Moderne burger is afkerig van betutteling

Hoe boeiend is het politieke en maatschappelijke debat in Nederland? Eisse Kalk over modern engagement. Deel 2 van een serie: het gesprek tussen publiek en politiek.

Hij wordt even flink nijdig. ,,Wat nou geen debat?'' De suggestie dat de maatschappelijke betrokkenheid van burgers is afgenomen, irriteert Eisse Kalk in hoge mate.

,,De behoefte van burgers om mede vorm te geven aan hun samenleving leeft meer dan ooit. En hun idealen zijn eerder toegenomen dan afgenomen'', zegt de directeur van het Instituut voor Publiek en Politiek, een onafhankelijke instelling gericht op het bevorderen van publieke deelname aan politieke besluitvorming.

De moderne burger mist geen engagement. Maar heeft wel een afkeer van de betutteling waarmee politiek vaak wordt geassocieerd. En is allergisch voor politieke spelletjes. Kalk: ,,Mondige burgers willen graag meepraten, maar ze willen niet van alles voorgeschreven krijgen. Je kunt als bestuurder niet meer komen aanzetten met het verhaal: wij vertegenwoordigen het algemeen belang, u komt alleen op voor een deelbelang.''

Burgers zoeken het debat volop. Neem de lopende discussie over de inrichting van Nederland. Meer dan 17.000 Nederlanders gaven de afgelopen maanden via internet en regionale kranten aan hoe minister Pronk in de toekomst ruimte moet geven aan wonen, werken en recreëren. Zelf ziet Kalk een boer uit Rockanje, een onderwijzeres van Texel en een Rotterdamse taxichauffeur voor zich. Een groot aantal keren kwamen zij naar Amsterdam om deel te nemen aan een gespreksgroep die minister Pronk van advies moest dienen bij het schrijven van zijn Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening.

Met zijn instituut helpt Kalk gemeenten bij het ontwikkelen van nieuwe vormen van debat en overleg. Het model: praat in een zo vroeg mogelijk stadium met burgers en doe dat op basis van gelijkheid. De aanpak werkt goed als raadsleden hierin een actieve rol vervullen.

In Deventer en inmiddels ook in andere gemeenten als Nijmegen en Zaanstad is geëxperimenteerd met een aanpak waarbij gemeenten wijkbewoners een budget geven voor voorzieningen, die ze zelf mogen realiseren en waarvoor ze achteraf verantwoording moeten afleggen.

Maar het liefst houden overheden de zaken in eigen hand en ontwikkelen bestuurders hun plannen en voeren raadsleden er in het stadhuis politieke strijd over. En mag de burger vooral toekijken, want die heeft zijn mening immers al via de inspraak kunnen geven.

Kalk: ,,Wij proberen bestuurders en volksvertegenwoordigers te winnen voor een andere methode. Wij vragen hun ruimte te geven aan wat ik noem de agenda van de burger. De agenda van het bestuur zit altijd goed in elkaar, maar weet de bestuurder eigenlijk wel wat de burger wil? Nee, want de bestuurder en ook de volksvertegenwoordiger zoekt de burger nauwelijks op.''

In De Bilt is onlangs een toekomstvisie ontwikkeld met burgers. Raadsleden kregen het verzoek met burgers te bellen en te vragen wat zij vonden over de ontwikkeling van een nieuwe woonwijk. ,,De visie van burgemeester en wethouders stond keurig op papier, en wat zeiden de inwoners: `het gaat alleen maar over huizen en gebieden, en niet over mensen'. Zo'n reactie geeft precies aan waar het scheef zit.''

In Eibergen oefenden raadsleden op een andere manier met directe democratie. Zij mochten bij een project over plattelandsvernieuwing huiskamerbijeenkomsten leiden en kwamen zo rechtstreeks met burgers in debat.

Kalk: ,,Burgers zijn niet afkerig van politici met een mening, maar ze hebben een broertje dood aan politici die hun keuze al hebben gemaakt. En ze hebben weinig op met politici die zich achter partijstandpunten verschuilen.''

In veel gevallen staan bestuurders en volksvertegenwoordigers meer invloed voor de burger gelijkelijk in de weg, oordeelt Kalk. De bestuurder is nog altijd dominant en raadsleden besteden het overgrote deel van hun tijd aan meebesturen. Kalk: ,,Dit land is overwoekerd met bestuurders. Je bent hier pas iemand als je macht verwerft en die ook weet te behouden. De Haagse praktijk vind ik het meest vergaand: Tweede-Kamerleden die zich afhankelijk maken van ministers en pas een standpunt hebben als de minister een nota heeft geschreven.''

Burgers hebben volgens Kalk steeds vaker bedenkingen over de rol van hun volksvertegenwoordigers. Neem de voorbereiding van de hogesnelheidslijn tussen Amsterdam en de Belgische grens. Via zestien inspraakbijeenkomsten hoorde de minister van Verkeer en Waterstaat de burger. En met wie sprak die burger: alleen met ambtenaren. Kalk: ,,Een topambtenaar die alle bijeenkomsten bijwoonde, vertelde me dat burgers zich op iedere bijeenkomst afvroegen: `waar zijn de volksvertegenwoordigers?' Nou, die waren er dus niet. Maar zo zit ons Haagse circuit in elkaar: Kamerleden laten de voorbereiding volledig over aan ambtenaren. En wat zeggen ze dan ter verdediging: wij zijn nog niet aan zet.''

Nog onlangs richtte Kalk een verzoek aan Kamerleden om deel te nemen aan het afrondende publieksdebat over de toekomstige inrichting van Nederland. De complete Kamercommissie Ruimtelijke Ordening bleef weg bij de discussie: niet omdat de parlementariërs het niet interessant vonden, maar omdat zij hun eindoordeel over de vorige nota ruimtelijke ordening nog niet aan de minister hadden gegeven. Kalk: ,,Helderder kan het probleem bijna niet worden geschetst: Kamerleden die onder de Haagse kaasstolp blijven zitten en geen belangstelling tonen voor wat er in de de buitenwereld allemaal gebeurt.''

De eerste aflevering in deze serie verscheen op 8 augustus en is te lezen via www.nrc.nl/DenHaag.

    • Kees van der Malen