De Zaanse schans en de Sneker waterpoort in China

In het Noord-Chinese Shenyang verrijst een park dat drie eeuwen Nederlandse architectuur in zich verenigt. Architecten Bert Roos en Teun Notenboom doen de vormgeving.

Het Amsterdamse Centraal Station is op een paar stenen na klaar. Het Vredespaleis komt net uit de fundering. En het laat-gothische stadhuis van Gouda bestaat tot nu alleen op papier, net als de hoofdstedelijke grachtengordel en de Volendamse vissershaven. Deze gebouwen zijn niet eeuwenoud en verspreid over heel Nederland, maar splinternieuw en komen op een steenworp afstand van elkaar te liggen. Het omringende landschap doet Nederlands aan doorsneden met kunstmatige kanalen en zo plat als een dubbeltje maar de verderop gelegen keizerlijke pagodes en de kunstige ijssculpturen die 's winters de velden sieren doen vermoeden dat dit niet Noord-Holland of Groningen is. Dit is het Noord-Chinese Shenyang, de vierde stad van de Volksrepubliek, en hier wordt in drie jaar tijd drie eeuwen Nederlandse architectuur nagebouwd.

Initiatiefnemer voor het 450 hectare grote Holland Village, dat in 2002 klaar moet zijn, is Bin Yang. Toen de huidige president-directeur van de Euro-Asia Group twintig jaar geleden naar Nederland kwam, raakte hij zo onder de indruk van het Nederlandse architectonische erfgoed dat hij het in eigen land wilde imiteren. De Chinese zakenman vroeg architecten Bert Roos en Teun Notenboom om de vormgeving van het mega-project op zich te nemen. ,,Ons buitenlandse werk beperkte zich tot dan toe tot vakantiebungalows in Zuid-Frankrijk'', vertelt Roos. ,,En dan krijg je ineens het verzoek het Vredespaleis of de Waterpoort van Sneek te bouwen. Dat schudt je toch niet zomaar uit je mouw.''

Opdrachtgever Bin Yang koos een aantal prominente gebouwen uit de fotoboeken die Notenboom op zijn eerste reis naar Shenyang had meegenomen. De Nederlanders verdiepten zich vervolgens in oud-Hollandse architectuur en maakten uitgebreide fotoreportages van de gewenste gebouwen. Het kantoor in het Zuid-Hollandse Oud-Beyerland hangt vol met constructietekeningen, voorzien van Chinese karakters. Notenboom: ,,We hebben ook gekeken naar het Hollandse themapark bij Nagasaki in Japan, maar dat vinden we te gestileerd, te strak. Wij willen vooral in de maatverhoudingen en de details naar zo groot mogelijke authenticiteit streven. De ramen in grachtenpanden hebben een bepaalde maximumbreedte die afhankelijk is van hoe groot ze de ruiten konden maken in de zestiende en zeventiende eeuw. Ze zitten ook niet regelmatig verdeeld over de gevel maar verspringen telkens. Dat proberen wij terug te brengen in onze tekeningen.''

De grote gebouwen zullen zo precies mogelijk worden nagebouwd op een schaal van een op een. Maar wie gaat zoeken naar de originelen achter de Chinese weergave van de Amsterdamse grachtengordel en het Volendamse vissersdorp zal ze niet vinden. ,,Voor stukken gevellijn hebben we een compilatie gemaakt'', legt Roos uit. ,,We namen stukjes van panden uit Amsterdam, Delfshaven, Utrecht en de Zaanse Schans en maakten daar een nieuwe gevel van.

,,De vorm van de gebouwen is afhankelijk van de functie die ze in het park vervullen'', verduidelijkt Notenboom. ,,Zo heb ik voor het entreegebouw enkele Leidse Korenbruggen aan elkaar gekoppeld. Daar komen de kaartloketten, een politiepost en een bankgebouw. De toegangspoort bestaat uit twee Sneeker Poorten met een ophaalbrug ertussen. Dat is natuurlijk niet historisch correct en die brug kan ook niet open, maar het gaat om de sfeer die het geheel ademt.''

Behalve aanpassingen in de vormgeving van de ontwerpen moesten Roos en Notenboom ook rekening houden met lokale bouwtechnieken. Het park wordt namelijk in drie jaar tijd uit de grond gestampt door zo'n tienduizend lokale arbeidskrachten. Omdat er tijdens de extreem koude winter niet gebouwd kan worden, werken zij acht maanden per jaar door, overdag, maar ook 's nachts in het schijnsel van bouwlampen.

,,Het liefst bouwen ze alles van beton'', vertelt Roos. ,,Bouwen met hout kennen ze niet. Er is ook weinig hout aanwezig en de bomen die er zijn, zijn al gekapt om steigers van te maken.'' Het Amsterdam van Roos en Notenboom is dan ook niet gebouwd op palen maar op een fundering van gewapend beton. Ook daken en gevels zijn van beton. Notenboom: ,,En het is niet zo dat ze een kant-en-klaar dak het gebouw ophijsen. Ze timmeren de bekisting op de bovenste verdieping, brengen daar het betonstaal aan en gieten er dan cement in. Het is alsof het dak erop geboetseerd wordt.''

Voor het marmer van de ornamentele beelden van het Centraal Station werd in eerste instantie gekozen voor gips, maar later opteerden de aannemers voor vorstbestendig kunststof. Notenboom: ,,Dat klinkt heel vreselijk maar als je ervoor staat weet je niet wat je ziet. De beelden zijn exacte kopieën van de originelen. Alleen als je erop klopt merk je dat het geen marmer is.''

Maar wie het interieur van het Chinese station binnenstapt zal niet de grote hal met meetingpoint en treinloketten zien. Achter de beroemde gevel gaat een kas van 3,5 hectare schuil waarin Nederlandse bloemen zullen worden gekweekt. Het verderop gelegen Vredespaleis herbergt een casino en een luxe hotel. En het stadhuis van Gouda is uitgehold en getransformeerd tot een kerk waar Chinese bruidsparen kunnen trouwen. Roos ziet er de grap wel van in: ,,Trouwen ze tegelijkertijd in het stadhuis en in de kerk, lekker efficiënt.''