Pikorde

In de wodkastokerij van Stolychnaya, de grootste van Rusland, houden twee rivaliserende directeuren elkaar al dagen onder schot. Zij worden geassisteerd door zwaar bewapende lijfwachten in camouflagekleding. Aardig is dat de fabriek gewoon doordraait. De telefoon wordt keurig beantwoord.

Wordt Rusland grensverleggend in de ontwikkeling van status binnen de onderneming? De gebeurtenissen in de belegerde stokerij staan in schril contrast met wat wij in Nederland gewend zijn.

Twee voorbeelden.

,,Je mag hier eigenlijk alles doen'', verklaarde een nieuwe collega, ,,alleen: rij nooit in een duurdere auto dan de baas.'' Dat was een bruikbare tip voor iemand die zijn eerste werkdag bij een nieuw bedrijf begint. Uitvoerbaar was het advies eveneens. De baas reed in een muisgrijze Italiaan van kalfsleder en wortelhout, even geruisloos als onbereikbaar.

Wat later deed ik mijn intrede bij een ander bedrijf. ,,U vliegt natuurlijk eerste klas'', zei de personeelschef. ,,U zult zien: U bent zó een royal wing!''

Royal wat?

Een onwennige blik door de gangen leverde op dat veel werknemers hun koffertjes met labels van het frequent flyer-programma van KLM hadden opgetuigd. Jongeren hadden het lagere maar ambitieuze Silver Wing-label aan de tas van de laptop hangen, senior managers hadden het hogere Royal Wing-label aan hun duurdere koffertjes bevestigd. Het instapniveau van dat programma heet Blue Wing, maar dat liet niemand zien. Kennelijk was dit onderscheid belangrijk, zo niet gevoelig.

Je vraagt je af of er iets is terechtgekomen van de pogingen hiërarchische verschillen weg te werken. Hebben initiatieven als `empowerment' (meer verantwoordelijkheid op lager niveau), `leaner & meaner' (soepelere en scherpere organisaties) en de internetcultuur organisaties doorzichtiger gemaakt?

Een kijkje in een paar ondernemingen levert veel ontnuchterend materiaal op. Vanaf de eerste dag van een nieuwe loopbaan wil elke ervaren manager nog altijd weten hoe de pikorde is. Het gaat om dat subtiele spel van uiterlijke kenmerken, taalgebruik, gewoonten, gedrag en desnoods geuren & kleuren die machtsposities verklaren. Het betreft vooral informele hiërarchie, zeg maar status.

De Financial Times citeerde vorige week een onderzoek waarin wordt gesteld dat veel statusbevestigend gedrag is terug te voeren op de dierenwereld. Mannetjesapen laten bij conflicten hun tanden zien, maken zich groter dan de vijand of schudden vervaarlijk aan takken totdat de tegenstander verdwijnt. Sommige diersoorten ontlenen hun status aan de hoeveelheid kroost die zij voortbrengen. De vruchtbaarsten bezitten bovendien een spermasoort dat concurrerende zaadjes kan uitschakelen (`killer sperm').

Bedrijfsfeesten lijken dat beeld te bevestigen.

De statusbewuste directeur zal er altijd voor zorgen dat hij het middelpunt is. Een opvallende das, het jasje extra kleurig (zie de aap: wil groter lijken dan anderen). Hij laat zich omringen door vertrouwelingen en zal mindere goden geen blik waardig keuren (laat tanden zien). Hij is vaak luidruchtig, mengt zich in allerlei gesprekken, heeft een gebruiksklaar arsenaal grappen, trekt alle aandacht naar zich toe (rukt aan takken). Voor managers in de subtop is het van het grootste belang regelmatig met de directeur en diens echtgenote gezien te worden. Het summum is met hen aan tafel te mogen zitten en dat door anderen te laten opmerken.

Een en ander hangt uiteraard samen met de bedrijfscultuur. In het algemeen geldt dat er meer ruimte voor het individu komt naarmate de plek in de pikorde stijgt. Een voorbeeld is de inrichting van het kantoor, die persoonlijker wordt. Eigen boeken, veel familiefotos, een honderd jaar oud bureau. Schrijven geschiedt met vulpen of potlood, nooit met balpen. Hoe minder bagage, hoe beter. De gearriveerde directeur verplaatst zich zonder koffer, hoogstens een dun mapje. Hij heeft geen zichtbare mobiele telefoon bij zich, eventueel een minuscuul zilveren apparaatje. Draagt geen overjas, misschien een sjaal. Hij geeft de indruk niet veel uit te voeren, alles is moeiteloos onder controle. Zijn achilleshiel heet stress, want die leidt tot onmiddellijke statusverlaging.

Op het niveau van middel management gaat het er harder en materialistischer aan toe. Hier vinden dagelijkse oorlogshandelingen plaats om laptop-computers, hoeveelheid vooraf geïnstalleerde softwarepakketten, geavanceerde mobiele WAP-telefoons, palmtop-agenda's met infraroodverbindingen, frequent-flyerlabels, auto's en kleding.

Wie dacht dat het dragen van jeans op vrijdag nivellerend werkt, loopt achter omdat er verschil is tussen jeans en jeans. Mensen en ook dieren hebben nu eenmaal een universele behoefte aan onderscheidingsvermogen. Het is een vorm van mystiek die heel hardnekkig is. En het heeft geen enkele zin je er tegen te verzetten, de mensen willen het nu eenmaal.

Status kan sinds kort ook objectief worden gemeten. Het volstaat om statusgevoelige werknemers regelmatig te onderwerpen aan een serotonine-test. Serotonine schijnt een stofje te zijn dat voel-je-goed signalen naar de hersenen stuurt. Er lijkt bijvoorbeeld een positief verband te bestaan tussen promotie en het serotonine-gehalte.

Voor wie dit allemaal wat te omslachtig is: een goed geoliede revolver naast het cederhouten postbakje draagt evengoed bij tot het gewenste onderscheid. Een bivakmuts is ook handig.

verwey@wanadoo.be

    • Wynold Verwey