Metamorfose

De heer des huizes hief afgelopen zondagmiddag zijn handen ten hemel. ,,Houdt dat geblèr dan nooit op'', riep hij getergd. De man woont op een steenworp afstand van de Amsterdamse Stopera alwaar zondagmiddag vanaf 3 uur een muzikaal festijn plaats had in het kader van Gay Pride. De dag ervóór schetterde de muziek ook al zijn woning binnen: de Gay Parade trok op boten voorbij.

Verhuizen naar een dorp is geen optie, zeker niet na lezing van het artikel over de teloorgang van dorpen in Nederland in Hervormd Nederland. ,,Uit angst voor leegloop moeten dorpen zich aanpassen aan de stad. In menig dorp heeft de dorpswinkelier het afgelegd tegen de supermarkt. In de weekends is de hoofdstraat er omgedoopt tot discoboulevard.'' Volgens de Rotterdamse dominee Hans Visser is het onjuist om ,,betrokkenheid, saamhorigheid en gemeenschapsleven'' exclusief aan dorpen toe te dichten. ,,Het zijn verschijnselen die je ook in goede stadswijken tegenkomt.''

Net als het dorpsleven, ondergaat ook het CDA een metamorfose. Die is zichtbaar op partijbijeenkomsten compleet met ,,trendy bloemstukken, kleine tafels met chroom-leren designfauteuils en powerpoint-projecties op een enorm videoscherm'', meldt HP/De Tijd. CDA-voorzitter Van Rij en directeur communicatie Joep Mourits zijn druk doende het CDA weer toonbaar te maken. Dertigers en jonge veertigers moeten de nieuwe vaandeldragers worden. Van Rij: ,,We willen modern doen, eigentijds doen.'' Hij hekelt de zelfgenoegzaamheid van paars, maar vergeet voor het gemak hoe het CDA (`we rule this country') decennialang het toonbeeld van zelfgenoegzaamheid was. Mourits probeert ,,hier in huis de communicatie voor in de pijplijn te krijgen. Dus niet meer iets beslissen en dan kijken hoe je het kunt verkopen''. Dus eerst verkopen en dan voor in de pijplijn beslissen of dat wat verkocht is (`hulde, hulde, drie voor een gulden') in orde was. Het zal voor oudere veertigers wel een raadsel blijven waarom bij uitstek communicatiedeskundigen een taalgebruik hanteren waar een normaal mens geen touw aan vast kan knopen.

Volgens wijlen bondskanselier Konrad Adenhauer is een dikke huid een geschenk van God. De Amerikaan Norman Finkelstein, die veel kritiek geoogst heeft met zijn boek The Holocaust Industry, heeft zijn dikke huid niet aan God, maar aan zijn ouders te danken. Hij zal hem nodig hebben want je zult maar `pervers, kinderachtig, arrogant en stom' worden genoemd door een recensent in de New York Times. Het verbaast hem niet, zegt hij in Elsevier, dat het boek van Daniel Goldhagen (Hitlers Willing Executioners) een internationale bestseller werd: ,,De stelling die erin wordt verkondigd is zo simpel: alle Duitsers waren antisemitische monsters, die slechts het groene licht van Hitler nodig hadden om te beginnen met het afslachten van joden. Maar stel nu dat Goldhagen het tegenovergestelde had beweerd: dat Hitler en zijn handlangers de Duitse bevolking dwongen tot de holocaust.'' Finkelstein denkt, waarschijnlijk niet ten onrechte, dat het boek dan geen bestseller geworden was – weinigen zijn immers vatbaar voor herziening van een geschiedbeeld.

Zoals ook weinigen in het verleden hardop zeiden dat in de voormalige DDR sprake was van een continuïteit tussen nationaal-socialisme en communisme. Van 30 januari 1933, toen Hitler tot Rijkskanselier werd benoemd, tot 9 november 1989, toen de Muur viel, zijn opeenvolgende generaties in de voormalige DDR geestelijk vergiftigd. Nu het extreem-rechtse geweld weer om zich heen grijpt, krijgen commentatoren oog voor die continuïteit – wellicht breekt nu ook het besef door dat het gif dat 56 jaar over generaties is uitgestort, zich niet in 10 jaar laat verwijderen en dat behalve de wet en de wapenstok (Martin van Amerongen in De Groene Amsterdammer) meer moet gebeuren om het tij te keren. Waar het op aankomt is een metamorfose van de geest.

    • Anna Visser