Eén groot museum

Wie een beetje zoekt, kan veel goedkope en gratis cultuur vinden in Amsterdam. Van gratis muziek in het Vondelpark en gratis theater in het Amsterdamse Bos tot goedkope boeken langs de Amstel.

Voor niks gaat niet alleen de zon op, maar ook Jaap van Zweden. Samen met het Residentie Orkest, waar hij sinds kort chef-dirigent is, sluit de populaire musicus op zondagavond 27 augustus de Uitmarkt af met een Beethoven-concert op een openluchtpodium tegenover het Muziektheater in Amsterdam. Van Zweden, ook bekend van de Audi-reclame, heeft reeds laten weten dat dit gratis concert zal worden opgeluisterd door zestien breakdancers.

Wie in de hoofdstad naar cultuur voor een koopje zoekt, kan die speurtocht het best in het laatste weekend van augustus beginnen op de Uitmarkt. Afgezien van de vele binnen- en buitenpodia, waar met enig geduld – maar zonder betaling – een blik kan worden geworpen op zo'n 3.000 podiumkunstenaars, kan immers ook de informatiemarkt uitstekende diensten bewijzen. Er zullen weer enkele honderden stalletjes staan, waarin musea, orkesten, toneelgezelschappen en theaters hun programma's voor het nieuwe seizoen presenteren. Soms op eenvoudige flyers of A4-tjes, maar vaker in fraai uitgevoerde brochures, en natuurlijk allemaal gratis. Belangrijker is natuurlijk dat heel wat van die instellingen ook naar de Uitmarkt komen met speciale aanbiedingen. Wie het een beetje uitkient, kan op die manier tijdens de wandeling langs al die kramen heel wat reducties verzamelen voor de komende maanden. Het kan de moeite waard zijn.

Maar dat is nog niet alles. De boekenmarkt die bij de Uitmarkt hoort staat dit jaar langs de Amstel. Daar vind je bijna alle uitgevers met hun titels. Voor één keer verkopen ze hun boeken rechtstreeks aan het publiek, dus buiten de boekhandel om. Eigenlijk geven ze, om ruzie met de boekhandel te voorkomen, geen korting. Ze hebben daar echter iets op gevonden: ze staan er met `licht beschadigde exemplaren'. In werkelijkheid is er met die boeken, uit de oogst van het afgelopen seizoen, weinig of niets mis. Ze komen gewoon uit het magazijn en worden onder het mom van de lichte beschadiging afgeprijsd.

Zo valt er in één weekend een aardige slag te slaan.

De rest van het jaar moet de goedkope cultuur elders worden gezocht. Op de vrijdagse boekenmarkt op het Spui bijvoorbeeld, maar let op: de handelaren die zich daar verzamelen, weten heel goed wat hun waren waard zijn. Soms is het nuttig na te gaan of een boek misschien óók nog in een andere kraam ligt – voor een paar gulden minder, omdat er een vlekje op zit. Soms is het bovendien aanbevelenswaardig even het adres van de handelaar te noteren en op een andere dag naar diens antiquariaat te gaan. Het zou niet voor het eerst zijn als hetzelfde boek daar dan voor een lagere prijs ligt.

Sinds kort zijn er ook gerieflijker manieren om gratis nieuwe boeken ter hand te nemen. De boekwinkel American Discount (Kalverstraat) en de boekenafdeling van de Bijenkorf (Dam) hebben zitjes gemaakt, terwijl Scheltema (Koningsplein) zelfs een coffeeshop heeft ingericht waar de klant op zijn dooie gemak kan zitten lezen. Niemand zal er iets van zeggen. Integendeel: het is juist de bedoeling.

Gratis concerten worden in de zomermaanden georganiseerd in het Vondelpark, en ook de theatervoorstellingen in het Amsterdamse Bos zijn vrij toegankelijk – al gaat men daar na afloop wel met de pet rond. En deze maand vindt ook het Grachtenfestival weer plaats, evenals het Prinsengrachtconcert. Buiten het zomerseizoen zijn zulke evenementen vanzelfsprekend minder dik gezaaid. Maar in de kleine lettertjes van de Uitkrant (gratis in de hal van alle theaters) is toch regelmatig iets te vinden. Een concert op de binnenplaats van het Amsterdams Historisch Museum, een kleine expositie in de Openbare Bibliotheek of in de passage die het Stadhuis met het Muziektheater verbindt, een galerie die iets bijzonders vertoont (al voelt niet iedereen zich op zijn gemak onder de spiedende blikken van iemand aan een bureautje in de hoek) of, wie weet, zelfs een open dag met rondleidingen door een gebouw van culturele waarde. Ook als er in het Stedelijk Museum een nieuwe tentoonstelling wordt geopend, staan de deuren voor iedereen open – meestal op vrijdagmiddag om 5 uur. Het probleem is dat de precieze data, om begrijpelijke redenen, niet aan de grote klok worden gehangen.

En dan te bedenken dat Amsterdam zelf eigenlijk ook één groot openluchtmuseum is. Op ooghoogte is dat niet altijd te zien, want menig mooi geveltje viel ten prooi aan de slopershamers van de middenstand. Maar wie boven die winkelpuien kijkt, ziet nog de rest van het pand. Soms lopen oude, verstokte Amsterdammers door de stad met een groepje bezoekers. Ze dragen een bierkratje mee waarop ze af en toe gaan staan om iets te vertellen. Wie zich binnen hun gehoorsafstand bevindt, kan boeiende verhalen horen. Zomaar op straat.