Venetiaan II

,,HOOPVOL, BEMOEDIGEND en verheugend.'' Zo kwalificeerde de Nederlandse regering bij monde van minister Van Aartsen (Buitenlandse Zaken) de uitslag van de Surinaamse verkiezingen in mei. Hij doelde op de zege van het Nieuwe Front van traditionele partijen op de groeperingen van de zittende president Wijdenbosch en de voormalige legerleider Bouterse. Beiden waren elk op eigen wijze in diskrediet geraakt, de eerste door opzichtig wanbeheer, de tweede door een Nederlands drugsproces. De oud-legerleider versloeg wat dit betreft zijn voormalige politieke kompaan Wijdenbosch overigens met een straatlengte.

De overwinning van het Nieuwe Front was overtuigender dan bij de vorige stembusuitslag, maar de coalitie miste net die ene stem die nodig was voor een tweederde meerderheid in het parlement om het presidentschap te verwerven. Bij de vorige verkiezingen, in 1996, won het Front ook, maar liet het zich uit elkaar spelen bij de presidentsverkiezing. Nu heeft zijn voorman Venetiaan zich de verlate prolongatie van zijn presidentschap – Venetiaan was al president van 1991-1996 – niet laten ontglippen. Hij heeft aangekondigd zich te gaan inzetten voor normalisering van de betrekkingen met Nederland, die door het wanbewind van Wijdenbosch zo blatant werden geblokkeerd.

Toch mist er nog een schakel in het proces van normalisering. Zoals Van Aartsen opmerkte, is het van belang de juiste volgorde aan te houden bij de stappen naar het, aan beide zijden gewenste, herstel. Met andere woorden: eerst zien dan geloven. Deze waarschuwing geldt niet alleen voor Paramaribo, maar ook het Nederlandse parlement. Verschillende fracties vonden de stellingname van het kabinet op de recente politieke veranderingen in Suriname ,,te afhoudend'', ,,mager'' of ,,kil afstandelijk''. Er is echter nog een lange weg te gaan, zoals althans één kritische woordvoerder wel wilde erkennen.

DE MILJARDENPOT met hulp die Nederland bij de onafhankelijkheid van Suriname beschikbaar stelde, heeft ertoe geleid dat beide landen tot elkaar veroordeeld zijn. Gezond is dat niet, zeker niet voor Suriname, dat zich voor zijn ontwikkeling uitsluitend op Nederland blijft richten. Als over enkele jaren de laatste gulden van de verdragsmiddelen is besteed, moet Suriname niet afhankelijk blijven van Nederland. De zakelijke benadering, waaraan Van Aartsen na de verkiezingswinst van het Nieuwe Front terecht vasthoudt, staat of valt met een ,,verdere diversificatie van internationale relaties van Suriname en vergroting van de regionale integratie van dit land''. Het tunnelzicht richting Den Haag moet in belang van beide partners worden doorbroken. Daar zijn concrete mogelijkheden voor: een grotere rol voor internationale organisaties als het IMF, de Wereldbank, de Interamerikaanse Ontwikkelingsbank en het Caraïbische samenwerkingsverband Caricom.

De grote vraag is of president Venetiaan II dit opbrengt. Hij heeft de kwaliteiten, maar kwam in zijn eerste ambtsperiode uiteindelijk niet toe aan het doorhakken van de gordiaanse knopen in de Surinaamse politiek. Zijn hernieuwde aantreden steekt gunstig af bij de puinhoop die Wijdenbosch heeft achtergelaten. Maar het noodzakelijke medicijn voor Suriname is door de verloren jaren alleen maar bitterder geworden. Met alle politieke risico's van dien. Ondanks zijn naam is het Nieuwe Front `oude politiek' – en dus kwetsbaar.

VOOR VENETIAAN tikt ook nog een bijzondere tijdbom: Bouterse. Desi Bouterse zit met een uitgeklede, maar moeilijk te negeren veroordeling bij verstek van het gerechtshof in Den Haag wegens drugshandel, waartegen zijn advocaat cassatie heeft aangetekend. Het werkelijk gevoelige punt voor Suriname zijn de decembermoorden en de slachtpartij bij Moiwana. Het gerechtshof in Amsterdam heeft de druk verhoogd door de weg naar een berechting te openen.

Zeker in dit dossier ligt het besluit om met het verleden af te rekenen allereerst in Suriname zelf – dus bij de nieuwe president. De zaak-Bouterse heeft nog steeds een verloederende werking op het publieke leven in Suriname. Aan een beslissing valt niet meer te ontkomen; het is juridisch gesproken nu werkelijk vijf voor twaalf. Dat wordt wat men noemt een defining moment.