Demonstranten Iran eisen hoofd parlementariër

Bij het Iraanse parlement hebben conservatieve demonstranten gisteren het hoofd geëist van een hervormingsgezinde parlementariër die zondag durfde ingaan tegen het machtswoord van Opperste Leider Ali Khamenei, waarmee deze een eind maakte aan het debat over aanpassing van de repressieve perswet.

Met zijn verbod het debat voort te zetten voorkwam Khamenei dat de hervormingsgezinde meerderheid in het parlement met een reeks amendementen de perswet zou versoepelen. Het bevel leidde tot schermutselingen in de zaal, het uitschakelen van de microfoons en het aftreden van de voorzitter van de parlementscommissie die de amendementen had voorgesteld.

De demonstranten die zich voor het parlementsgebouw verzamelden eisten er het hoofd van de enige die het debat wilde voortzetten, Mohammad Rashidian. Deze had – `live' op televisie – in zijn interpellatie Khamenei zelfs `meneer Khamenei' genoemd, met weglating van diens religieuze titel ayatollah. Daarmee had hij gesuggereerd dat Khamenei zijn machtswoord niet overeenkomstig de islamitische wetgeving had gesproken, een zware inbreuk op de politiek-religieuze gebruiken.

,,De verrader Rashidian moet worden geëxecuteerd'', zo scandeerden gisteren de demonstranten bij het parlementsgebouw. Ze prezen het parlement omdat het gehoor had gegeven aan het bevel van Khamenei en Khamenei zelf: ,,Het bloed in onze aderen is een geschenk aan de leider. Onze ogen zijn een geschenk aan de leider'', zo stond te lezen op de spandoeken. Een student die de menigte toesprak beschuldigde de hervormers in het parlement van pogingen ,,de religieuze overtuiging van het volk'' aan te vallen met het doel ,,het Amerikaanse kolonialisme en de Amerikaanse dictatuur weer in te voeren''.

De enige toegestane liberale partij in Iran, de Vrijheidsbeweging, gaf gisteren een kritische verklaring uit over het ingrijpen van Khamenei: ,,Als de Opperste Leider wordt verondersteld in deze zaken te mogen ingrijpen, hoe kan dan het parlement zijn werk doen? Dit soort inmening is noch in het voordeel van de Islamitische Republiek, noch in dat van de Opperste Leider.''