar zijn inmiddels overgestapt op één sterke man. Corus koos daar vorig jaar direct na de fusie al voor.

Shell benoemde twee jaar geleden al ceo's op divisieniveau. ABN Amro reorganiseerde onder het kersverse bewind van bestuursvoorzitter R. Groenink haar activiteiten en zette bij elk één verantwoordelijke manager aan het hoofd. Uitgever Wolters Kluwer deed eerder dit jaar hetzelfde door zijn (zoals dat daar heet) business in vijf clusters te groeperen met elk een ceo.

De angst en onwennigheid om de vernieuwing tot in de hoogste regionen door te voeren zal vanzelf slijten, als de dynamiek van zakendoen dit hoge tempo houdt. Sommige topmanagers zullen de extra macht gewoon naar zich toetrekken. De minister-president is dankzij zijn wekelijks optreden op de tv en veelvuldige onderonsjes met andere (Europese) leiders ook meer dan de voorzitter van de ministerraad.

De nieuwe sterke mannen zijn de `natuurlijke' opvolgers van de 19-de en 20-ste eeuwse oprichters. En zij zullen als beloning vergelijkbare (potentiële) vermogenswinsten claimen uit hun optieregelingen. De trend is inmiddels gezet met regelingen die wel 20 miljoen gulden per manager kunnen opleveren. Voor die bedragen verkochten oprichters van middelgrote bedrijven vijftien jaar geleden nog hun levenswerk. Als volgend jaar of het jaar daarop salarissen van individuele topmanagers openbaar worden zal blijken hoeveel raden van bestuur alle leden nog gelijk belonen.

    • Menno Tamminga