Gezag over de Tempelberg moet worden opgeschort

De islam en het jodendom hebben zich altijd goed kunnen redden, ook als zij geen politiek gezag uitoefenden over de Tempelberg. Het valt niet in te zien waarom dat in de toekomst zou veranderen, meent Henry Siegman.

Wanneer de wijzen van de talmoed het over een of andere theologische of juridische kwestie onmogelijk eens konden worden, lieten zij de beslissing over aan de Messias, wanneer hij komt. Deze juridische fictie wordt in de talmoed teiku genoemd. Teiku is de enige oplossing voor de kwestie van de soevereiniteit over de heiligste plaats van Jeruzalem.

Naar verluidt hebben Israel en de Palestijnen tijdens de vijftien dagen onderhandelingen in Camp David over de meeste punten betreffende de permanente status aanzienlijke vooruitgang geboekt. Alleen over de kwestie-Jeruzalem konden ze het met geen mogelijkheid eens worden, en daardoor was de overeenstemming op alle overige punten van nul en generlei waarde. De uitgangspunten behelsden de afspraak dat ,,men het over niets eens is zolang men het niet over alles eens is''.

Voor de Israeliërs is het ondenkbaar dat Jeruzalem, dat sedert 1967 heeft gediend als `onverdeelde, eeuwige hoofdstad' van de joodse staat, opnieuw zou worden opgedeeld. Voor de Palestijnen is het net zo goed ondenkbaar dat de joden het oppergezag zouden krijgen over Arabische wijken in Oost-Jeruzalem, en bovenal over de Haram al Sharif, waarop de Al-Aqsamoskee en de Rotskoepelmoskee staan.

Het is wel heel bizar dat de twee partijen, doordat zij geen akkoord hebben bereikt, in feite precies de toestand hebben gecreëerd die zij willen voorkomen. Israel kan er nu vrijwel zeker van zijn dat Jeruzalem wordt gesplitst, en de Palestijnen hebben bewerkstelligd dat zij veel minder goed toegang zullen krijgen tot hun belangrijkste heiligdommen dan nu het geval is.

Ofschoon Israel het in heel Oost-Jeruzalem al meer dan dertig jaar voor het zeggen heeft, zouden wat de Israeliërs betreft de Palestijnse delen van Oost-Jeruzalem net zo goed op de achterkant van de maan kunnen liggen. De meeste Israeliërs zijn er nooit geweest; het is voor hen een uitheems, griezelig oord. Het is heel gewoon dat Israelische taxichauffeurs weigeren hun passagiers naar deze delen van Oost-Jeruzalem te brengen.

Als dat de huidige toestand is, hoeveel temeer zal Oost-Jeruzalem dan niet van de rest van de stad worden afgesneden als de politieke tegenstellingen veel sterker worden, of als het zelfs tot geweld zou komen. In zo'n hachelijke situatie zouden de Palestijnse delen van Oost-Jeruzalem en de joodse wijken van de stad volkomen van elkaar gescheiden raken.

Deze radicale opdeling van de stad is het voorspelbare gevolg van een onvruchtbaar Israelisch beleid, dat geen uitingen van Palestijnse soevereiniteit toelaat.

De gevolgen van de starheid van de Palestijnen zijn al even voorspelbaar. Op dit moment kunnen Palestijnse moslims de Haram al Sharif vrijwel zonder problemen bezoeken. Maar als een vredesakkoord uitblijft, en zeker als de Palestijnen eenzijdig een staat zouden uitroepen, zal Israel de toegang van de Palestijnen tot deze zone zeker inperken. Als het tot gewelddadigheden komt, is het heel wel voorstelbaar dat het gebied wordt afgesloten.

Juist doordat zij opkomen voor de eenheid van de stad en voor gegarandeerde toegang tot de heilige plaatsen in Oost-Jeruzalem, bewerkstelligen de twee partijen in feite het tegenovergestelde. Het is duidelijk dat de eenheid van Jeruzalem en de toegang tot de heilige plaatsen alleen kunnen worden bevorderd door middel van een overeenkomst die nieuwe vormen van gezamenlijk beheer tot stand brengt.

Zowel de islam als het jodendom heeft zich in de loop van de eeuwen – in het geval van het jodendom zelfs tweeduizend jaar – heel behoorlijk weten te redden, ook wanneer zij geen politiek gezag over de Tempelberg (zoals de joden de Haram al Sharif noemen) uitoefenden. Het lijdt geen twijfel dat zij zich ook in de toekomst zonder die soevereiniteit heel goed zullen kunnen redden.

Voor beide partijen is het blijkbaar ondenkbaar dat zij het beheer over hun heilige plaats aan de tegenstander zouden toevertrouwen. Wat de religieuze en nationale gevoelens van de moslims en de joden het meest steekt, is niet dat zij het zelf ergens niet voor het zeggen hebben, maar dat de joden heersen over de Haram al Sharif en de moslims over de Tempelberg.

Deze onaangename waarheid geeft aan waar de oplossing gevonden kan worden – beide partijen moeten de kwestie van het gezag over de Tempelberg / Haram al Sharif voor onbepaalde tijd opschorten.

Dat belet niet dat de Palestijnen het gezag zouden krijgen over de hoofdzakelijk Palestijnse delen van Jeruzalem – een mogelijkheid die Ehud Barak in Camp David heeft toegegeven. De Palestijnen zouden dan het bestuurlijk toezicht op de Haram al Sharif behouden, net als nu, en onbelemmerde toegang tot de moskeeën zou vanuit Palestijns gebied verzekerd zijn via een soevereine verbinding over land.

Israel zou verder geen actie ondernemen in verband met zijn aanspraken op het gezag over de Tempelberg, maar zou ook aan niemand anders dit gezag afstaan.

Sommigen zullen dit voorstel politiek onrealistisch noemen, omdat het van Israel eist dat het zijn vroegere annexatie van de Tempelberg ongedaan maakt. Maar dat is helemaal niet nodig, want anders dan doorgaans wordt aangenomen, heeft Israel Oost-Jeruzalem nooit geannexeerd.

In 1967 heeft de Israelische regering besloten de Israelische wet en bestuur in te voeren in het uitgebreide territorium van de stad Jeruzalem. De termen soevereiniteit en annexatie komen in de wetgeving van de Knesset niet voor.

Henry Siegman is verbonden aan de Raad voor Buitenlandse Betrekkingen, en is voormalig nationaal-directeur van het Amerikaans Joods Congres en de Synagogenraad van Amerika.

©International Herald Tribune

    • Henry Siegman