Paul Spies toont op zijn foto's de sfeer van Bali

Vol verbazing keken de kolonialen op Java naar de vele Europese kunstenaars die zich vanaf de jaren dertig op Bali vestigden. In houten huizen, zomaar tussen de inlanders. Wie de foto ziet van schilder Rudolf Bonnet in zijn atelier, zal die verbazing niet delen. Eerder vraagt men zich af waarom niet nog meer kunstenaars voor Bali hebben gekozen. In korte broek en op slippers staat Bonnet te werken aan een groot schilderij, zo ontspannen dat het lijkt alsof hij poseert voor een collega-schilder in plaats van voor een fotograaf. Licht is er volop in de open ruimte. De Nederlandse jaren vijftig zijn heel ver weg. Een andere foto toont Bonnet op de veranda van zijn huis, en ook dat ziet er paradijselijk uit.

Beide foto's zijn gemaakt door Paul Spies en te zien op een kleine tentoonstelling van zijn werk in het Tropenmuseum. Spies (Rotterdam, 1904), kwam in de jaren twintig naar Nederlands-Indië en werkte bij verschillende agentschappen van de Javasche Bank, vanaf 1949 als algemeen directeur. Regelmatig verbleef hij op Bali, waar hij bevriend raakte met de daar levende schilders. Ze woonden in en rond het dorp Ubud, dankzij een aantal musea nog steeds het artistieke hart van het eiland. Veel contact had hij met zijn naamgenoot Walter Spies (geen familie), de Duitse schilder/musicus die net als Bonnet veel heeft gedaan om de Balinese schilderkunst te `moderniseren' en in Europa onder de aandacht te brengen. Paul Spies fotografeerde zijn vrienden, maar ook landschappen, rituelen, dansers en vissers. Uit de experimenten met tegenlicht en detailopnamen van prauwen blijkt zijn ambitie om meer te willen zijn dan een verslaggever.

Ook de veelomvattende titel van de expositie suggereert dat de foto's van Spies de vergelijking met schilderkunst zouden kunnen doorstaan. Die pretentie rust te zwaar op deze 55, met 6x6 camera gemaakte foto's, geselecteerd uit ruim duizend stuks die door een nicht van Rudolf Bonnet aan het Tropeninstituut zijn geschonken. De grijs getinte opnamen zijn mooi en sfeervol, maar slechts een handvol foto's is krachtig genoeg om echt de aandacht te trekken. Een bijna grafische afbeelding van een jongen met grote hoed, op de rug gezien, in een heuvellandschap. Een dromerig jongetje, klaar om te gaan dansen, erotiserend door zijn androgynie.

Niet toevallig vallen juist de jongens op: hun aanwezigheid droeg voor Spies, net als voor Rudolf Bonnet en Walter Spies, aanzienlijk bij aan het aangename leven op Bali. De tentoonstelling verwijst er heel discreet naar in het bijschrift bij drie foto's van een mannelijk naakt op het strand. Het model is de Indonesische vriend van Spies.

Gezien de summiere informatie over de fotograaf lijkt het Tropenmuseum te accepteren dat zijn werk nauwelijks op zichzelf kan staan. Over Paul Spies, in 1963 – wellicht als spion voor de CIA – vermoord in Laos, wordt men niet veel wijzer. Zijn verdienste is toch vooral zijn vriendschap met beroemde schilders. De foto die hij maakte in navolging van `Iseh im Morgenlicht', een schilderij van Walter Spies, is niet opmerkelijk, het portret dat hij van de schilder maakte is dat wel. Enigszins halfslachtig wordt Paul Spies nu gepresenteerd als kunstzinnig fotograaf. Vermoedelijk komt hij beter tot zijn recht als betrokken chroniqueur van de Balinese kunstkringen.

Tentoonstelling: Mystiek: kunstenaars en tegenlicht op Bali. Foto's van Paul Spies 1930-1958. Tropenmuseum, Linnaeusstraat 2, Amsterdam. T/m 15 okt.