Eerbetoon met schijn van nepotisme

Jacq Vogelaar, die vroeger Jacq Firmin Vogelaar heette, maar om onnaspeurbare redenen die tweede voornaam niet meer voert, is al ongeveer 25 jaar literair recensent van De Groene Amsterdammer. Zestien jaar geleden trad er bij dat blad een nieuwe hoofdredacteur aan, Martin van Amerongen. Zijn eerste ontmoeting met Vogelaar beschrijft hij in een geheel aan deze literator, essayist, dichter en criticus gewijd nummer van Bzzlletin.

`Hij (Vogelaar) leunde tegen een deurpost en sprak de woorden: ,,Nou, en wij gaan er zeker allemaal uit?'' Hij doelde op Anthony Mertens, Cyrille Offermans en hemzelf, de literaire troika die in die dagen in de kolommen van De Groene de literatuur beheerste.' In zwierig, geestig proza beschrijft Van Amerongen zijn verhouding met de literatuurredactie van zijn nieuwe weekblad. Ontslaan deed hij Vogelaar c.s., die een consistent eigen geluid lieten horen, niet.

Maar Van Amerongen maakt er geen geheim van dat hij zelf weinig plezier beleefde aan de `histories-materialistiese' tekstanalyses van de drie literaire recensenten die in zijn ogen een kliekje vormden. `Er was iets in die drie mannen, Vogelaar, Offermans en Mertens', schrijft hij, `dat ik niet prettig vond. Dat was het feit dat ze bij elkaar over de vloer kwamen, elkanders boeken bespraken en op elkaar promoveerden. Ik hou daar niet van. Ik ben allergisch voor alleen al de schijn van nepotisme.'

Als dat waar is, had Van Amerongen beter niet mee kunnen werken aan dit nummer van Bzzlletin. Alle bijdragen zijn of van Vogelaar zelf, of van diens vrienden en bewonderaars. Een aanleiding voor deze (in mei gedateerde, maar recent verschenen) Vogelaar-special heb ik niet kunnen ontdekken, of het moet zijn dat er binnenkort een nieuwe roman van hem uitkomt. Het nummer opent met een prikkelende voorpublicatie uit dit werk, dat even mooi als raadselachtig is en duidelijk voortborduurt op zijn eerdere boeken. Het personage Nora – dat ook al figureert in de romans Alle Vlees (1980), Nora. Een val (1984) en De dood als meisje van acht (1991) – reflecteert erin op haar eigen rol in het werk van Vogelaar.

Wat deze auteur voor ogen staat met zijn lange tijd door de meeste critici als onleesbaar beschouwde romans wordt onder de loep genomen door Vogelaars Groene-collega Yves van Kempen. Diens analyse van dit weerbarstige oeuvre is zo inspirerend dat je zin krijgt Bzzlletin terzijde te leggen en de rest van de vakantie te besteden aan (her)lezing van al die op het oog zo ontoegankelijke boeken. Afgezien van enig opzichtig gevlei (het op een lijn stellen van Vogelaar met William Faulkner en J.M. Coetzee) kan ik me aan deze vorm van literaire vriendendienst niet storen. Mijn indruk is dat Van Kempen een oprecht bewonderaar is van Vogelaar en daardoor in staat zijn lezers te enthousiasmeren.

Wat me ook bevalt, omdat het aanzet tot lezing van Vogelaars werk, is het bescheiden, maar veelzeggende tekstje dat Vogelaar zelf inleverde bij wijze van autobiografie. `In plaats van foto's' heet het, maar in feite zijn het twee uitgesponnen fotobijschriften.

Op het eerste kiekje zit de schrijver als kind in een tuin. Op de achtergrond is een bos waar, zo weet het jongetje van volwassenen, de grens met België doorheen loopt. De duistere huiver van het woord grens is hem sindsdien altijd bijgebleven en heeft in veel van zijn verhalen sporen achtergelaten. De tweede foto laat Vogelaar zien als een baardige twintigjarige student in Nijmegen anno 1965. Hij staat op het punt naar Amsterdam te verhuizen. `De gaande man gaf zijn studies eraan en gaf zich over aan de literatuur. Daar is het begonnen. Hij heeft het geweten.'

Behalve de voorpublicatie uit zijn nieuwe roman en het autobiografietje bevat Bzzlletin vier gedichten van Vogelaar, de rest bestaat uit lofzangen op hem: gedichten van Willem Broens en K. Michel, essays van onder anderen Anthony Mertens, Henk Pröpper, Erik Lindner en August Hans den Boef. Aangenaam om te lezen, maar – zoals in een eerbetoon wel eens mag – volkomen kritiekloos.

Bzzlletin. Literair magazine, 29ste jaargang, nr. 272 april/mei 2000. Uitg. BZZTôH, prijs ƒ17,50.

    • Elsbeth Etty