Inspecteurs VROM niet in het veld

Minister Pronk (VROM) erkent dat de Inspectie Milieuhygiëne de laatste jaren nauwelijks meer ter plaatse heeft gecontroleerd of milieuvergunningen door gemeenten en bedrijven werden nageleefd.

De minister schrijft dit in een brief, die hij vorige week stuurde aan Milieudefensie. De milieu-organisatie had Pronk naar aanleiding van de vuurwerkramp van 13 mei in Enschede per brief verweten dat het toezicht op de naleving van vergunningen door de Inspectie Milieuhygiëne ernstig te wensen overliet. Pronk zegt het toezicht op de naleving van vergunningen te willen verscherpen.

Pronk weigerde in zijn antwoord specifiek in te gaan op de vraag of het toezicht op de naleving van milieuvergunningen in het geval van het ontplofte bedrijf S.E. Fireworks in Enschede had gefaald. Daarnaar lopen op het ogenblik nog verscheidene onderzoeken. De eerst verantwoordelijke voor het toezicht hierop was overigens de gemeente Enschede.

De minister schrijft dat hij al kort na zijn aantreden als minister van VROM in 1998 tot de conclusie was gekomen dat de Inspectie Milieuhygiëne haar toezicht diende te verscherpen. Pronk: ,,Al kort na mijn aantreden heb ik die werkwijze bijgestuurd, maar ik moet helaas constateren dat er nog meer aanleiding tot intensief toezicht op de uitvoering door gemeenten is dan ik kon vermoeden.''

Inmiddels heeft Pronk de Inspectie opdracht gegeven in het bijzonder te letten op mogelijk gevaarlijke bedrijven en situaties. Een woordvoerster van Pronk wees er vanmorgen overigens op dat de Inspectie niet in alle opzichten vrijelijk haar gang kan gaan. Het toezicht op de naleving van milieuvergunningen voor bedrijven berust namelijk in de eerste plaats bij de provincies en de gemeenten en niet bij Pronk of de Inspectie Milieuhygiëne.

Pronk informeerde Milieudefensie voorts dat hij werkt aan een betere registratie van vuurwerkplaatsen en aan nieuwe regels voor het transport en de opslag van vuurwerk.