Moskou in het hart geraakt

Een bomaanslag op Moskou's drukste punt, op het spitsuur: de hoofdstad is geschokt. Maar al na enkele uren herstelt het normale leven zich en een dag later is in het straatbeeld niets meer te bespeuren.

Bovengronds staat alles er onberoerd bij: het metershoge beeld van de dichter Poesjkin, de parasollen van McDonald's en de lichtreclames van bioscoop Rossija. Slechts de meest centrale metro-ingang van het plein is afgezet met dranghekken en getraliede politiebusjes. Van een ondergronds bloedbad dat zich hier tijdens de avondspits heeft voltrokken, lijkt twee uur later weinig meer te merken.

De terrasjes zitten vol, er wordt gevoosd, gelachen. Een zwerver struint onverstoorbaar de vuilnisbakken af. ,,Er stegen zwarte rookwolken uit het tunneltje op'', zegt een ober van Café Poesjkin. Dichterbij de plaats des onheils hangt nog een pregnante schroeilucht. Een trap voor de gevel van de Izvestija-burelen daalt af naar het netwerk van voetgangerstunneltjes dat drie dieper gelegen metrostations met elkaar verknoopt. Dit is het kloppend hart van Moskou; trefpunt voor tieners, verliefde stelletjes, nachtvlinders en bedelende baboesjka's.

Zenuwachtige agenten met megafoons (,,Stilstaan verboden!'') drijven de voorbijgangers linea recta naar de roltrappen, de diepte in. Dan ineens wordt duidelijk dat ze in hun bezwete uniformoverhemden de gang van de bomexplosie afschermen. Het lijkt wel een mijnschacht, zwart en rokerig. Het is nauwelijks voor te stellen dat dit dezelfde helverlichte passage is waar je normaal gesproken in een ononderbroken rij kioskjes bloemen, batterijtjes, pikante lingerie, hoofdpijnpoeders en wat niet al kunt kopen. Aan het eind van de geblakerde tunnel is te zien hoe brandweerlieden met gasmaskers in het puin poken, bijgelicht door zaklantaarns.

Ineens klinkt er geroep en gecommandeer, er ontstaat verwarring. ,,Opzij, uit de weg''. De agenten sparen haastig een doorgang uit. Tweeëneenhalf uur na de ontploffing wordt er ter hoogte van kiosk nummer 40 een nog half levende man uit de gang gesleept. In de diepte schokt geruststellend de grond, ten teken dat de metrotreinen volgens schema doorrijden.

Zeker, Moskou is letterlijk in het hart getroffen. Geen toerist die deze metropool werkelijk heeft bezocht is niet door dit krappe tunneltje gelopen – al was het maar om de prestigieuze Tverskaja-straat over te steken. Het is dan ook nauwelijks toevallig dat een van de gewonden een Amerikaan was. Maar van de drie niveaus waarop het stadsleven zich hier, een halve kilometer van het Kremlin, afspeelt, zijn de bovenste en de onderste vrijwel zonder haperen blijven functioneren.

De paniek is merkwaardig genoeg beperkt gebleven tot de voetgangerstunnel en het plantsoen buiten. Meteen na de doffe knal, maar nog voordat er zwarte rook door de trapgaten opstijgt, rennen de eerste passanten het plein op. Een van hen, een verslaggeefster van de omroep ORT, belt rechtstreeks in op de journaaluitzending van zes uur, zeven minuten na de explosie. Ze beschrijft hoe de slachtoffers met snijwonden en verschroeide, gescheurde kleren naar buiten strompelen, als zombies. ,,Doe iets, help!'' schreeuwt een meisje met bebloede handen. Sommige gewonden zijn totaal verminkt, ze kruipen de trap op en liggen een half uur aan de voet van het Poesjkinbeeld te creperen, wachtend op de eerste ambulances.

Drie uur later brengt ORT de eerste beelden vanuit de tunnel: verwrongen kozijnen van de kioskpuien, verkoolde lichamen, afgerukte ledematen. Twee van de zeven doden zijn meteen geïdentificeerd: Olga Oedalova (18) en Anna Fjodorova (20).

Nog voor de avond valt heeft de ultra-nationalist Vladimir Zjirinovski zich met zijn volgelingen op het Poesjkinplein geposteerd voor een geïmproviseerde betoging. ,,Hondendood aan de hondenseparatisten'', staat er op hun spandoeken, onmiskenbaar attributen van een vorige demonstratie tegen het Tsjetsjeense `terroristenvolk'. Types met een zogeheten `Kaukasisch uiterlijk', zondebokken bij elke aanslag, zijn opvallend afwezig in de kluwen nieuwsgierigen op het plein.

Naarmate de avond vordert melden steeds meer Moskovieten zich spontaan aan als bloeddonor voor de 93 gewonden. De televisie verwijst ze door naar een speciaal informatienummer. ,,Gaat u alstublieft niet vanavond nog naar de bloedbank of de kliniek'', dringt de nieuwslezers aan. ,,Morgen vanaf half negen kunt u daar terecht.''

Daags na de tragedie valt er in het straatbeeld van Moskou nauwelijks iets ongewoons te bespeuren. Alleen bij de ziekenhuizen staan tientallen vrijwilligers in de rij om bloed af te geven. Verder zie je veel politieblauw op straat. Zwaarbewapende verkeersagenten met kogelvrije vesten dirigeren alle vrachtauto's en bestelbusjes rücksichtslos naar de kant van de weg voor controle. Maar dat is sinds de terreurgolf van september vorig jaar – toen er bij een viertal aanslagen op flatgebouwen 293 mensen omkwamen – inmiddels een vertrouwd beeld.

    • Frank Westerman