Opvang Libanezen

OPVANG IN DE `eigen regio' is een van de grondbeginselen van het Nederlandse vluchtelingenbeleid. Het heeft iets van een bezweringsformule, en in de praktijk wordt er lang niet altijd naar gehandeld – zie de stroom asielzoekers – maar dat neemt niet weg dat er solide redenen zijn om er aan vast te houden. Al was het alleen al omdat opvang elders doorgaans een stuk goedkoper is. Er is wel eens berekend dat verblijf in Nederland driemaal zoveel kost. Gezien de enorme aantallen van ontheemden in de wereld, is dat een niet te verwaarlozen argument.

Opvang in de regio kan helpen de mate van ontworteling te beperken van mensen die toch al op traumatische wijze van huis en haard zijn verdreven. Het is natuurlijk voor alles onmisbaar om de druk op met name de Westerse immigratielanden nog enigszins beheersbaar te houden. Gezien de verdeling van vluchtelingenproblemen over de wereld met concentraties in delen van Afrika, het Midden-Oosten en Zuid- en Zuidoost-Azië treft opvang in de regio echter vaak landen die toch al hopeloze problemen hebben. Het beginsel brengt dan ook een dure plicht tot hulpverlening aan deze frontlijnstaten met zich mee.

KOMT ISRAEL hiervoor in aanmerking? Dat is de vraag na het verzoek van de regering-Barak aan een aantal landen, waaronder Nederland, om een contingent oudstrijders van het Zuid-Libanese leger en hun familieleden op te nemen. Vanuit het asielbeleid geredeneerd kan het antwoord kort en negatief zijn. Dat de met Israel verbonden Zuid-Libanezen na het opgeven van de veiligheidszone serieus gevaar lopen, valt moeilijk te ontkennen. Maar dit is typisch een probleem dat dient te worden opgevangen in de regio.

Israel heeft bewezen zeer wel in staat te zijn grote groepen immigranten op te vangen. De Zuid-Libanezen, aan wie het land duidelijke verplichtingen heeft, kunnen daar nog wel bij. Ook al valt het aantal van zesduizend wellicht wat tegen. Nederland heeft dan ook terecht medewerking geweigerd. Er is voorzover bekend niet sprake van een signaal van het Hoge Commissariaat voor de vluchtelingen van de Verenigde Naties dat de Zuid-Libanezen de draagkracht van Israel te boven gaan.

TOCH IS de Nederlandse weigering volgens sommigen opmerkelijk gezien de vriendschappelijke betrekkingen tussen de beide landen. Vanuit het asielbeleid bezien vormt dat juist een extra argument overname van ontheemden te weigeren. Israel kan immers gelden als ,,een veilig land van eerste opvang''. Het is een grondbeginsel van het Nederlandse vluchtelingenbeleid dat dit vóór gaat. Net als opvang in de regio is dit beginsel een van de pijlers van de – overigens moeizame – harmonisatie van het asielbeleid binnen de Europese Unie.

Er moeten zeer sterke redenen zijn om daar van af te wijken. Het asielbeleid is niet immuun voor politieke overwegingen. Ook hier is het hemd soms nader dan de rok.

Duitsland heeft toegezegd een aantal Zuid-Libanese militiamensen op te nemen als een blijk van waardering voor de ontruiming van de veiligheidszone door Israel. Dat is typisch het soort aangelegenheid waarbij Nederland pleegt te verwijzen naar de noodzaak van een gezamenlijk Europees optreden.