Miskleun Japanse tunnel

Publieke werken, het favoriete middel van de Japanse regering voor stimulering van de economie, beginnen de Japanse overheid op te zadelen met miljarden aan oninbare leningen. Dit bleek gisteren uit een rapport over twee semi-overheidsinstellingen.

In 1998 opende de overheid trots een gecombineerde tunnel-brug van ruim 15 kilometer lengte, dwars over de baai van Tokio. Het is een technisch hoogstandje van ruim 27 miljard gulden dat premier Kok in 1996 nog met een bezoek heeft vereerd. Het project staat onder beheer van de Japan Highway Public Corporation dat de investering via tolheffing in dertig jaar wilde terugverdienen maar nu wegzinkt in de schulden. Tegenover elke gulden die binnenkomt staat ruim drie gulden aan uitgaven. Het aantal auto's dat gebruik maakt van de dubbelbaanse snelweg bedraagt slechts 6 per minuut, ver onder de verwachting.

Hetzelfde verhaal gaat op voor de Honshu-Shikoku Bridge Authority die drie tolbruggen beheert tussen het Japanse hoofdeiland Honshu en het kleinere Shikoku. De Bridge Authority is met een negatief vermogen van 837 miljard yen (ruim 18 miljard gulden) feitelijk failliet. Ook deze bruggen zijn technische hoogstandjes maar het aantal auto's dat er gebruik van maakt is veel te laag.

Gisteren publiceerde het Bureau Algemene Zaken dat onder de Japanse premier ressorteert, een rapport met twee voorbeelden van wanbeheer bij semi-overheidsinstellingen. In de Japanse media wordt gespeculeerd over meer financiële `bodemloze putten'.

De oppositie claimt dat de regering publieke werken slechts stimuleert om de bouwindustrie te steunen op kosten van de belastingbetaler. Het aantal gebruikers is soms slechts een kwart van de raming.

Zelfs binnen de regerende Liberaal Democratische Partij groeit onvrede over de geldstroom richting bouwindustrie en de onwrikbaarheid van plannen die soms decennia oud en achterhaald zijn. Onder deze druk heeft de regering besloten enkele projecten opnieuw ,,in onderzoek'' te nemen.