Foetussen als troetelbaby's

Op de fotografiemanifestatie `Rencontres' in het Franse Arles zijn in totaal achttien tentoonstellingen te zien. Enkele daarvan, zoals de exposities gewijd aan de overleden fotografen Tina Modotti en Jacob Tuggener, zijn bijzonder. De rest is fraai maar saai.

Iedereen, die wel eens een natuurhistorisch museum heeft bezocht, kent de fascinatie die op sterk water gezette lichamen oproepen. Gedrochten soms, vaak doodgeboren, toch soms eeuwen oud, en vooral: herkenbaar. We kijken naar een vorm van onszelf, tegelijkertijd angstaanjagend levensecht én dood. De jonge Duitse kunstenaars Daniel en Geo Fuchs fotograferen deze spiegelbeelden, in het kader van hun project Conserving Humans. Ze noemen dat project `een immense uitdaging', omdat ze van het gefotografeerde object `leven' en `waardigheid' intact hebben willen laten.

Alsof het object dat niet zelf al doet. Kolder – dat verkopen de Fuchsen. Hun foto's voegen helemaal niets toe aan de vastgelegde voorwerpen, al doen de fotografen dat wel. Zo voorzien ze foetussen van kralen armbandjes en sjaaltjes in een kennelijke poging er alsnog troetelbaby's van te maken. Je vraagt je af welke krankzinnige collectiebeheerder daar toestemming voor gegeven heeft. Of is het digitale trucage? Val Williams, die in de catalogus van de 31e editie van de jaarlijkse Rencontres Internationales de la Photographie van Arles, een essay aan het duo wijdt, gaat aan deze nogal prangende praktische kwestie vorstelijk voorbij. Hij laat de illustere namen Cindy Sherman en Thomas Ruff vallen en diagnostiseert postmodernisme. Zo worden kunstenaars museum-fähig gemaakt.

En door uitverkiezing van hun werk voor bijvoorbeeld de `Rencontres' in Arles – zij het dat die helaas te wisselvallig zijn om prestigieus genoemd te kunnen worden. De editie van twee jaar geleden was fantastisch, met omvangrijke exposities van Francesca Woodman, van Disfarmer, van Massimo Vitali, David LaChapelle, panorama-fotograaf Eugene Omar Goldbeck en een vergelijkend overzicht van werk (vanaf begin 1900) van Hongaarse fotografen in exil en van collega's die het land niet verlaten hadden. Samenstelster Giovanna Calvenzi, kunsthistorica en foto-redacteur van tijdschriften als Vanity Fair en Specchio, engageerde voor iedere tentoonstelling een aparte conservator. Het resultaat was diversiteit en zichtbare deskundige betrokkenheid.

Calvenzi's editie telde vijftien officiële exposities, die van de huidige directeur, Gilles Mora, achttien. Bijna de helft daarvan is gewijd aan één fotograaf. Daar zitten bijzondere tussen als de Italiaanse Tina Modotti (1896-1942) – minnares van haar beroemde collega en leermeester Edward Weston – en de Zwitser Jacob Tuggener (1904-1988). Van Modotti zijn 110 kleine foto's te zien uit de jaren 1923 tot 1934, waarvan meer dan de helft onlangs ontdekt werd en voor het eerst te zien is. Het zijn charmante portretjes van Mexico, waar Modotti lange tijd woonde, en het is dan ook te betreuren dat de belichting zó is opgehangen, dat de bezoeker elke plaat met zijn eigen schaduw bedekt. De tentoonstelling van Tuggener – in februari al in Zürich te zien geeft een voorbeeldig overzicht van de thematische veelzijdigheid van de fotograaf die van arbeiders en fabrieken net zulke opmerkelijke portretten maakte als van avondjes van de haute volée.

Aan deze noch aan enkele andere exposities ligt het dat `Arles' dit jaar zo'n schrale indruk achterlaat. Die van het werk van de althans mij tot nu toe onbekende Deen Peter Sekaer, die in het kielzog van Walker Evans het Amerika van de Grote Depressie vastlegde, is verrassend, net als het `grafische' fotowerk van de Zwitser Herbert Matter. Indrukwekkend want angstaanjagend zijn ook de vijfentwintig foto's van Nicholas Nixon van de Brown-zusters: van 1975-1999 maakte hij ieder jaar hetzelfde portret. Een verhaal over wat het leven (en rimpels) met mensen doet.

Maar wat deze geslaagde onderdelen overheerst, is de even machteloze als pretentieuze `overzichtstentoonstelling' van Aziatische fotografen en de presentatie van hedendaagse fotografie met de onvermijdelijke modieuze hybride tussen echt en onecht. Daarnaast is er te veel dat je simpelweg koud laat.

De foto's die de Japanner Fukase van kraaien maakte, zijn fraai maar saai en dat geldt ook voor de kadaverbeelden van Lucien Clergue en de anatomische collages van van Frederick Sommer. Sophie Calle fotografeerde de lege plekken die weggehaalde symbolen van de DDR in Oost-Berlijn hebben achtergelaten en hangt daar geschreven reportagetjes onder. Ze lijkt te wedijveren in nietszeggendheid met fotograaf (!) Jean-Michel Alberola die middelmatige muurschilderingen maakte. Een vluchtige blik, op meer maakt dit soort werk geen aanspraak.

Rencontres Internationales de la Photographie. Arles. Dag. Van 10.00- 19.00u. Tot 20/8.