Er is volop discussie, maar waarover?

Hoe boeiend is het politieke en maatschappelijke debat in Nederland? Inleidende beschouwing bij een serie vraaggesprekken.

Als politici in Nederland iets willen, dan roepen ze om een `maatschappelijk debat'. D66-leider Thom de Graaf wil debatteren over de monarchie. Minister De Grave (Defensie) hield een `strategische toekomstdiscussie' over de krijgsmacht. Minister Pronk (VROM) bracht een zaterdag door op een Utrechts landgoed voor een `open dialoog' over zijn aanstaande Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening. Debatteren is in deze gevallen niet altijd een synoniem voor: redetwisten. Het is vaak eerder de Nederlandse variant hierop: draagvlak zoeken.

Het Debat lééft, naar het schijnt. Amsterdamse debat-tempels als de Balie, de Rode Hoed en Felix Meritis trekken volle zalen. Op internet, in nieuwsgroepen en via e-mail is de afgelopen jaren een dynamische wereld ontstaan van duizenden en duizenden communities die druk met elkaar in gesprek zijn.

Maar praat de politiek ook mee?

Publieke debatten in Nederland beginnen meestal met de verzuchting dat er zo weinig debat is. Hét debat van het afgelopen seizoen, over Paul Scheffers `Multiculturele Drama', staat model voor een algemeen gevoel van onvrede over het nationale discours. Scheffer maakte scherpe verwijten aan het adres van politici die willens en wetens een `nieuwe tweedeling' in de samenleving zouden hebben laten ontstaan: ,,De politieke bovenlaag (...) twijfelt aan zichzelf en verliest meer en meer zijn greep op de maatschappelijke werkelijkheid.''

Scheffer ontketende een debat waarin politici vanaf het allereerste moment in het defensief waren gedrongen. De PvdA incasseerde alle verwijten over gebrek aan visie en daadkracht met een verongelijkt gevoel. Was er in de PvdA niet al drie jaar lang stevig gedebatteerd over `inter-culturaliteit', onder leiding van een projectgroep met oud-minister Ed van Thijn en vice-partijvoorzitter Mariëtte Hamer? Had Scheffer soms het discussiestuk Wisselwerking-I niet gelezen, afgelopen voorjaar gevolgd door Wisselwerking-II?

Het is wrang. Een politieke partij kan kennelijk jarenlang druk zijn met werkgroepen, zaaldebatten en discussienota's zonder dat het iemand opvalt. Ergens gaat iets mis. Maar waar?

Clichés zijn eenvoudig af te stoffen. Nederlandse politici zijn van oorsprong ambtenaar of schoolmeester – muisgrijs kortom, met beperkte maatschappelijke kennis en ervaring. Als dit al een probleem zou zijn, dan is hiermee het hele vraagstuk van het vlakke debat in Nederland nog verre van verklaard. Want zie Nederlandse wetenschappers en kunstenaars. Het maatschappelijke en politieke engagement van de zijde van niet-gekozen en -benoemde denkers neemt zelden een hoge vlucht. Onder Franse intellectuelen woedde een jaar geleden een fel debat over het NAVO-optreden in Kosovo. Nederlandse literatoren en onderzoekers die hiertegen de barricaden beklommen, zijn op de vingers van een hand te tellen geweest.

Veertig Nederlandse schrijvers deden onlangs van zich spreken met een `open brief' waarin zij een parlementaire enquête naar de val van Srebrenica bepleitten. Compassie met de Balkan kwam vijf jaar na dato. ,,In Nederland is het nieuwsfeit niet dat veertig schrijvers om een enquête vragen, maar dat ze überhaupt iets hebben ondertekend'', riposteerde redacteur Mark Duursma in het Cultureel Supplement van deze krant. ,,Ze vragen geen aandacht voor Srebrenica, ze vragen aandacht voor hun eigen geweten. IJdelheid, vermomd als engagement.''

Een vorige maand verschenen themanummer van Civis Mundi, tijdschrift voor politieke filosofie en cultuur, snijdt het probleem in volle omvang aan: de `toekomst van de politiek in het postideologische tijdperk'. Directeuren van wetenschappelijke bureaus van alle gevestigde partijen bouwen ieder hun eigen redenering op. Maar er is een constante. Teleurstelling over de interactie tussen politiek en burgerij klinkt door in diverse beschouwingen.

,,Er is een kennelijk onvermogen of onwil om de waardevragen die zich op talloze fronten aandienen in het publieke discours een rol te laten spelen'', stelt CDA'er Ab Klink. PvdA'er Paul Kalma wil hiervoor de `schuld' niet louter leggen bij politieke partijen, fracties en coalities: ,,In de `civil society' is het al even rustig. Van een maatschappelijke beweging die – zoals in de jaren zeventig – de politiek tot leven brengt, is geen sprake. Vakbeweging, milieubeweging en actiegroepen: ze opereren in onze polderdemocratie vaak even technocratisch als de politiek zelf.''

Een geïsoleerd Nederlands probleem is het niet: het gebrek aan sprankelend gesprek in de spreekwoordelijke salons. De Frankfurter Allgemeine Zeitung besloot onlangs de opiniebijlage Feuilleton van nieuwe inhoud te voorzien. Het `intellectuelendebat' werd dood verklaard door de degelijkste krant van Duitsland. In Feuilleton wordt voortaan geschreven over computer- en biotechnologie, met alle wetenschappelijke, maatschappelijke en ethische vraagstukken die hiermee samenhangen.

Het debat is dood, leve het debat! Maar welk debat?

In komende vraaggesprekken onder meer: de rol van politieke partijen, burgers, wetenschap en media in het publieke debat.

    • Kees van der Malen
    • Gijsbert van Es