G8 moet meer doen tegen armoedeziekten

De ambitie is er, maar de plannen van de G8 om zogeheten armoedeziekten te bestrijden zijn onvoldoende, meent Pim Martens.

Armoedeziekten worden ze genoemd: malaria, aids en tuberculose. De bestrijding ervan vraagt om meer dan gemiddelde ambitie. Iets van die ambitie werd zichtbaar tijdens de top van de G8 (de zeven voornaamste industrielanden en Rusland) vorige maand in Okinawa. Toen beloofden de acht wereldleiders veel verder te gaan dan tot nu toe het geval is in het bestrijden van infectieziekten die, zo werd gesteld: ,,een hele generatie de hoop op een betere toekomst ontnemen en tientallen jaren van ontwikkeling teniet dreigen te doen''. Dit streven staat haaks op het ontbreken van nieuwe initiatieven om de schuldenlast van de arme landen te verlichten.

In samenwerking met de Wereld Gezondheidsorganisatie moet omstreeks het jaar 2010 het aantal jonge mensen dat geïnfecteerd is met HIV/aids met 25 procent teruggebracht worden, het aantal doden ten gevolge van tuberculose met 50 procent gereduceerd zijn, en de ziektelast die wordt veroorzaakt door malaria met de helft zijn afgenomen.

Hoe de G8 dit wil bewerkstelligen is niet helemaal duidelijk, hoewel wel een aantal plannen besproken is. Zo wil de G8 nagaan hoe medicijnen goedkoper gemaakt kunnen worden voor ontwikkelingslanden. De VS stelden voor om 1 miljard dollar te lenen aan de landen in Afrika ten zuiden van de Sahara, zodat zij medicijnen tegen virusziekten (van Amerikaanse makelij) kunnen kopen. Deze medicijnen zouden echter hoogstwaarschijnlijk goedkoper in de ontwikkelingslanden zelf gefabriceerd kunnen worden. De Britse ontwikkelingsorganisatie Oxfam stelt dan ook terecht dat ,,de VS deze landen niet nog verder in de schulden moeten laten steken, terwijl zij hun eigen farmaceutische industrie subsidiëren''.

Ook hield de G8 een pleidooi om meer financiële middelen te mobiliseren in de strijd tegen deze ziekten. Alhoewel onder meer het Verenigd Koninkrijk zijn bijdrage ter bestrijding van ziekten verdubbelde (van 50 naar 100 miljoen Engelse ponden), is dit slechts een fractie van de schulden die de arme landen jaarlijks moeten betalen.

Op dit moment betalen de armste landen een groot deel van hun nationaal inkomen aan het aflossen van hun staatsschuld. Per dag gaat dit om een bedrag van 60 miljoen Amerikaanse dollars, dollars die goed gebruikt zouden kunnen worden om te investeren in onderwijs en gezondheidszorg. Landen in Afrika geven bijvoorbeeld vier keer zoveel geld uit aan het betalen van de rente van hun schulden dan aan gezondheidszorg. Meer dan tweederde van het aantal mensen in de wereld dat besmet is met HIV woont in Afrika, en 90 procent van het aantal doden ten gevolge van malaria valt in dit continent. Volgens de Verenigde Naties zouden de levens van 7 miljoen kinderen gered kunnen worden als de renteaflossingen gebruikt zouden worden ter verbetering van het gezondheidszorg- en onderwijssysteem.

Een ander aandachtspunt van de G8-top is het versmallen van de kloof tussen arm en rijk op het gebied van de informatietechnologie. Arme populaties zijn voor het merendeel verstoken van internet. Het Human Development Report van 1999 geeft aan dat de verspreiding van nieuwe ICT-technologieën niet zozeer de wereldwijde communicatie heeft bevorderd, maar dat met name de jonge, blanke mannen in het rijke noorden hiervan profiteren. Met de huidige schuldenlast zal er zeer moeizaam aan de infrastructuur gewerkt kunnen worden die nodig is om deze nieuwe technologie te gebruiken. Natuurlijk is de verdere ontwikkeling en diffusie van ICT belangrijk, maar zoals Jubilee 2000-directeur Ann Pettifor reeds zei: ,,De armste mensen van de wereld kunnen geen laptop eten, en een internetverbinding zal niet voorkomen dat ze aan malaria of tuberculose sterven.'' Tijdens een internationale conferentie in de herfst van dit jaar, opnieuw in Japan, moet de strijd tegen malaria, tuberculose en aids een nieuwe impuls krijgen. Dan zullen de landen van de G8 een actieplan opstellen hoe de gestelde afname van aids, malaria en tuberculose verwezenlijkt kan worden. Zonder een verregaande schuldenverlichting voor de armste landen zal echter zelfs een kleine afname in de ziektelast van de Derde Wereld moeilijk haalbaar zijn.

Pim Martens is verbonden aan het International Centre for Integrative Studies van de Universiteit Maastricht.

    • Pim Martens