Kraaien rode haan lokroep voor vrijwillige brandweer

In hun haast om op de spuitwagen te komen, veroorzaken brandweerlieden 4.800 verkeersongelukken per jaar. Maar de brand roept.

De brandweerwagen scheurt de hoek om en stopt voor een zwembad. Voor de deur staat een man heftig te gebaren. Er is brand in de keuken en er zijn nog mensen binnen, roept hij. Vlot wordt de slang uitgerold, vier gehelmde brandweerlieden gaan naar binnen. Een hoogwerker wordt erbij geroepen. Het vuur is doorgelekt naar het dak, waardoor het beter van bovenaf kan worden geblust. Overal in de smalle straat schuiven de gedrapeerde vitrages opzij. Brand? Bij ons in de straat? Een oudere buurtbewoner komt op geblokte pantoffels poolshoogte nemen.

Het is maar een oefening. De vrijwillige brandweer van Zaanstad oefent elke maandagavond in het blussen van een geënsceneerde brand. Nadat de keukenbrand is geblust, de twee door rook bedwelmde slachtoffers (poppen) naar buiten zijn gedragen en de groepscommandant-Zaandam Herman Meijer het sein `brand meester' heeft gegeven, wissen de mannen zich het zweet van hun gezicht en draaien ze wijdsbeens op de stoep een sjekkie. Ze evalueren hun actie: ,,Wat deed jij opeens bovenaan de trap?'' en ,,Man, je zuurstoffles begon te fluiten, dan is hij bijna leeg. Je had allang buiten moeten zijn.''

Het hele Zaanse brandweerkorps (380 man) bestaat uit vrijwilligers, maar dat wil niet zeggen dat ze hun taak niet superserieus nemen, zegt Meijer, zelf in het dagelijks leven inspecteur bij de Zaanse politie. Hij haat het imago van brandweeramateurs of rouwdouwers. Vrijwillige brandweermannen die naar de kazerne worden opgeroepen, veroorzaken jaarlijks 4.800 verkeersongevallen in hun haast om eerder bij de kazerne aan te komen dan een collega. Tijdens de rit van de kazerne naar de brand zouden beroeps- en vrijwilligers samen debet zijn aan nog eens vierhonderd ongevallen.

De cijfers kloppen, zegt onderzoeker Ira Helsloot, van het Nederlands Instituut voor Brandweer en Rampenbestrijding (NIBRA). ,,Maar we hebben niet onderzocht wat de oorzaak is. Zelf lijkt het me veel waarschijnlijker dat het komt omdat de brandweermannen onder hoge druk staan – er is immers brand of er zit iemand bekneld – dan dat ze een wedstrijdje spelen.''

De beroeps- en de vrijwillige brandweer worden jaarlijks een kleine miljoen keer opgeroepen. Daarvan rukken ze ongeveer 135.000 keer uit. Helsloot: ,,Er gaat in 0,3 van de gevallen iets mis. Dan rekenen we een afgerukt spiegeltje ook mee. In tien tot twintig procent van de gevallen gaat het om ongelukken met letsel.'' Toch is het aantal ongelukken te hoog, zegt Helsloot. Het NIBRA gaat kijken of ze door extra training of strengere regels de situatie kunnen verbeteren.

Ook in Zaanstad, waar ze gemiddel drie `uitrukken' per dag hebben, gaat er wel eens wat fout, geeft Meijer toe. Zeker op weg naar de kazerne als de brandweerlieden zich net als `gewone' weggebruikers aan de verkeersregels moeten houden, maar wel binnen drie minuten op de spuitwagen willen zitten. Ze zijn gelukkig van ernstige ongelukken verschoond gebleven. Een van zijn mannen kan zich nog wel een oud-collega herinneren, die 25 jaar lang de `spuitwagen' feilloos van en naar de kazerne had gereden. ,,Lastig hoor, als je weet in wat voor een smalle straatjes we soms moeten zijn.'' Hij was bijna 55 jaar en dan moet je ermee kappen. Op zijn laatste uitruk nam hij per ongeluk drie personenauto's mee. ,,Dat was wel triest. Hij was er kapot van.'' Al zien ze er met hun kortgeschoren koppen, hun donkerblauwe broeken en hemden, de gouden strepen op brede schouders, uit alsof ze zo zijn weggelopen uit Miami Vice, het zijn allemaal keurige jongens. In het dagelijks leven werken ze als verpleegkundige, bakker bij Verkade, horlogemaker, scholier, goudsmit, automonteur, politieagent of zelfs huisman. Daarnaast zijn ze parttime redder in nood. ,,Als iemand vastzit in de lift, een vuilcontainer fikt, een woning in brand staat of als er een ernstig verkeersongeluk is gebeurd, is dat een feit dat je niet kunt veranderen'', zegt plaatsvervangend groepscommandant Willem Visser, die bij energiebedrijf NUON werkt. ,,Maar je kunt wel proberen met professioneel optreden de schade zoveel mogelijk te beperken. Als dat lukt, geeft dat een heel goed gevoel.''

De vrijwillige brandweer is niet te vergelijken met een sport- of hobbyclub. Het is een levenshouding. Het vreet vrije tijd. Elke maandagavond verplicht oefenen, daarnaast moet elke brandweerman eerst een jaar lang een avond per week naar school voordat hij mee mag met een uitruk. Daarna kunnen ze verder leren voor duiker of voor hulp bij zware ongelukken. Ze krijgen dan een extra gouden streep op de bovenarm. En natuurlijk moet een brandweerman flink sporten om in condititie te blijven.

Dat alles is nog te overzien. Lastiger is dat een vrijwillige brandweerman vaak dienst heeft. Maar geen van de mannen (de post Zaandam telt 35 mannen en één vrouw) vindt het erg om paraat te staan. ,,Het is een deel van je leven'', zegt Wim Aangeenbrug jr. (28). Wanneer de pieper afgaat, rent, fietst of rijdt dan ook niet alleen de dienstdoende ploeg naar de kazerne, vaak komen ook collega's een kijkje nemen. Aangeenbrug: ,,Wie weet is er een plaatsje vrij op de wagen.''

Hoe vaak de mannen ook benadrukken dat het hun hoogste taak is mensen te helpen, ze willen wel toegeven dat ook het avontuurlijke aspect grote aantrekkingskracht heeft. ,,Het dagelijks leven is voorspelbaar, maar als je wordt opgeroepen weet je niet wat je kan verwachten'', zegt Piet Schaap (57). ,,Dat is spannend. Het is elke keer weer anders.'' Schaap werd vaak ingezet bij zware verkeersongelukken. ,,Ik heb een hoop ellende gezien. Maar ik kon er mee omgaan, ik nam het niet mee naar huis.'' Als er slachtoffers vallen, is dat verschrikkelijk, beaamt Richard van Langelaar (48) ,,Maar als het alleen een mooie brand is, geniet ik er best van. Het brandt nu eenmaal toch.''

Daarnaast verzacht de puike sfeer de vele verplichtingen. Vandaar ook dat Schaap nog steeds met zijn oud-collega's meetraint en vaak langskomt voor een pilsje. Op de uitruk mag hij sinds zijn vijfenvijfstigste verjaardag niet meer mee. Ook voor Erkan van der Avort (28) is de `club fijne mensen' de belangrijkste reden dat hij ondanks zijn twee jonge kinderen niet stopt. Overdag werkt zijn vrouw en zorgt hij voor de kinderen. Als hij wordt opgeroepen, brengt hij zijn zoontje bij de buurvrouw en sprint hij naar de kazerne.

Smalende blikken van vrienden of collega's die vinden dat ze zich onbetaald laten uitmelken, zal de mannen worst wezen. Voorwaarde is wel dat je partner of je gezin onvoorwaardelijk achter je staat, zegt Aangeenbrug. Want de pieper gaat altijd als je ligt te slapen, aan tafel zit of de huiskamer vol verjaardagsvisite hebt. Of in de kerk zit, grijnst zijn collega. ,,Het is wel eens gebeurd dat middenin een preek in alle hoeken van de kerk de pieper afging.'' Soms lukt het iemand niet om te komen. Toen Erkans zoontje het een keer bij de buurvrouw op een brullen zette, bleef hij thuis. ,,Daarom hebben we altijd iets meer mensen achter de hand dan minimaal nodig'', zegt Meijer.

Niet elke partner kan tegen de constante onzekerheid, zegt Femke Buissing, voorlichtster bij de brandweer. Ook haar man zit bij de brandweer en ze kan zich nog goed herinneren dat hij de eerste keer bij haar kwam eten. ,,Ik had vreselijk mijn best gedaan. Net toen ik de ovenschaal op tafel zette, ging de pieper. ,,Ik baalde enorm.'' Maar ze kende de wereld en dus werd de oven op een lagere stand gedraaid en was het zonder morren wachten op zijn terugkeer.