Media hielden FDR en JFK de hand boven het hoofd

Voor het geval de naam Lewinsky buiten de Verenigde Staten in de vergetelheid mocht zijn geraakt heeft het nieuws van Joe Liebermans benoeming tot presidentiële bijrijder van Al Gore het geheugen weer helemaal opgefrist. Monica Lewinsky, Witte Huis-stagiaire, verleidster van of verleid door Clinton in diens tweede ambtsperiode. Joe Lieberman was een van de weinige Democraten in de Amerikaanse Senaat die Clinton tijdens de impeachmentdebatten over de Lewinsky-affaire ondubbelzinnig afvielen. Clintons gedrag tegenover Lewinsky was volgens Lieberman `immoreel' en `schadelijk voor de democratie' geweest. Als leider van zijn land had hij de jeugd een `slecht voorbeeld' gegeven.

Zelden zal een citaat zo massaal zijn herdrukt en opnieuw zijn uitgezonden als deze banvloek uit de mond van een afvallige partijgenoot. Dat wil niet zeggen dat de vertrekkende president daarmee onrechtvaardig zou zijn beoordeeld. Clinton is een armzalige president geweest die zichzelf in de voet heeft geschoten en het Amerikaanse presidentschap heeft verlamd, maar hij had de pech dat hij president was in een tijd dat de media het traditionele onderscheid tussen het publieke en het particuliere domein niet langer in acht namen.

Clinton was niet de enige president die van het Witte Huis een illegaal liefdesnest had gemaakt; bij lange na niet. Franklin D. Roosevelt en John F. Kennedy ontvingen in het Witte Huis ook hun geliefden, zoals de Britse premiers Lloyd George en H.H. Asquith dat in het eerste kwart van de vorige eeuw in 10 Downing Street ook deden. De schrijver Gore Vidal, stiefbroer van Jacqueline Kennedy en een enigszins perifeer lid van de Kennedyclan, vergelijkt het Witte Huis in de dagen van Roosevelt in zijn autobiografie Palimpsest (Londen 1995) met het Kremlin in de jaren van de Koude Oorlog. De politieke elite wist wat er in Washington gebeurde, maar de kiezers wisten niets. ,,Wij wisten allemaal, maar het publiek niet, dat de Noorse kroonprinses Martha, de laatste liefde van F.D.R., haar intrek in het Witte Huis had genomen en dat Missy Le Hand, maîtresse en titre haar koffers had gepakt en aan liefdesverdriet is doodgegaan.''

Uit Vidals geschriften is ook bekend dat president Kennedy een maniakale veroveringsdrift had en ondanks zijn legendarisch zwakke rug een seksuele veelvraat was. Over die eigenschap heeft Marlene Dietrich zojuist postuum een pikant boekje opengedaan. Haar ervaringen met J.F.K. zijn opgetekend in de dagboeken van de in 1980 overleden toneelschrijver en theatercriticus Kenneth Tynan, die de New Yorker van deze week heeft gepubliceerd. Tynan releveert een kortstondige ontmoeting tussen Kennedy en Marlene Dietrich die binnen het veroveringsoeuvre van J.F.K. waarschijnlijk een record op zichzelf vormt. Het verhaal komt rechtstreeks van de bron zelf en is door de met Dietrich bevriende Tynan in het origineel pregnanter en geestiger opgeschreven dan de pers in de samenvatting ervan gemaakt heeft.

Het gaat als volgt: in de herfst van 1962 zingt Dietrich in een nachtclub in Washington, waar de broers Bobby en Teddy Kennedy haar horen optreden. Tot haar spijt stelt de beroemde actrice in de pauze vast dat de president met wie ze onlangs nog in New York heeft gedineerd er niet bij is. Bobby en Teddy, geroutineerde scouts voor de president, weten daar wel wat op. Dietrich ontvangt per omgaande een uitnodiging om de eerstvolgende zaterdag om 6 uur 'smiddags op het Witte Huis een glas te komen drinken. Ze neemt de uitnodiging aan, maar ze kan slechts een uur blijven. Om 7 uur moet ze aanwezig zijn bij een diner dat de joodse oorlogsveteranen in het Statler hotel hebben georganiseerd om haar te eren voor de hulp die zij in de oorlog aan joodse vluchtelingen heeft gegeven. Dietrich laat zich punctueel op tijd bij de president aandienen, maar deze is verlaat. Pas om kwart over zes arriveert hij. Hij kust Dietrich, onder het uitspreken van excuses, neemt haar met intussen gevulde glazen mee naar de balustrade en begint een gesprek over Lincoln. Dietrich begrijpt dat alle gesprekken op de balustrade zo beginnen. ,,Ik hoop dat je geen haast hebt'', zegt J.F.K. Dietrich legt hem uit dat er 2.000 joodse oorlogsveteranen op haar zitten te wachten die haar over een half uur een gedenkplaat willen overhandigen. J.F.K. concludeert dat ze dan ,,geen tijd meer kunnen verliezen''. De klok wijst dan half zeven.

In een paar komische zinnen releveert Tynan wat zich vervolgens afspeelt. En vooral hoe het zich afspeelt. De diva zelf heeft zich naar het schijnt meer verbaasd dan vermaakt. J.F.K. heeft zich zo vermoeid dat hij onmiddellijk in slaap valt. Vijf minuten later (douche, opmaak enzovoorts) wekt Dietrich de president omdat het al vijf voor zeven is en zij niet weet hoe zij uit het Witte Huis moet komen.

,,Jack, opstaan! Er zitten 2.000 veteranen op me te wachten!''

Kennedy springt uit bed, knoopt een handdoek om zijn middel en brengt haar via een gang naar een van de liften. Hij geeft – nog steeds gekleed in handdoek, maar every inch a gentleman – de liftboy de opdracht om zijn gaste uitgeleide te doen en naar een taxi te brengen. Die zorg om een taxi maakt de hele geschiedenis het vertellen waard.

In heel Amerika was in de jaren zestig geen journalist die niet wist dat zijn land geleid werd door een president die in deeltijd werkte: slechts tweederde was hij beschikbaar voor zijn werk, de rest van zijn tijd had hij nodig om bij te komen van zijn veroveringsinspanningen. Maar nooit verscheen er een woord over in de pers. Het siert de Amerikaanse media dat zij zonder uitzondering de vriendschappen van J.F.K. tot de particuliere aangelegenheden van het presidentschap rekenden. Maar het siert ze allerminst dat zij op dat standpunt bleven staan toen in Washington allang bekend was dat John en Bobby allebei seksuele relaties hadden die de president en de minister van Justitie van de Verenigde Staten met maffiose chanteurs in aanraking brachten. Aanbevolen literatuur: Seymour M. Hersh: The dark side of Camelot (New York 1997).