Landschappen van Henri Bles nodigen uit tot speuren

`Zoek de uil' is een aardig spelletje dat je kunt doen in de tentoonstelling van werk van de zestiende-eeuwse Maaslandse landschapsschilder Henri Bles, die nu is te zien in het museum van het Belgische Namen. Bles verstopte in zijn landschappen namelijk vaak een klein uiltje. Dat motief kreeg bijna de waarde van een signatuur en werd zozeer het handelsmerk van de schilder dat hij in Italië, waar zijn werk veel aftrek vond, `civetta' (uil) genoemd werd.

Over de kunstenaar, van wie toch een behoorlijk aantal werken is overgeleverd, is verder opmerkelijk weinig bekend. Hij zal aan het eind van de vijftiende eeuw zijn geboren in Bouvignes bij Namen, of in Dinant. Waarschijnlijk heeft hij in Antwerpen gewerkt en heeft hij gereisd in Italië, waar hij volgens sommigen rond het midden van de eeuw ook is overleden. De zeventiende-eeuwse kunstenaarsbiograaf Karel van Mander noemt hem Herri met de Bles `omdat hij een witte haarvlek op zijn voorhoofd had'.

Het is een van die kunstenaarsnamen die je, als je hem een keer gehoord hebt, niet meer vergeet, en het is bijna jammer te bedenken dat het onwaarschijnlijk is dat `Bles', in de Franstalige geboortestreek van de kunstenaar, ook werkelijk om die reden zijn bijnaam was.

De beschouwer die in de expositie van zo'n vijftig werken van de meester en zijn tijdgenoten, uitsluitend op uilenjacht is, doet daarmee natuurlijk geen recht aan alle andere kwaliteiten van het werk van de schilder. Maar het is een feit dat het speuren op de paneeltjes die kenmerken juist naar voren brengt. Bles behoort, met meesters als Joachim Patinir en Pieter Bruegel, tot de groep schilders in de zuidelijke Nederlanden die in de loop van de zestiende eeuw steeds meer aandacht zijn gaan besteden aan de uitbeelding van het landschap, ten koste van het religieuze, mythologische of allegorische figurale element.

Deze schilders gaven zich moeite om hun landschappen zeer nauwkeurig weer te geven, en je moet er de tijd voor nemen ieder afzonderlijk geschilderd boompje, bloempje of vogeltje waar te nemen en op waarde te schatten.

Maar de overgang van vertellende voorstellingen naar onbevolkte landschappen zoals die uit de zeventiende eeuw bekend zijn, voltrok zich verre van abrupt. Net als zijn tijdgenoten die zich op het nieuwe genre toelegden, blijft Bles steeds een verhaal vertellen. De geschiedenis van de bijbelse koning David bijvoorbeeld, die Bathseba begeerde en haar man daarom op een levensgevaarlijke missie stuurde, speelt zich op onderhoudende wijze af rondom een renaissance-paleis, compleet met tennis- en croquetbaan en een tuin in de vorm van een labyrint.

Het Landschap met de prediking van Johannes de doper heeft een minder gecultiveerd decor. Op de voorgrond luistert een groep figuren naar de prekende heilige. Daarachter strekt zich een panorama uit met bebossing en een grillig rotslandschap dat aan de fantasie van de schilder lijkt te zijn ontsproten, maar dat ook wel doet denken aan de hoge rotsformaties in het Maasdal bij Dinant en Namen. Pas bij nauwlettende observatie blijken in het landschap in de achtergrond ook nog allerlei figuurtjes te zijn geschilderd. Zo is, met niet meer dan een paar dunne penseelhaaltjes de scène weergegeven van Johannes die Christus doopt. In een paneel als De parabel van de barmhartige Samaritaan is het landschap nog overheersender en zijn alle vertellende scènes gereduceerd tot kleine, eenvoudig vormgegeven en soms bijna verstopte beeldelementen.

Hoewel het op het eerste gezicht lijkt alsof Henri Bles in dergelijke schilderijen het religieuze thema als niet meer dan een aanleiding of zelfs rechtvaardiging beschouwde om een fraai landschap te schilderen, hebben kunsthistorici ook wel verondersteld dat die kleine bijbelse scènetjes de devote beschouwer juist voorhielden zich niet door de omgeving te laten afleiden, maar zich, door geconcentreerde beschouwing, te richten op de religieuze boodschap. Dat is heel goed mogelijk, maar de enige attractie van deze schilderijen zal het niet zijn geweest, als we Karel van Mander mogen geloven. Zo'n vijftig jaar na het overlijden van Bles schreef hij over hem en zijn uiltjes en stelde vast dat dat motief `nogal eens zo verborgen zit dat mensen elkaar lang laten zoeken en erom wedden dat het niet wordt gevonden. Zo verdrijven zij hun tijd met dit uil-zoeken'. En dat is precies waar deze kleine tentoonstelling toe uitnodigt.

Tentoonstelling: Autour de Henri Bles. Musée des Arts anciens du Namurois. 24, Rue de fer, Namen. T/m 1/11, geopend dag. 10-18. Inf. www.province.namur.be, tel.: 0032 81 220065.

    • Bram de Klerck