Cuba zonder sterren verdedigt nationale eer

Wereldkampioen Cuba treedt vanavond tijdens de Honkbalweek met een B-selectie aan tegen Nederland. De echte sterren zijn op Cuba gebleven.

Het Cubaanse gevoel van nationale trots liep gisteren een deukje op. De beisbolistas zullen volgende week aan hun honkbalgekke leider Fidel Castro moeten uitleggen dat er in Haarlem met maar liefst 9-1 werd verloren van aartsrivaal Verenigde Staten.

Want de Haarlemse Honkbalweek mag dan voor zowel Cuba als voor de Verenigde Staten van weinig importantie zijn, verliezen van de grote vijand betekent hoe dan ook een mentale tik. Maar de dreun die winnaar van de tweestrijd over zes weken tijdens de Olympische Spelen uitdeelt, zal vele malen groter zijn. De honkballers van Cuba verdedigen daar olympisch goud. De Amerikanen, die voor het eerst met profs aantreden, zijn erop gebrand om de titel te pakken met hún sport.

Alfonso Urquiola, de coach van de Cubaanse ploeg die deze week in Nederland speelt, was gisteren de enige in het Pim Mulier-stadion die weet hoe het voelt om te verliezen en te winnen van de Amerikanen.

Voormalig tweede honkman Urquiola, een van de grootste honkballers die Cuba heeft gekend, was vorig jaar nog de manager van de nationale topselectie. Hij dirigeerde het team dat in maart vorig jaar in het Stadion Latinoamericano de politiek zeer beladen wedstrijd tegen de Orioles uit Baltimore speelde. Voor het eerst in veertig jaar speelde Cuba tegen een team uit de hoogste afdeling uit de VS. De Cubanen leden onder Urquiola een pijnlijke 3-2 nederlaag tegen het Major League-team.

Twee maanden later nam de ploeg van Urquiola revanche. In Baltimore werden de Amerikanen voor eigen publiek met 12-6 vernederd. De Cubanen vierden het feest groots. Enig smetje op de overwinning was de actie van pitching coach Rigoberto Herrera. Hij vroeg politiek asiel en volgde daarmee het voorbeeld van tientallen talentvolle Cubaanse honkballers die in het verleden op dezelfde manier afscheid namen van de nationale ploeg. Eén van de bekendste onder hen is Orlando Hernandez, die twee jaar geleden in de finale van de World Series het shirt van de New York Yankees droeg.

Urquiola bleef Cuba trouw, maar is inmiddels niet meer de manager van de nationale ploeg. ,,Dat is heel jammer'', zei hij deze week. ,,Natuurlijk was ik graag naar de Spelen gegaan. Maar ze hadden me nodig voor de andere teams. Dat moet ik accepteren. Maar ik kijk terug op een mooie tijd. Die wedstrijden tegen de Orioles waren uniek. Het was een prachtige sportieve uitwisseling. Dat is zeker voor herhaling vatbaar.''

Het gevecht tussen Cuba en de Verenigde Staten dat gisteren in het Pim Mulier-stadion plaatshad, was van een onvergelijkbaar kaliber. Amerika speelde met een selectie van spelers uit de universiteitencompetitie (College-competition) en met wie Cuba aantrad, weten ze alleen zelf. In elk geval niet met de ploeg die in september in het Baseball Stadium in Sydney Olympic Park de gouden medaille gaat verdedigen.

Het is elke keer weer een verrassing voor de organisatoren van de Haarlemse Honkbalweek welke selectie naar Nederland komt. Met de Cubanen werd volgens Frits Mulder, vice-voorzitter van het organisatiecomité, afgesproken dat ze met ,,het sterkst mogelijkste team'' zouden komen. Maar dat een dergelijke overeenkomst geen enkele garantie biedt, wisten ze vorig jaar al in Rotterdam. Daar dreigden de Cubanen op het laatste moment zonder opgaaf van reden zomaar af te zeggen voor het World Port Tournament.

Uiteindelijk werd Cuba alsnog overtuigd om een `nationaal team' af te vaardigen. Een gelegenheidsteam, samengesteld uit een willekeurige selectie van spelers uit de nationale liga, reisde alsnog af. Een geluk voor het Nederlands team dat erin slaagde om historie te schrijven. `Cuba' werd in de eindstrijd verslagen.

En ook vanavond hoeft Nederland zich niet bij voorbaat kansloos te achten. Echte sterren als Omar Linares, José Contreras en Antonio Pacheco behoren namelijk tot de groep van Cuba's dertig beste honkballers die niet naar Nederland zijn gekomen. Zij reizen volgende week naar Japan om zich serieus voor te bereiden op de Olympische Spelen.

Nummer 31 tot en met 50 van de olympische selectie werden onder leiding van coach Alfonso Urquiola naar het `pre-olympisch toernooi' in Haarlem gestuurd. Volgens Mulder van het organisatiecomité zouden er achttien spelers van deze groep nog in aanmerking komen voor de Spelen. ,,Tenmiste dat vertelde de coach mij bij aankomst. Wij zijn wel tevreden over deze groep Cubanen'', stelde Mulder. Navraag bij Urquiola leert dat er hooguit een paar spelers nog een kleine kans maken om naar Sydney te gaan. Urquiola: ,,Het zou kunnen dat er nog een speler nodig is, maar het kan ook zijn dat er volgend jaar van deze groep niemand meer bij de beste 50 zit.''

Cuba won in Haarlem van Italië, Taiwan en Japan, maar kon het publiek nauwelijks bekoren. Na het echec van gisteren tegen Amerika móet meervoudig wereldkampioen Cuba vanavond van Nederland winnen om zich voor de finale van zondag te plaatsen.

Verrevelder Osmani Urrutia, die volgens coach Urquiola nog een kleine kans maakt op `Sydney', is ervan overtuigd dat zijn Cuba zowel in Haarlem als in Australië de titel verovert. Als een volbloed Cubaan dreunde hij zijn ingestudeerde antwoorden op: ,,Wij zijn hier in naam van ons land. In naam van de revolutie. Wij zijn altijd trouw aan ons land. Het mooiste cadeau dat ik mee terug kan nemen naar Cuba is de gouden medaille. Dat is mijn droom.'' De 23-jarige honkballer besloot het vraaggesprekje met een wedervraag. ,,Hoeveel geld krijg ik eigenlijk voor dit interview?''