Nederland volgt advies UNHCR

Nederland neemt geen naar Israel gevluchte Libanese militairen op. De regering baseert zich op het oordeel van de VN en komt daarmee tegemoet aan de wens van de regeringsfracties.

De Nederlandse regering volgt in haar afwijzing van het Israelische verzoek om `hervestiging' van ex-leden van het South Libanon Army (SLA) het oordeel van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor Vluchtelingen (UNHCR).

Nederland vindt dat huisvesting van ex-SLA-mensen elders ,,niet noodzakelijk'' is en meent bovendien dat Israel voor hen een eigen verantwoordelijkheid heeft nadat zij bijna twintig jaar hadden geholpen bij de bezetting van een veiligheidszone in Zuid-Libanon, die Israel 24 mei heeft ontruimd.

Dat blijkt uit de verklaring die de ministeries van Buitenlandse Zaken en Justitie gisteren hebben uitgegeven, nadat tijdelijk zaakgelastigde Johanna van Vliet de regering in Tel Aviv had laten weten dat Nederland hiertoe `geen mogelijkheden' ziet. Israel kwam op 29 juni met het verzoek een groep van twintig SLA-leden met hun familie op te nemen. Volgens Buitenlandse Zaken ging het in totaal om zo'n honderd mensen, niet om drie honderd zoals eerder aangenomen.

Buitenlandse Zaken en Justitie wijzen er op dat de UNHCR geen `onmiddellijke noodzaak' ziet voor huisvesting elders van ex-SLAleden, omdat zij in Israel een verblijfsvergunning voor een jaar hebben gekregen en de toezegging dat de eventuele aanvraag van een Israelisch paspoort welwillend zal worden bekeken.

,,Voor de Nederlandse regering is het standpunt van de UNHCR van groot belang. De Nederlandse regering is daarom van mening dat Israel ten opzichte van de ex-SLA-leden, die in feite jarenlang voor Israel hebben gewerkt, een eigen verantwoordelijkheid heeft'', zegt de verklaring van Buitenlandse Zaken en Justitie. De regering meent voorts dat de in meerderheid Frans sprekende en christelijke ex-leden van de SLA, ,,voor zover zij zich niet hebben schuldig gemaakt aan mensenrechtenschendingen of oorlogsmisdrijven, opnieuw een plaats zouden moeten vinden in de Libanese samenleving''.

Het kabinet komt hiermee tegemoet aan het standpunt van de woordvoerders van de regeringsfracties in de Tweede Kamer, die eerder deze week al duidelijk maakten niet te voelen voor het opnemen van de Libanezen. Ook zal de Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen, de Japanse Sadako Ogata, met plezier kennis hebben genomen van het feit dat Nederland zich zo laat leiden door het oordeel van haar VN-organisatie. Ruim een maand geleden toonde zij zich – op bezoek in Nederland – zeer bezorgd over de nieuwe Vreemdelingenwet die de Tweede Kamer even daarvoor had aangenomen. Bij die gelegenheid waarschuwde zij: ,,Europa mag geen fort worden.''

In Israelische media heeft de Nederlandse afwijzing vanmorgen nauwelijks aandacht gekregen.