Zaak tegen prijsafspraken van platenmaatschappijen

Achtentwintig Amerikaanse staten zijn een rechtszaak begonnen tegen de vijf grootste platenmaatschappijen ter wereld, Sony, EMI, Warner Brothers, Universal Music en Bertelsmann.

De staten beschuldigen de maatschappijen van prijsafspraken om zo de prijs van cd's kunstmatig hoog te houden. De vijf platenmaatschappijen zouden promotie van hun producten voor de detailhandel betalen, op voorwaarde dat deze zich houdt aan de geadviseerde minimumprijzen van de cd's. De staten eisen een einde aan deze praktijk plus een schadevergoeding.

De Britse platenmaatschappij EMI heeft laten weten dat haar `prijspolitiek volkomen legaal' is en dat ze deze `tot het uiterste zal verdedigen'. Volgens EMI zijn de beschuldigingen van de 28 staten geheel ongefundeerd. EMI beweert dat de vijf platenmaatschappijen al in mei een akkoord hebben gesloten met de Amerikaanse federale handelscommissie, de instantie die zich bezighoudt met kartels en concurrentie, om juridische vervolging te voorkomen.

Volgens EMI zijn prijsafspraken als die in het geding zijn, volkomen normaal in de handel. Het staat elke detailhandelaar vrij zich niet aan de afspraak te houden en cd's onder de adviesprijs te verkopen, aldus EMI.