`Toezicht moet in één hand'

Het toezicht op de uitvoering van de sociale zekerheid moet ingrijpend veranderen, vindt Tobias Witteveen, voorzitter van toezichthouder CTSV.

Maandenlang is er nagedacht en gediscussieerd over de toekomst van de sociale zekerheid. Een fikse ruzie tussen kabinet en sociale partners zette zelfs het zo bejubelde poldermodel onder druk. Uiteindelijk rolde er een akkoord uit over een nieuw stelsel, waarin alles anders wordt. Zo worden de vijf instellingen die WW- en WAO-uitkeringen verzorgen, samengevoegd tot één nieuwe uitkeringsfabriek.

Alleen over het toezicht op de uitvoering van de sociale zekerheid was één A4-tje geschreven. Een beetje aanpassen van de huidige toezichtorganen was wel voldoende. ,,Toezicht was de sluitpost'', zegt Tobias Witteveen, sinds een half jaar voorzitter van het College van Toezicht Sociale Verzekeringen (CTSV). ,,Terwijl dit ongelofelijk belangrijk overheidsbeleid is. Het treft veel mensen en er gaan miljarden in om. Goed toezicht op de sociale zekerheid is daarom blijvend van groot belang.''

Het openbaar bestuur bestaat uit beleid, uitvoering en toezicht. Kabinet en ministeries bedenken nieuw beleid, de uitvoering ervan is vaak uitbesteed aan zelfstandige bestuursorganen, en het toezicht hangt er vaak ergens tussenin. Hiermee worstelt de overheid, vindt Witteveen. Zo berust in de sociale zekerheid een deel van het toezicht bij verschillende afdelingen van het ministerie, een ander deel ligt bij het CTSV. ,,De wijze waarop je het toezicht regelt zou consequenties moeten hebben voor de inrichting van de rest van het systeem. Maar toezicht komt er maar al te vaak achteraan.''

Mr.dr. T.A.M. Witteveen is oud-griffier van de Tweede Kamer en zijn vorige functie was secretaris van de Algemene Rekenkamer. Sinds maart is hij voorzitter van het CTSV. En nu bepleit hij al grote veranderingen voor dit instituut. Want met de reorganisatie van het stelsel van sociale zekerheid moeten ook de bestaande toezichthouders op dit terrein reorganiseren, vindt Witteveen. Staatssecretaris Hoogervorst (Sociale Zaken) zit inmiddels ook op deze lijn.

Hoe moet het toezicht op de uitvoering van de sociale zekerheid dan worden ingericht?

,,Het nieuwe stelsel beoogt met de centra voor werk en inkomen (het regionale loket waar mensen terechtkunnen voor een uitkering en bemiddeling naar werk, red.) en de vorming van één uitkeringsinstantie meer samenhang in het sociale beleid. Niet alleen een WW-, WAO- of bijstandsuitkering verstrekken, maar ook snel kijken hoe iemand weer aan het werk kan.

,,Dus moet ook het toezicht in één hand komen. Het toezicht dat het ministerie zelf uitoefent, wordt dan gekoppeld aan de taken van het CTSV. Ik zeg dit niet vanuit ons eigen belang, maar in het belang van goed toezicht. Wij opereren al op afstand van het ministerie. Maar de minister is nu zelf verantwoordelijk voor beleid én voor het toezicht op Arbeidsvoorziening (de landelijke organisatie van arbeidsbureaus, red.) en de gemeenten die de bijstand verstrekken. Dat is een onheldere situatie. Beleid, uitvoering en toezicht moet je zeker in een sector als de sociale zekerheid zoveel mogelijk scheiden. Die twee laatste functies kun je het beste onderbrengen in zelfstandige bestuursorganen die los van het ministerie opereren.''

Dat is een opmerkelijke uitspraak voor een oud-Rekenkamer-man. De Rekenkamer heeft toch juist altijd kritiek gehad op de wildgroei aan zbo's?

,,De Rekenkamer is altijd geafficheerd als tegenstander van zbo's. Maar met de uitspraken over wildgroei bedoelde de Rekenkamer dat er sprake was van een warrige situatie, waarin geen duidelijkheid bestaat over de mate van zelfstandigheid noch over de manier waarop een zelfstandig bestuursorgaan zich moet verantwoorden.''

Vindt u dat ministers nog te veel voor details verantwoordelijk worden gesteld?

,,Ja, mede als gevolg van het feit dat verantwoordelijkheden onduidelijk geregeld zijn. Kamerleden stellen gedetailleerde vragen, en dat moeten ze vooral blijven doen. Maar een minister moet anders redeneren. Ben ik wel verantwoordelijk voor fouten in de uitvoering? Hebben we de uitvoering van het beleid nu juist niet op afstand geplaatst? Maar hij antwoordt toch vaak rechtstreeks. Dat alles via de ministeriële verantwoordelijkheid naar het parlement moet worden geleid, vind ik een ouderwetse benadering. De minister zou juist meer voor het systeem als zodanig verantwoordelijk moeten zijn. Het systeem moet zo ingericht zijn dat het zichzelf in evenwicht houdt. Onafhankelijk toezicht kan daarvoor heel belangrijk zijn.''

Toch wordt onder invloed van de Rekenkamer ook in de Tweede Kamer gepleit voor een halt aan verdere `zbo-ïsering'.

,,Mijn reactie daarop is: accepteer nou dat de overheid zich anders inricht. Het is een illusie dat je de zaak inzichtelijker maakt, als je functies weer gaat clusteren. Dat is de oplossing van gisteren voor een probleem van vandaag. Reageer niet defensief maar offensief en probeer het proces van een terugtredende overheid in goede banen te leiden.''

,,De Tweede Kamer zegt in zijn opgewekte ogenblikken dat het in de debatten over de hoofdlijnen moet gaan, en niet over eindeloze details. Dan ligt het toch erg voor de hand het systeem zo in te richten dat het ook echt over de hoofdlijnen kan gaan.''

Het parlement kun je een politieke toezichthouder noemen. Hoe staat u tegenover de wens van fractieleiders om een onderzoeksbureau op te richten dat Kamerleden moet helpen hun taak beter uit te oefenen?

,,Ik was verbaasd over de stellige manier waarop werd aangekondigd dat er zo'n bureau zou komen. Er wordt al jaren over gepraat. Ik vrees dat een echt, goed ondersteunend bureau dat helpt om de stroom aan informatie behapbaar en toegankelijk te maken, en om de goede vragen te stellen, er niet zo snel komt. De leidende figuren in het parlement zullen dat toch ervaren als iets wat het politieke proces onbeheersbaar maakt. Het maakt de mogelijkheden minder groot om informatie te monopoliseren en daar op een eigen manier mee om te gaan.

Maar ik zou het echt een doorbraak vinden als het er toch van komt. Als een symptoom van een andere manier van denken, niet meer vanuit de politiek van alledag geredeneerd, maar vanuit het idee dat de Tweede Kamer een instituut is met een echte controlerende taak.

,,Maar wat er ook gebeurt: Kamerleden hebben altijd behoefte aan betrouwbare informatie. Daarom moeten zij zuinig omspringen met de onafhankelijke toezichthouders.''