Europa maakt Italië beter dan het is

Hoe kijkt Italië aan tegen de toekomst van de Europese Unie? ,,Voor Fransen is Europa een groter Frankrijk, voor Duitsers een groter Duitsland, maar voor Italianen is Europa het tegengestelde van Italië.''

In Italië wordt nauwelijks gedebatteerd over de toekomst van Europa, omdat veel Italianen het gevoel hebben dat die hun niet aangaat. Bovendien ontbreekt zowel bij de centrum-linkse regering, als bij de rechtse oppositie, die verwacht volgend jaar de macht over te nemen, een coherente visie op Europa.

Lucio Caracciolo constateert het met berusting. Hij is directeur van Limes, een tweemaandelijks politiek-wetenschappelijk tijdschrift. ,,Italië heeft een volgende, reactieve rol in Europa. En dat terwijl ons land een nuttige rol zou kunnen spelen door uit te spreken wat de Fransen en Duitsers om geopolitieke redenen niet hardop kunnen zeggen: dat er pas sprake kan zijn van uitbreiding na echte hervormingen. Dat zou in feite een stop op de uitbreiding betekenen. Terecht, want op deze manier en op dit moment zou uitbreiding van de Europese Unie naar Oost-Europa een ramp worden.''

Principiële bezwaren tegen overheveling van bevoegdheden, tegen verdere politieke integratie zijn er nauwelijks in Italië. Integendeel. ,,In landen waar de overheid beter functioneert dan bij ons, voelt de publieke opinie er weinig voor om Europa meer macht te geven. Voor Italië is Europa juist een middel om vooruit te komen. Iets wat je helpt beter te zijn dan je bent. Voor Fransen is Europa een groter Frankrijk, voor Duitsers een groter Duitsland, maar voor Italianen is Europa het tegengestelde van Italië'', zegt Caracciolo.

Brussel moet de Italiaanse politiek helpen en dwingen maatregelen te nemen, hervormingen door te voeren waartoe zij op eigen kracht niet in staat is. Zonder de druk vanuit Brussel zou het bijvoorbeeld nooit zijn gelukt de overheidsfinanciën op orde te brengen. ,,Italië is een van de oprichters van Europa, maar denkt erover alsof het er buiten staat. Alsof wij in Afrika zouden zijn. Demografisch, geografisch en economisch behoren we tot de grote landen, maar politiek gezien tellen we nauwelijks mee. Dat komt omdat we geen stabiel politiek systeem hebben.''

De voortdurende wisseling van premiers (drie in de afgelopen vier jaar) maakt het moeilijk invloed uit te oefenen. Daardoor loopt Italië grote risico's als er een Europa van twee snelheden zou ontstaan, waarschuwt Caracciolo. ,,Het is in het belang van andere grote landen, Frankrijk en Duitsland en in mindere mate Groot-Brittannië, om Italië buitenspel te houden. Als je met zijn drieën kan beslissen, waarom zou je het dan met vier doen? Dat geeft alleen maar last.''

Bovendien vreest Italië te worden ingehaald door Spanje, ook al is dat land economisch en demografisch minder belangrijk. ,,Interne cohesie over Europa heeft een band met de Britten gesmeed. Verder gebruikt Spanje zijn oriëntatie op Latijns Amerika om de invloed binnen Europa te vergroten. Spanje telt op dit moment binnen Europa meer dan Italië.''

Ieder model waarbij Italië buiten een groep van koplopers zou vallen, vindt Caracciolo rampzalig. ,,Je kunt beter de laatste van de grote landen zijn dan de aanvoerder van de kleine landen. Die willen dat ook helemaal niet. Die kijken naar Frankrijk en Duitsland, niet naar Italië.''

Een confederatie van staten is in de ogen van Caracciolo het beste model. ,,Fischer praat alleen maar over federalisme omdat de Duitsers dat model kennen. Voor Europa functioneert het niet. Het ideaal is een model waarin er nationale staten blijven, maar met een Europese instantie daarboven, voor buitenlands beleid, defensie. Dan zijn de problemen die uitbreiding met zich meebrengt, niet meer zo belangrijk.'' Dat impliceert dat Italië niets voelt voor uitholling van de Europese Commissie. De Italiaanse minister van Buitenlandse Zaken, Lamberto Dini, pleitte onlangs nog voor een sterke Commissie. Hij keerde zich fel tegen iedere suggestie van een Frans-Duitse as en tegen versterking van de intergouvernementele samenwerking.

,,De slechtst denkbare oplossing is een Europa van 30 of 35 landen dat een soort kleine OESO wordt, een groep waarin iedereen met iedereen ruzie maakt en die eenvoudig van buitenaf kan worden gedestabiliseerd'', zegt Caracciolo. Met uitbreiding naar Oost-Europa zonder dat eerst een harde kern is gevormd ,,importeert de Unie een reeks problemen die zij niet kan oplossen''. De Oost-Europese landen zijn ,,onderling niet geïntegreerd en gedeeltelijk gebalkaniseerd''.

Dat Brussel meer naar Oost-Europa zou kijken dan naar het Middellandse-Zeegebied, is in Caracciolo's ogen niet zo belangrijk. ,,De overgrote meerderheid van onze handel gaat naar het noorden, en zeker niet naar landen als Libië.'' Wat wel pijn doet, is het verlies van de Europese structuurfondsen. ,,Daarmee wordt de uitbreiding economisch nadelig voor Italië, omdat het afstand moet doen van de miljarden steun uit Brussel.''

De vraag of over meer thema's met een gekwalificeerde meerderheid in plaats van met unanimiteit moet worden besloten, iets waar Italië voor is, ,,is alleen maar interessant voor een handvol diplomaten (...) Het gaat om het einddoel. Er moet een duidelijk project komen.'' Daarbij streeft Italië traditioneel naar een herkenbaarder en krachtiger Europese identiteit, maar president Ciampi en premier Amato leggen verschillende accenten. ,,Ciampi denkt vooral aan Europa als een grote federatie met een harde kern. Amato lijkt niet zo geïnteresseerd in het institutionele debat. Hij heeft een pragmatische instelling, zonder grote visies over structurele hervormingen. Dat lijkt op de Britse opstelling. Een Europa zonder Groot-Brittannië is voor ons ondenkbaar, want dat land symboliseert Amerika. Ik denk dat Italië het meest Amerikaansgezinde land in Europa is. Daarvoor is een hele reeks motieven, maar ook dat we steeds proberen de twee machtscentra te gebruiken. Als NAVO-lid telt Italië meer mee binnen Europa. Als lid van Europa telt Italië meer mee binnen de NAVO.''

Maar voorlopig gaat de strijd niet om de structuur van Europa, zegt Caracciolo. ,,De echte botsing zal niet zozeer gaan over de vraag: federalisme of niet. Het gaat om de vraag of, hoe en wanneer we de uitbreiding naar het oosten willen maken.''

Dit is het derde deel van een korte serie over de visie van Fischer en Chirac op de toekomst van de Europese Unie. De voorgaande delen verschenen op 4 en 8 augustus.

    • Marc Leijendekker