Slobberende penoze

Twee hardnekkige cliché's over Rotterdam. Eén: in Rotterdam is niks te doen. Twee: de kroegen liggen zo ver uiteen dat Vierdaagse-ervaring tot aanbeveling strekt.

Tussen Rotterdam en de horeca is het nooit meer goed gekomen sinds de Duitsers in mei 1940 het stadscentrum renoveerden, zo heet het. Het Rotterdam van steegjes en volkskroegen verdween in de Duitse vuurzee. De stadsvaders vulden het gat met een modernistische binnenstad, waarin de functies rigoreus waren gescheiden. Wat vertier rondom het Schouwburgplein, winkelen op de Lijnbaan, banken aan het Blaak, hier en daar een woontoren, en verder vooral veel werken.Zo onstond een stadshart waarin stappers wegwaaien in de windgangen tussen de kantoren. Dat in de wijken rond dit gapende vacuüm nog wat flarden horeca lagen, bood onvoldoende compensatie. Kleurloos, dorps en versnipperd, zo dacht en denkt de rest van Nederland vaak over uitgaan in Rotterdam.

Daarmee in strijd zijn de superlatieven die Rotterdammers voor hun eigen uitgaansleven over hebben: `punkcentrum van Nederland', `hoofdstad van de house', `de wieg van de gabber' of `R&B-stad bij uitstek'. Feit is dat Rotterdam lucht en ruimte biedt voor experimenten. Het mist de warmte, maar tevens de mufheid van aartsrivaal Amsterdam. Dat geldt ook voor het uitgaan. Waar je op zaterdag in Amsterdam eindeloos in de rij staat voor tjokvolle, zweterige disco's, biedt Rotterdam een minstens zo breed scala aan discotheken, maar ruimer, minder kneuterig en vrij van toeristen of provincialen.

Wel is het Rotterdamse uitgaansleven gesegregeerder dan elders. Nederlands, Surinaams, Kaapverdiaans, Antilliaans, Turks en Marokkaans drinkt en danst op verschillende plaatsen. Elke horeca-concentratie trekt zijn eigen publiek. Rondom het Schouwburgplein (twee schouwburgen en een mega-bioscoop om een postmodern plein van staal, rubber en hout), klinkt bedaagde jazz uit de naborrel-kroegen voor theatergangers. Vlak daarnaast ligt het Stadhuisplein, tijdens het afgelopen Euro 2000 dreunend van het Oranjegehos, de rest van het jaar niet minder volks. Een naburige opeenhoping van gelegenheden getuigt van de Rotterdamse fascinatie voor Amerika. Platte Amerikaanse glamour voert de boventoon in, onder meer, American Dream, Micks Breakaway Café, Baya Beach Club en Settlers. Hier kan je tussen steaks en square-dansende serveersters een ijzeren stier berijden, onder plastic cactussen bierpullen legen, op een nep-strand cocktails bestellen bij nep-blondines.

Studenten plegen zich 'snachts op te houden aan de Oosterzeedijk en de Oude Haven. Het eerste gebied biedt een bescheiden concentratie aan bruine kroegen, het tweede een extravaganza van kantelende kubuswoningen, oude schepen, goedkope restaurants en middle-of-the-road-discotheken. Hoog-opgeleiden en randgroepen zoeken het in de Witte de Withstraat en het wilde westen van Rotterdam. De Witte de Withstraat – tot het vertrek van NRC Handelsblad en Algemeen Dagblad Rotterdams' eigen Fleetstreet – was tien jaar geleden nog een straat van shoarma-tenten, illegale gokhuizen en gribus-kroegjes, nu wordt de Witte de With gedomineerd door galerieën, nieuwe kroegen en het eerste allochtone Grand Café van Rotterdam: Bazar.

In het westen van de stad, langs het lange lint van de Oude en Nieuwe Binnenweg, liggen veel kleine kroegen en koffieshops, halverwege doorsneden door de 's Gravendijkwal, waar foute seksclubs, koffieshops, restaurants en kroegen schouder aan schouder staan. Nieuw Revu noemde de Nieuwe Binnenweg eens de `gevaarlijkste straat van Nederland', wat meer over Nederland zegt dan over de Binnenweg. Evenwijdig aan de Binnenweg loopt de Kruiskade, een lint van allochtone winkeltjes en Surinaamse stamkroegen.

Deze opsomming is incompleet. Er zijn nog horeca-concentraties rondom de Delfshaven, Rotterdams' enige oude gracht, rond de gloednieuwe Entrepot-haven op de Kop van Zuid, in het Oude Noorden en in Kralingen. Maar het punt is dat, ondanks deze versnippering, de horeca-dichtheid in het centrum van Rotterdam inmiddels groot genoeg om te stappen zonder auto. Als voorbeeld beginnen we om tien uur 's avonds op Centraal Station en lopen recht de Mauritskade-Westersingel op, een singel die de naam heeft saai te zijn. Dat valt mee. Eerst bezoeken we de Consul, een tjokvolle bruine kroeg waar het interieur de afgelopen twintig jaar onveranderd is gebleven. Via Vibes, een toegankelijke, pretentieloze discotheek, bereiken we het Tramhuis, een kroegje met een moeilijk te definiëren cliëntèle. Daarna lopen we langs de overkant van de singel terug naar CS. Matjes, gouden kettingen en snorren voeren de boventoon in de Maurits Bar, waar de Rotterdamse afdeling van neo-nazi partij CP'86 zijn complotten placht te smeden. Twee deuren verder dansen middelbare Surinaamse heren en blonde vrouwen de salsa in La Luna, nog wat verderop roeren intellectuelen in hun cappucino in het naar een De Stijl-ontwerp nagebouwde café De Unie. En weer een deur verder galmt de trance uit een pikdonker, met hologrammen versierd café. Spa rood is hier het meest in trek. Zo levert een halve kilometer Rotterdam binnen acht uur een zeer gevarieerde avond stappen op.

Rotterdam heeft geen ongelimiteerde sluitingstijden meer. Voormalig burgemeester Peper schafte die af omdat hij, zoals elke Rotterdamse horeca-ondernemer stellig gelooft, na zijn eigen drooglegging de hele stad van zijn drankprobleem wilde afhelpen. Veel schade heeft dat niet aangericht. Naast de vele clubs en disco's kan je in de ochtenduren terecht in het donkerbruine nachtcafé de Pijp, een met honderden stropdassen gedecoreerde pijpela waar penoze-types schalen oesters leegslobberen. Maar dit soort juweeltjes weet alleen de Rotterdammer te vinden. Want in de regel blijft het leukste, beste en grappigste in Rotterdam voor vreemdelingen onzichtbaar. IJzerman, mogelijk het kleinste restaurant van Nederland, zomer-terras Senne in de stille Veerhaven, funk-disco-restaurant De Blauwe Vis, verborgen in een voetgangerstunnel onder het Weena, avant-garde danspaleis Now & Wow, weggestopt in een havengebied. En verborgen moet het blijven, zeker voor sukkels van buiten de stad.