Hartzaken

Vijftien cardiologen uit het Dijkzigt Ziekenhuis in Rotterdam richtten in 1984 een medisch onderzoeksbureau op dat uitgroeide tot een van de grootste instellingen op cardiovasculair gebied.

Een knipperend hartje met een verspringende cijferreeks: 285, 0, 145, 12. De hartslag van de patiënt in behandelkamer 3 van het Catheterisatie Laboratorium, een van de de cardiologische afdelingen in het Dijkzigt Ziekenhuis in Rotterdam, is duidelijk van slag. Met een zorgelijk gezicht kijkt de afdelingsleider naar de monitor. ,,Het gaat niet optimaal', zegt hij met gevoel voor understatement tegen een cardioloog die de registratiekamer komt binnenlopen.

Op de behandeltafel aan de andere kant van het venster ligt een gezette man die na een infarct in het ziekenhuis is opgenomen. Elf artsen en verpleegkundigen zijn druk met hem in de weer. ,,Ojee, zijn hart begint te zwabberen', verklaart de afdelingsleider een golvend lijntje op het scherm. Met elektrische schokken proberen de artsen aan het fibrilleren een eind te maken. Tien minuten later veranderen de grafieken op het scherm plotseling in rechte lijnen. Achter het knipperende hartje verschijnt steeds weer een nul. Een verpleegkundige drukt een paar knoppen in. Een arts doet met nijdige bewegingen zijn handschoenen uit. ,,Uit piëteit met de patiënt lijkt het me beter dat u hier nu weg gaat', zegt de afdelingsleider.

Een ongelukkig moment voor een rondleiding over het Cath Lab. Jammer dat u geen dotterbehandeling heeft bijgewoond, zegt een verpleegkundige in de koffiekamer. Of het plaatsen van een stent, een uitvouwbaar metalen veertje waarmee gedotterde bloedvaten langer kunnen worden opengehouden. Dat zijn de routineklussen waar het Academisch Ziekenhuis Dijkzigt naam mee heeft gemaakt. Vanuit de hele wereld komen regelmatig medici naar Rotterdam voor cursussen over de nieuwste cardiologische behandelingen. Die faam dankt het Catheterisatie Laboratorium mede aan de samenwerking met het eveneens in Rotterdam gevestigde medische onderzoeksbureau Cardialysis. ,,Stents zijn nu overal in gebruik doordat wij daar onderzoek naar hebben gedaan', zegt Gerrit-Anne van Es, een van de directeuren van Cardialysis.

Cardialysis dateert van 1984, de tijd dat overheden wereldwijd de regels voor geneesmiddelen en medische technieken aanscherpten. De farmaceutische industrie zocht destijds naar methoden om de klinische onderzoeksfase van nieuwe medicijnen te verkorten. Vanwege de leidinggevende rol op gebied van hart- en vaatziekten klopten farmaceutische bedrijven regelmatig bij de Rotterdamse cardiologen aan met de vraag of zij aan onderzoek wilden meewerken.

De bereidheid was aanwezig, zeker ook omdat de onderzoeksgelden van de overheid en de Nederlandse Hartstichting ontoereikend waren om alle wetenschappelijke onderzoeksdoelen te kunnen verwezenlijken. Toch mislukte de samenwerking al snel. Een academisch ziekenhuis bleek destijds een te bureaucratische organisatie om vlot in te kunnen spelen op de onderzoekseisen van de industrie.

Vijftien cardiologen besloten daarop zelf een onderzoeksbureau op te richten. In een pand aan de Westzeedijk in Rotterdam vestigden ze Cardialysis. Na hun diensten in het Dijkzigt gingen de medici daar heen om de onderzoeken te coördineren die ze samen met Europese collega's hadden opgezet.

Op verschillende plekken in de wereld ontstonden tegelijk vergelijkbare instellingen. Deze zogenoemde Contract Research Organisations (CRO's) waren meestal veel commerciëler van opzet en hielden zich ook bezig met de marketing van medicijnen. Cardialysis nam uitsluitend onderzoek aan dat wetenschappelijk interessant was en bleef daardoor relatief klein. In 1992 telde het bureau zo'n 35 werknemers in een hiërarchisch zeer platte organisatie. Soms werkten de koffiejuffrouw en de directeur net zo hard mee om een zaak rond te krijgen.

Die tijd is voorbij, zegt onderzoeksdirecteur Van Es. Zo'n acht jaar geleden besloten de aandeelhouders tot een meer marktgerichte bedrijfsvoering. Het aanbieden van extra diensten leek de enige mogelijkheid om meer grip te krijgen op het onderzoek. De ommezwaai pakte succesvol uit. Op gebied van hart- en vaatziekten groeide Cardialysis de afgelopen jaren uit tot een van de vijf grootste onderzoeksbureaus ter wereld.

Cardialysis initieert, ontwerpt en coördineert onderzoek naar de effectiviteit van nieuwe geneesmiddelen en nieuwe medische technieken op cardiovasculair gebied. ,,Onze meerwaarde is dat we meedenken en meedoen', zegt Van Es. ,,We zijn een spin in het web tussen de ziekenhuizen, de universiteiten en de industrie.'

Concurrende onderzoeksbureaus hebben soms wel duizenden werknemers. Toch blijft Cardialysis met slechts 125 werknemers moeiteloos overeind en heeft het bureau nog steeds de naam zich bezig te houden met vernieuwend wetenschappelijk onderzoek. Hoe dat kan? Onderzoeksdirecteur Van Es noemt de wetenschappelijke achtergrond van het bedrijf, het internationale netwerk en de wijze waarop de onderzoeksgegevens in Rotterdam worden verwerkt.

In de loop der jaren bouwde Cardialysis een netwerk op van meer dan duizend ziekenhuizen die bij klinische onderzoeken zijn betrokken. Per proefpatiënt krijgen de klinieken een vergoeding. Die bijdrage dekt minimaal de kosten voor de handelingen in het kader van het onderzoek. Maar een ziekenhuis dat aan veel onderzoeken meedoet, houdt daar volgens Van Es geld aan over voor het doen van meer fundamenteel onderzoek.

Een Medisch Ethische Commissie screent elk onderzoeksproject. Patiënten doen mee op basis van vrijwilligheid. De bereidheid om mee te doen is over het algemeen groot; de extra medische zorg trekt velen over de streep. Toch hebben veel bureaus moeite met het vinden van voldoende proefpatiënten. Dankzij het grote netwerk is Cardialysis echter gemakkelijk in staat studies te verrichten onder soms wel tienduizend patiënten. Sterk punt is dat Cardialysis de daaruit voortvloeiende gegevens zelf kan verwerken in het zogenoemde core-laboratorium.

Van Es: ,,In ons core-lab kwantificeren wij de medische signalen of beelden die uit de klinieken komen. Een arts gebruikt angiogrammen (röntgenopnamen van hart- en bloedvaten) en ecg's (elektrocardiogrammen) om diagnoses te stellen en zijn handelen mee te bepalen. Metingen hebben voor een onderzoeker een andere functie. Daarmee kan hij een standaardbehandeling vergelijken met een nieuwe methode.'

Met veelal in eigen beheer ontwikkelde computersoftware zijn analisten van Cardialysis in staat om eenduidige metingen te verrichten van bijvoorbeeld vernauwingen in kransslagaders. De gegevens van het core-lab vormen de basis van wetenschappelijke en statistische rapportages.

Een `billion dollar company' hoeft Cardialysis nooit te worden. Wel concludeerde de leiding onlangs dat verdere groei onvermijdelijk is. In een competitieve markt is het de enige manier om te overleven, zegt Van Es. Het bedrijf kreeg twee jaar geleden een algemeen directeur en een raad van commissarissen. Volgende stap is het internationale netwerk, dat nu veelal steunt op wetenschappelijke vriendschap, een steviger structuur geven. In diverse landen stationeert Cardialysis daarom binnenkort permanente vertegenwoordigers die de relatie met de ziekenhuizen gaan onderhouden. Voor de opdrachtgever betekent dat minder reiskosten, voor Cardialysis is de winst betere communicatie en daardoor meer betrouwbare onderzoeksgegevens.

De nauwe band met Dijkzigt en de topcardiologen daar maakt het almaar groter wordende bedrijf kwetsbaar. Steeds nadrukkelijker presenteert Cardialysis zich om die reden als een Europese onderneming. Dat helpt als je buitenlandse cardiologen bij een studie wilt betrekken, zegt Van Es. ,,Een Franse onderzoeker werkt echt niet voor iemand in Rotterdam.'

Ook inhoudelijk wil het bureau zich verbreden. Gekeken wordt naar andere disciplines binnen de cardiologie, zoals hartfalen en hypertensie, maar ook naar neurologie, urologie en oncologie. Van Es: ,,Met onze benadering is nog veel meer markt te veroveren. Wij lopen op de leading edge. Samen met de industrie proberen we steeds nieuwe ideeën te ontwikkelen. Met een drieledig doel. De onderzoekers proberen we de wetenschappelijke eer te bezorgen, de industrie de mogelijkheid om met een nieuw product op de markt te komen, en voor ons bedrijf is er de omzet.'

Dit is het zesde artikel van een serie over grote Nederlandse nichemarktspelers. Eerdere afleveringen verschenen op 5, 12, 19 en 26 juli en 2 augustus.