Monoloog over verlies van de geest

Tien jaar na publicatie van Hersenschimmen schreef J. Bernlef een vervolg, de roman Eclips (1993). Acteur Stefan Jung speelt het boek als een solo op de Boulevard in Den Bosch. ,,Eclips is een hard maar ook hoopgevend boek.''

De theaterzaal voor de voorstelling Eclips is gevestigd in een voormalige motorshowroom, die ook nog enige tijd dienst deed als tapijthandel. Op de muren staat optimistisch geschilderd in zwarte letters: ,,Zelfleggen geen probleem.'' Dat `zelfleggen' als één woord lijkt symbolisch voor Eclips, de roman van Bernlef die gaat over de teloorgang van de menselijke geest en over de aantasting van het taalvermogen door een beroerte van de hoofdpersoon, de uitgever Kees Zomer. Acteur Stefan Jung (1950) bewerkte in samenwerking met regisseur Rob Scholten de roman tot een monoloog. De vierkante speelruimte is afgeschermd met doorzichtig, wit gaas. De toeschouwers nemen plaats rondom de acteur. Door het gaas heen vangt de bezoeker een glimp op van een oude dode boom, een flessenorgel, een lege teil. Installaties die Stefan Jung zelf ontwierp om de lege wereld uit te beelden, waarin zijn hoofdpersoon na een beroerte terecht is gekomen.

Eclips is de derde voorstelling die Jung maakte met als inspiratiebron een Nederlands boek. In 1994 speelde hij de jeugdige hersenpatiënt in Een gouden kind van Jean-Paul Franssens. Twee jaar later acteerde hij als de steeds gekker wordende hoofdpersoon in De Vergaderzaal van A. Alberts en nu is hij Kees Zomer in Eclips. Stefan Jung kijkt de bezoeker aan met een groot, fel oplichtend rechteroog en een half gesloten linkeroog. Hij zegt: ,,Zo'n beroerte als Bernlef schetst kan iedereen overkomen, elke dag op elk moment. Dat is het angstaanjagende van de menselijke geest. Die lijkt krachtig maar is verschrikkelijk fragiel. Ik heb het weleens gehad na een nacht van teveel drinken. Je bent je herinneringen kwijt, je kijkt terug in een zwart gat. Mensen geven je daarna terug wat er allemaal is gebeurd en dan schrik je. Ik wil dit boek spelen omdat het zo hoopgevend is in tegenstelling tot Hersenschimmen. In die roman zet het proces van dementeren zich onverbiddelijk voort. Deze Kees Zomer probeert zich uit alle macht weer een plaats te verwerven in de maatschappij.

,,Ik heb met Bernlef over de toneelbewerking gesproken. Hij behield afstand. Hij vroeg zich af hoe de precieze beschrijvingen van desoriëntatie dramatisch gemaakt konden worden. Ik denk dat de regisseur en ik daar een antwoord op hebben gevonden: de toeschouwers zitten in een vierkant om mij heen. Als ik speel, heb ik achter mijn rug geen veilige wand maar ogen van toeschouwers, hun aanwezigheid, hun spanning. Dat maakt mij als acteur onzeker. Wat gebeurt er achter mij? Dat is diezelfde onzekerheid die Zomer overvalt na zijn geestelijke ineenstorting. Opeens ontdekt hij, rijdend in een auto, dat de linkerkant van zijn hoofd en lichaam niet werkt. Hij raakt te water, redt zich. Verliest het bewustzijn.''

Bij nauwkeurige lezing van de roman blijkt dat de man twaalf dagen zonder bewustzijn leefde. Stefan Jung speelt de voorstelling zo dat die periode opnieuw wordt beleefd. Wat gebeurde er in die tijd? Heel mooi is het Electrospel waarmee hij in de eerste scène speelt. Raad hij de goede combinatie, dan gaat er een lichtje branden. De kracht om opnieuw greep op het leven te krijgen is groot. In de jaren zeventig speelde Jung als clown bij onder meer Carlos Traffic. Hij zegt: ,,Er is een grote overeenkomst tussen dit personage en een clown. Clowns hebben geen geheugen, dat is hun theatrale zeggingskracht. Zien zij een stoel staan, weten ze niet wat een stoel is. Bernlef schreef eens een verhandeling over Laurel en Hardy. Bijvoorbeeld over die beroemde scène waarin een vleugel de hoogte in getakeld wordt. Die dondert naar beneden. Nog eens, en met hetzelfde effect. Clowns zien geen causaal verband.'' Regisseur Scholten voegt eraantoe: ,,Die dode boom is natuurlijk een nadrukkelijke verwijzing naar Wachten op Godot van Beckett. Vladimir en Estragon zou je ook als clowns kunnen beschouwen. De ene dag herinneren ze zich niet wat ze de vorige hebben gedaan, namelijk dat ellenlange wachten. Er is geen ordening en een samenhang meer. Herinnering is ordening. Zonder samenhang verliest iemand de richting in zijn leven. Dan loopt hij verloren in de ruimte.''

Een sterke passage uit het boek gaat over melancholie. Bernlef schrijft: ,,In voorwerpen schuilt een groot gevaar. Voor het eerst begrijp ik wat melancholie wezenlijk inhoudt. Het is niet het mijmeren over voorbije gebeurtenissen, maar het besef van de stelselmatige aanwezigheid van het verleden, dat zich in de dingen verscholen houdt.'' Terwijl acteur Jung deze woorden zegt, begint een ventilator te zoemen en komt een flessenorgel met zacht tinkelende geluiden in beweging. Jung zegt: ,,Ik wil niet de anekdote spelen, maar de diepe afgrond die zich schuilhoudt achter voorwerpen als een lege fles, een teil, een kinderfiets. We eindigen met het beeld van Kees Zomer als jeugdig schaatser over de vaart. Het lijkt of het water stevig is toegevroren. Onder die keiharde ijsvloer de donkere diepte. Het is slechts een dun vlies dat hem scheidt van die duisternis. Breekt het ijs, dan tuimelt hij in de diepte. Dat is de grote dreiging die uitgaat van dit boek.''

Eclips naar de gelijknamige roman van J. Bernlef. Te zien t/m 20/8 Theaterfestival Boulevard, Oostwal 34, Den Bosch. Nadien op tournee. Inl.: 040-2451739. * J. Bernlef: Eclips. Roman. Uitg. Querido.

Prijs fl 32,95.

    • Kester Freriks