De logica van omvallende dominostenen

Beeldend kunstenaars en striptekenaars Stefan van Dinther en Tobias Schalken maken hun eigen striptijdschrift `Eiland'. Onlangs is de derde aflevering verschenen met hun `abstracte' strips. ,,Je moet als lezer een beetje een puzzelgeest hebben om het leuk te vinden.''

Niemand zal meer ontkennen dat ook strips `kunst' kunnen zijn, maar zodra strips ook nog `abstract' worden haken veel lezers af. `Abstract' wil zeggen dat een duidelijk herkenbaar verhaal ontbreekt en het verband tussen de platen vooral grafisch is. Het merkwaardige is dat het publiek dat afhaakt bij de strips, in een museum veel abstracter kunstuitingen accepteert. Beeldend kunstenaars en striptekenaars Stefan van Dinther (1969) en Tobias Schalken (1972) uit Amsterdam verbazen zich over die dubbele houding.

Schalken en Van Dinther publiceren hun eigen striptijdschrift Eiland, waarvan onlangs de derde editie verscheen. Lezers die zich vertwijfeld afvragen waar de strips van het duo `over gaan', zoeken naar een onvindbare duidelijkheid. De opvallendste bijdragen in Eiland zijn `CHRZ' van Van Dinther en `Balthazar' van Schalken. Beiden zijn 'vervolgverhalen' maar ook na meerdere lezingen is de bedoeling niet volledig helder.

Van Dinther: ,,We gebruiken allebei een abstracte manier van vertellen, waarin het meer om gebeurtenissen draait. Het is te vergelijken met dominostenen die omvallen. Het een volgt automatisch op het ander. Ik begrijp ook wel dat sommige mensen het helemaal niks vinden. Je moet als lezer je best doen, lang stil blijven staan bij sommige stukken en een beetje een puzzelgeest hebben om het leuk te vinden.''

Schalken: ,,Ik snap dat het een pretentieuze indruk kan geven, maar dat heb je al snel als je iets anders probeert. Een strip ontstaat bijna vanzelf; je stuit op een idee en dat ontwikkel je verder omdat je benieuwd bent waar het heen zal gaan.''

De wijze waarop de lezer gestuurd wordt in de strip doet denken aan het doorklikken op een internetpagina. Bij `CHRZ' wordt er steeds verder ingezoomd op een bepaalde plaat; bij `Balthazar' bestaat een pagina soms uit een grote plaat met allerlei kleine `windows' verspreid over de pagina. Hoewel niet bewust, heeft die vorm te maken met het feit dat beiden veel met computers werken. Van Dinther, die ook als freelance multimedia-vormgever werkzaam is: ,,Dat komt er waarschijnlijk automatisch in. Ik las vroeger strips, maar ik speelde ook veel computerspelletjes.'' Schalken: ,,Het heeft ook te maken met de interactieve installaties die we maken. Door dat werk ga je op een non-lineaire manier verhalen vertellen. Tijdens het experimenteren ben ik op zoek naar wat er nu specifiek is aan het medium strip, juist omdat je voor de objecten op een andere manier werkt. Je stelt je dan de vraag waarom dit nu als een strip verteld moet worden of waarom iets een ruimtelijk beeld moet zijn en geen foto. Het moet iets specifieks van het medium hebben.''

Hun strips mogen dan ongebruikelijk abstract zijn, in de kunstwereld zijn de twee volgens Van Dinther juist weer te anekdotisch. Bij een van hun meest recente installaties, `Peary', is een beeld van een man op een stuk glas geprojecteerd. Als je dichterbij komt, duikt de man weg. Het is de bedoeling dat de kijker het vertrouwen van de verlegen man probeert te winnen. ,,Ik erger me soms aan de zwaarwichtigheid die je vaak bij kunst tegenkomt,'' zegt Schalken. ,,Daarom wil ik af en toe een Efteling-effect gebruiken. Kunst moet een fysieke ervaring zijn en geen beeld op een sokkel.''

In de vorige editie van Eiland was het duo nog een trio en zorgden de soms melige bijdragen van Eric van der Heijden voor een iets luchtiger toon. Van der Heijden ontbreekt dit keer omdat hij te weinig materiaal had. Die houding is kenmerkend voor de werkwijze van de tekenaars. Als ze er zin in hebben, gaan ze tekenen en wanneer er voldoende materiaal is, wordt er gedacht over publicatie. Van Dinther: ,,Strips zijn voor mij een stabiele factor. Ik kan er altijd naar terugkeren als ik even geen zin meer heb in al het geregel dat bij exposities en opdrachten komt kijken. In principe heb je alleen een stuk papier en een potlood nodig. Het is een medium waarin ik me van jongsafaan thuisvoel.''

Ondanks het ontbreken van Van der Heijden vinden de twee Eiland 3 niet echt serieus. ,,Het is het soort merkwaardige humor dat andere mensen drama noemen'', vindt Van Dinther. De gemanipuleerde foto's op de achterflap lijken nog het meest op de meligheid uit deel 2. Als op een foto uit een ouderwets schoolboek zijn de twee, gehuld in een stofjas, in uiterste concentratie in de weer met een soort natuurkundetest-opstelling. Schalken vertelt dat hij vaak inspiratie opdoet tijdens het lezen van een wetenschapskatern en gefascineerd is door uitvinders. ,,Ik heb een zwak voor de pioniers uit de houtjes-touwtjes-tijd, zoals de broers Wright. Dat twee fietsenmakers met een teveel aan fantasie in hun schuurtje het eerste vliegtuig in elkaar knutselen, terwijl hun moeder in de keuken het eten staat klaar te maken. Die kleinschaligheid, devotie en passie spreekt me erg aan. En dat mensen benieuwd zijn of hun idee ook daadwerkelijk werkt.'' Ook Van Dinther is geboeid door uitvinders en wetenschappers, maar heeft daar een minder romantisch beeld bij: ,,Ik ben gek op al dat natuurkundegedoe zoals artificiële intelligentie of de superstringtheorie.'' Vervolgens ontspint zich een discussie of het nu om het romantische beeld of om het idee van vernieuwers gaat. Het compromis luidt dat de Wright-broers een metafoor zijn voor een type mens dat meer geeft dan wat er van ze gevraagd wordt.

Eiland 3, uitgeverij Bries, 64 blz,

ƒ 29,95. Foto's van ruimtelijk werk zijn te zien op de internetsite: www.xs4all.nl/~stefanjh