De Vries en Blauwbaard bij Jeugd Orkest

Het Nationaal Jeugd Orkest, opgericht in 1957, organiseert vanaf volgend jaar een internationale orkest- en ensemble-academie. Onder artistieke verantwoordelijkheid van Reinbert de Leeuw maken getalenteerde beroepsmusici in opleiding, uit Nederland en het buitenland, kennis met een veelheid aan muziekstijlen in verschillende bezettingen. Elk jaar is er ook een `composer in residence' (volgend jaar de Hongaar György Kurtág), die een brug slaat tussen de eigentijdse muziek en die van de romantische en klassieke traditie.

Dit jaar wordt door het Nederlands Jeugd Orkest al vooruitgelopen op zo'n programmering. Klaas de Vries schreef met Antagonistische ode een opdrachtwerk voor een van de drie concertprogramma's die tijdens een gisteren in het Amsterdamse Concertgebouw begonnen tournee worden uitgevoerd. Het werk van De Vries klinkt hier tussen Zarlivost (`Jaloezie', de ouverture van Janáceks opera Jenufa) en de opera Blauwbaards Burcht van Bartók. Ook andere Europese jeugdorkesten brengen een soortgelijke programmering, die tijdens een festival van jeugdorkesten in Berlijn leidt tot een presentatie van belangrijke orkestwerken uit de 20ste eeuw en van eigentijdse composities.

In de Antagonistische ode kijkt Klaas de Vries naar eigen zeggen terug op de 20ste-eeuwse muziek en zingt hij een loflied op de rijkdom aan stijlen en stromingen. Het dubbelhartige, dat uit de titel blijkt, kan worden gemotiveerd door te constateren dat De Vries is geïnspireerd door de enorme stilistische diversiteit van de 20ste-eeuwse muziek, waarover hij nu enthousiast is, maar die ook heeft geleid tot een bittere strijd tussen allerlei stromingen. Al heerst er enige tijd een muzikale vrede, een groot deel van het klassieke muziekpubliek in de vorige eeuw is afgehaakt bij het volgen van de eigentijdse muziek. Daarom is het goed om op zijn minst met het nieuwe initiatief van de jeugdorkesten te proberen bij de beroepsmusici van de toekomst èn bij het publiek van nu die historische breuk in de ontwikkeling van de serieuze muziek te herstellen.

De Vries noemt als voorbeelden voor de stilistische verscheidenheid van de 20ste eeuw de namen van de componisten Strawinsky, Berg, Sjostakowitsj, Messiaen, Feldman, Varèse, Zimmermann, Reich, Nono en Ligeti. Maar het palet is natuurlijk nog veel voller: Strauss en Mahler behoren er ook toe. Evenals Schönberg, door velen verantwoordelijk gehouden voor `de grootste ramp in de muziekhistorie', Boulez en Stockhausen, onder anderen.

En natuurlijk Bartók, aan wie De Vries in zijn Antagonistische ode direct refereert. Hij gebruikt goeddeels de omvangrijke orkestbezetting voor Blauwbaards Burcht, zij het zonder orgel, aangevuld met wat slagwerk en piano. Al zegt De Vries zelf meer geïnspireerd te zijn door Bartóks balletmuziek De wonderbaarlijke mandarijn, de structuur van de 23 minuten durende Antagonistische ode lijkt een weerspiegeling van die van Blauwbaards Burcht. Er zijn – grafisch verbeeld – een aantal lange, laagliggende blokken. Ze worden ingeleid in een tover-tinkelsfeer en hebben veelal een etherisch karakter, als gevolg van de hoge ligging van de noten. Ze worden van elkaar afgescheiden door heftige verticale accenten, massale uitbarstingen van het orkest. Die zijn te vergelijken met het openen van de zeven deuren in Blauwbaards Brucht.

De Vries zegt zelf in zijn Antagonistische ode alle houdingen, stijlen en stromingen van de 20ste eeuw aan de orde te laten komen. Daarmee zou het ook een uiting zijn van de hedendaagse sample- en zapcultuur, al is dat niet veel anders dan de 20ste-eeuwse collagetechniek en het 19de eeuwse-eclecticisme. Ik beluister de Antagonistische ode in ieder geval niet als een kleurrijk en compleet overzicht van de 20ste eeuw, dat zou ook wat al te gemakkelijk zijn. De Vries is geen arrangeur, ook niet van stijlcitaten. Het werk, ook op te vatten als een trompetconcert, vanwege de prominente rol van het instrument, is veeleer een eenheid in het idioom van grofweg de jaren '60 tot '80, de tijd dat De Vries zelf begon te componeren.

De innerlijke spanning van het werk met de al snel voorspelbare structuur is net voldoende om de aandacht vast te houden, en toen ik dacht: `waarom behandelt De Vries het verschijnsel ritme niet?', was daar een ritmische passage. Maar de Antagonistische ode was na de pauze al snel uit mijn gedachten bij het beluisteren van Blauwbaards Burcht. De huiveringwekkende mystieke dramatiek ontbrak aan het begin en net als in Janácek en De Vries was het niveau van de instrumentale uitvoering niet veel meer dan heel redelijk. In brille en raffinement bleef wel wat te wensen bij het openen van de deuren naar Blauwbaards rijk, zijn schatkamer en het meer van tranen. Maar uiteindelijk kreeg het werk een zeer respectabele uitvoering. Henk Smit als een gekwelde Blauwbaard was een klassieke bezetting – hij zong de titelrol al in 1988 in het Muziektheater in de enscenering van Herbert Wernicke, die Blauwbaards Burcht twee keer op één avond bracht. Maar de opera werd gedragen door Ulrike Helzel als Judith: zeer krachtig, buitengewoon expressief en fascinerend extatisch.

Concert: Nationaal Jeugd Orkest o.l.v. Friedemann Layer m.m.v. Ulrike Helzel (sopraan) en Henk Smit (bas-bariton). Programma: L. Janácek: Zarlivost; K. de Vries: Antagonistische ode; B. Bartók: Blauwbaards Burcht. Gehoord: 7/8 Concertgebouw Amsterdam. Volgende concert van NJO in

Nederland: 27/8 Arnhem (met de Zesde symfonie van Beethoven en de Symphonie fantastique van Berlioz).

    • Kasper Jansen