Galerie met koe in de gang

Jaap Zwier was een man van de idee. Op de manifestatie Art out of the Cage in 1986 zat hij samen met Richard Bouwman en Gerrit Lakmaaker in een kooi ready mades te maken die het publiek door de tralies kreeg aangereikt. In een oude krokettenautomaat op het Centraal Station van Rotterdam verving hij eens de snacks door rijksdaalders zodat verbijsterde klanten hun vijf kwartjes inworp verdubbeld zagen. In de reizigerstunnel van datzelfde Centraal Station beheerde Zwier het kleinste museum van Nederland, De Kijkdoos. In deze vitrine met het bovenschrift `Voor uw dagelijkse kunst' exposeerde hij onder andere plastic soepkippen, scalpen met echt mensenhaar en een miniatuur bamboebos.

Jaap Zwier was ook een man van het contact. Met zijn graatmagere lijf, geel-blonde kuif, knalrode jack en puntige cowboy-laarzen was hij een bekende verschijning in de Rotterdamse kunstscene van de jaren zeventig en tachtig. In kunstenaarskroeg De Oude Sluis in Delfshaven onderhield hij als barman niet alleen zijn drankverslaving maar ook zijn artistieke contacten.

In september 1984 verwezenlijkte Zwier zijn al lang bestaande plannen voor een eigen tentoonstellingsruimte. Het rauwe enthousiasme van de 22 kunstenaars die de openingsexpositie verzorgden werd eigenaar Peter van Zoetendaal echter teveel en na minder dan vier uur sloot hij de nieuwbakken galerie. De Lachende Koe leek de geschiedenis in te gaan als de kortst bestaande galerie ooit, maar de leegstaande Henkes-destilleerderij in Delfshaven bood de mogelijkheid voor een tweede leven. Een maand later werd de galerie heropend. Knotsen van spijkers staken uit de muur en een echte koe begroette bezoekers in de gang.

De Lachende Koe moest volgens Zwier een plek zijn waar jonge, onbekende en vooral lokale kunstenaars werk konden tonen dat het reguliere galeriecircuit te onorthodox of riskant achtte. En dus waren er een tentoonstelling over boksen, een manifest van anonieme installatiebouwers tegen egotripperij in de kunst, een weeklang durende regen van pingpongballen.

Nationale bekendheid kreeg De Lachende Koe door de door Dora Dolz samengestelde expositie Leda en de Zwaan (1987) en Eros & Arch (1988) met werk van onder andere Rob Scholte, Carel Weeber en Willem de Ridder. In de lente van 1989 sloot De Lachende Koe voor de tweede keer de deuren, deze keer definitief. Een jaar later overleed Jaap Zwier; een dagelijks dieet van tequila en Rode Libanon had zijn lichaam vroegtijdig gesloopt.

Ter gelegenheid van Zwiers tienden sterfdag tekenden bevriende kunstenaars en oud-exposanten hun herinneringen aan kunstenaar en galerie op. Behalve een sfeervol historisch document biedt de publicatie ook een volledig overzicht van alle activiteiten die De Lachende Koe in haar vijf jarige bestaan heeft ondernomen. In het Rotterdamse Centrum Beeldende Kunst is een dwarsdoorsnede te zien van de werken die hieruit zijn voortgevloeid.

Zwier zat duidelijk niet vastgebakken aan een bepaalde stijl of materiaalkeuze. En datzelfde geldt voor de overige exposanten van De Lachende Koe. Het van proppen krantenpapier gemaakte papierreliëf van Bob van Persie deelt de ruimte met onder andere Wink van Kempens plastic Botticelli-Venus met zweep, een drie meter hoge plotterprint van Bram Uil en een kist vol rozen van keramiek gemaakt door Ben Admiraal. Natuurlijk zijn er ook koeien. Zoals de bijna doorzichtige geaquarelleerde Koe van Hans Citroen. En de kalveren op Gary Telgens schilderij Maybe there's some magic in the air, die het zo druk hebben met het aankijken van de kijker dat ze de exploderende sterren in de lucht boven hen niet zien.

Maar er is slechts een lachende koe en die is – hoe kan het ook anders – van de hand van Jaap Zwier. Na een druk op de knop naast de lijst van dit `kinetisch object' zetten de kaken van het zwart-witte koeienprofiel zich langzaam in beweging. De spanning bouwt op tot het veertje zich ontspant en de bek dichtklapt. De onderkaak schudt nog even na. In het gepiep van de veer is duidelijk een licht hinnikende lach te herkennen.

Tentoonstelling: De Lachende Koe 1984-1989, t/m 29/8 in Centrum Beeldende Kunst, Nieuwe Binnenweg 75, Rotterdam. Open: di-vr 12-18u., za 10-17u., zo 12-17u. Toegang gratis. Herdenkingsboek: ƒ35,-.

    • Edo Dijksterhuis