`Toetsing van euthanasie vooraf'

. De toetsing of artsen bij euthanasie alle zorgvuldigheidseisen toepassen zou niet meer achteraf moeten plaatsvinden maar vooraf. Dit is nodig vanwege het ingrijpende en onherroepelijke karakter van de beslissing van de arts.

Dit betoogt prof.dr. H. Leenen in Medisch Contact van deze week. Leenen is voorzitter van de begeleidingscommissie van het project Steun en Consultatie bij Euthanasie in Nederland (SCEN). Dit project beoogt de consultatie die artsen verplicht zijn te doen, op een hoger peil te brengen door consulenten op te leiden. Volgens Leenen moeten er door het hele land SCEN-organisaties komen. Met name huisartsen, die het meeste euthanasie verrichten, zullen hierdoor voordat ze euthanasie toepassen, deskundiger advies krijgen. Nu is het al zo dat artsen een collega moeten consulteren.

Het voorstel van Leenen zou een marginalisering betekenen van de rol van de regionale toetsingscommissies. Deze zijn in november 1998 ingesteld en moeten euthanasiegevallen achteraf toetsen. Als deze commissie vindt dat euthanasie niet juist is toegepast, wordt dit gemeld bij justitie. In 1999 werd 2.216 keer euthanasie gemeld en handelden artsen volgens de commissies in alle gevallen zorgvuldig.

Leenen pleit ervoor dat de toetsingscommissie alleen nog worden ingeschakeld als de arts geen gebruik maakt van een consulent van SCEN. Als hij dat vooraf wel heeft gedaan, is volgens Leenen nog slechts marginale toetsing nodig. Dit kan geschieden door de gemeentelijke lijkschouwer, die bij euthanasie en hulp bij zelfdoding toch al in het kader van de Wet op de lijkbezorging moet optreden.

In een wetsvoorstel dat nog door de Tweede Kamer moet worden goedgekeurd, wordt euthanasie en hulp bij zelfdoding niet langer strafbaar gesteld als de arts zorgvuldig heeft gehandeld.