Wondermachine VS

BESTAAN WONDEREN in de economie? De productiviteit van de Amerikaanse economie blijft maar stijgen, niet eenmalig, maar van maand tot maand en van jaar tot jaar. Midden jaren negentig begonnen de cijfers van de Amerikaanse productiviteit – zeg maar: de productie per werknemer – spectaculair toe te nemen nadat ze jarenlang hadden gesukkeld op een niveau dat lager was dan dat van Europa. De verklaring voor de lage productiviteitsgroei was dat de Amerikaanse economie arbeidsintensief was: arbeid was goedkoper dan in Europa en werd minder weggesaneerd door automatisering. Europese critici gaven meewarig af op de Amerikaanse banenmachine die slechtbetaalde baantjes als `hamburger-flippers' van drie dollar per uur opleverde.

Niet langer. De productiviteitsgroei in dit jaar is de hoogste van de afgelopen zeventien jaar en het einde is niet in zicht. De Amerikaanse economie maakt nu al negen jaar een periode van hoogconjunctuur door, met lage inflatie, lage werkloosheid, hoge groei, hoge bestedingen en een sterke munt.

Wat is het geheim? Deels is het de psychologie van de markten die wedden op de sterkste. De Verenigde Staten zijn niet alleen de militaire hyperpower, blakend van welvaart en zelfvertrouwen, maar ook de economische supermacht. De informatie-economie, de wereld van computers, internet en e-business is de Amerikanen op het lijf geschreven. Dit past bij een cultuur die wijd open staat voor technologische vernieuwing, particulier ondernemerschap en zakelijke risico's. De aanwezigheid van durfkapitaal, de vermaaksindustrie, de academische onderzoekscentra, de gerichtheid op praktische toepassingen en gedreven aandacht voor consumenten – kortom het hele complex van de Amerikaanse way of life maakt dat de Verenigde Staten de kweekvijver zijn geworden van wat kortheidshalve de `nieuwe economie' wordt genoemd.

DE LUCHTBEL van de beurskoersen voor nieuwe internetbedrijfjes is begin dit jaar doorgeprikt en het is niet langer mogelijk om op basis van een origineel idee een bedrijf dat nog nooit een cent heeft verdiend, naar de beurs te brengen. Maar de duurzame effecten van de nieuwe economie, de vertaling naar een structureel hoger niveau van productiviteit, zijn onweerlegbaar. De massificatie van het computergebruik, de steeds krachtiger elektronica en investeringen in ICT vinden hun doorwerking. Hierdoor kan de economie langer doorgaan met groei zonder verschijnselen van oververhitting en oplopende inflatie te vertonen.

Vergeleken met de Amerikaanse wondermachine steekt de Europese economie mager af. De groei trekt weliswaar aan, maar ligt op een lager niveau. Geen wonder dat de koers van de Europese munt, de euro, ten opzichte van de dollar wegzakt. Sinds zijn introductie heeft de euro bijna een kwart van zijn waarde ten opzichte van de dollar ingeleverd, dit jaar alleen al tien procent. Die koersval weerspiegelt het verschil in productiviteit. Zo simpel is dat.