Claimen bij de mullahs

We zijn aan het inchecken bij een stoffig hotel in de Noord-Iraanse stad Rasht als een bebaarde vijftiger ons in vloeiend Engels welkom heet.

,,Bent u de manager?'' vraag ik.

,,Nee, ik ben hier ook een gast. Ik woon in LA, maar ben hier voor business. Kom dadelijk even theedrinken op mijn kamer.''

Het piepkleine kamertje wordt gedomineerd door een enorme landkaart van Noord-Iran met tal van rode spelden. Wat voor zaken doet deze Irano-Amerikaan? Hij schenkt de kopjes in uit een thermosfles en gaat zitten op zijn bed.

,,Ik ben hier nu al acht jaar bezig om te proberen de landerijen van mijn vader die de mullahs na de revolutie hebben afgepakt, terug te krijgen. Sinds een jaar lopen de eerste processen. Enkele successen heb ik al geboekt. Mijn vader had honderden stukken land verspreid over heel Noord-Iran, maar de stukken hier rond Rasht zijn het kostbaarst, omdat ze vruchtbaar zijn en worden gebruikt als rijstvelden. Ik heb spijkerharde bewijzen die mijn eigendomsrechten bevestigen. Het land zelf hoef ik niet terug, het gaat mij om compensatie. Het islamitisch recht heb ik aan mijn zijde.''

Op een klein boekenkastje staat de Koran naast tal van islamitisch-juridische werken, deels in het Engels. ,,Een van mijn advocaten is zelf een mullah. Dat maakt indruk.''

De man, oud-docent in engineering, eerst in Iran en nu in de VS, maakt een gedreven indruk. Het is hem bittere ernst. ,,De regering heeft vaak wegen over mijn land aangelegd of pijpleidingen. Veel land is nu ook in handen van particulieren. Met hen ga ik, gewapend met mijn documenten, in onderhandeling om tot een schadeloosstelling te komen. Meestal lukt dat wel, want ik zet ze het mes niet echt op de keel. Het dealen met de overheid gaat een stuk moeizamer. Maar opgeven zal ik nooit. Niemand kan mijn bezit zomaar afpakken.''

Als ik suggereer een foto van hem te nemen, verstijft hij subiet. ,,Nee, dat kan absoluut niet! Alles wat de delicate onderhandelingen kan verstoren moet ik vermijden. Acht jaar ben ik nu al bijna full time bezig. Ik neem geen enkel risico!'' Zelfs een foto van zijn kamer of de landkaart is taboe. ,,Veel te herkenbaar voor de autoriteiten.''

Aan de muur hangt een foto van zijn aristocratische grootvader. Daarnaast een mooie jonge vrouw in Amerikaans universiteitsuniform met vierkante hoed. ,,Mijn dochter. Ze belde me laatst of ik op haar graduation kon komen, maar dat zat er niet in. Te druk. Ze stuurde me deze foto.''

De man bivakkeert nu ruim een jaar in deze hotelkamer; zijn vrouw en dochter zijn in die tijd één keer op bezoek geweest.

Volgens de gedreven Amerikaan zijn er in Iran thans rond de 10.000 claimanten actief. Het is een bizar machtsspel om de Iraanse grond waarin de eisers zeker niet kansloos zijn.

,,Dat heeft weer alles te maken met rampzalige economische situatie hier. Via ambassades worden Iraniërs uit de diaspora benaderd om naar Iran te komen en hun bedrijven daar voort te zetten om zo werkgelegenheid te creëren. Deze mensen moeten de frontsoldaten gaan vormen die weer nieuwe westerse investeerders kunnen aantrekken. Part of the deal moet dan wel zijn dat ze worden gecompenseerd voor hun verloren bezittingen van voor 1979, maar zo'n proces heeft uiteraard heel wat voeten in de aarde.''

Er verschijnen twee mannen in de deuropening in smetteloos witte overhemden. ,,Mijn advocaten'', zegt de claimant. ,,Ik moet me verontschuldigenen.''