De DDR behield nazistisch idee over `Heimat'

Terwijl de aanvallen op buitenlanders en joodse instellingen in Duitsland dagelijks doorgaan, breken psychologen, politici en criminologen zich het hoofd over de oorzaken van het hardere extreem-rechtse geweld.

Racisme mag dan overal bestaan, het is zeker ook een van de kwalijke erfenissen uit de DDR. Daarover zijn Oost-Duitse deskundigen het opvallend eens. Met sommige nazistische opvattingen is tijdens het communisme niet werkelijk afgerekend. Sterker, er is sprake van een onmiskenbare continuïteit in opvattingen van communisten en nazi's.

De DDR is met zijn autoritaire, patriarchale opvattingen over de staat een van de oorzaken van het rechtsradicale geweld in Oost-Duitsland, stelt André Brie ronduit, Europarlementariër voor de PDS (Partij van Democratisch Socialisten) – de opvolger van de voormalige communistische partij. In een opmerkelijk interview met de Berliner Zeitung zegt Brie het blinde geloof in autoriteit, het hiërarchisch denken en de hang naar harmonie bij de Oost-Duitsers als ,,voedingsbodem'' voor neonazisme te zien.

Hoewel er na de Tweede Wereldoorlog een politieke breuk plaatsvond toen de DDR ontstond, werd de nazistische mentaliteit niet gebroken. De communistische beweging heeft volgens Brie met de stalinisering, de democratie en emancipatie vaarwel gezegd. Al voor 1933 gingen de communisten uit van concepten die vergelijkbaar waren met die van de nazi's en van dezelfde symbolen gebruik maakten. ,,Hier is sprake van een fatale continuïteit'', aldus Brie.

Hij constateert dat de extreem-rechts georiënteerde erfgenamen zich ook in de PDS bevinden. De PDS integreert kiezers met rechtse oriëntaties en heeft daarbij volgens Brie ,,een bijzondere verantwoordelijkheid''. Stoot de PDS deze mensen met scherpe verklaringen voor het hoofd, dan worden ze ,,regelrecht in de armen van de nazi's gedreven''. Als de PDS niet bestond (die in het Oosten op 25 tot 30 procent van de stemmen kan rekenen) was er in Oost-Duitsland volgens Brie allang een machtige rechtse partij ontstaan.

Ook historicus Patrice Poutrus meent dat het huidige racisme wortelt in het DDR-verleden. Poutrus onderzoekt bij het Centrum voor Hedendaagse Geschiedenis in Potsdam de oorzaken van de vijandigheid tegenover buitenlanders in Oost-Duitsland. Voor een buitenlander is het risico in het Oosten te worden aangevallen 26 keer hoger dan in het Westen, heeft hij becijferd. Uit onderzoek van Justitie blijkt dat de helft van het stijgende geweld tegen buitenlanders vorig jaar in Oost-Duitsland plaatsvond, hoewel daar slechts een vijfde van de Duitse bevolking woont.

Bepaalde nazistische opvattingen over Heimat en buitenlanders werden volgens Poutrus niet werkelijk ontkracht. In plaats van een openlijk debat over de nazi-periode heeft de DDR het verleden vervormd tot een ,,minderheidspositie van enkele verzetsstrijders''. Intussen woekerde een latent nationalisme voort, meent Poutrus. Bovendien presenteerde de nieuwe staat zich als gesloten maatschappij waarin de meeste buitenlanders als `klassenvijand'' golden.

Nu leven volgens de historicus in de voormalige DDR uitsluitend de ,,achtergeblevenen'', het bodenständige deel van de maatschappij, die niet naar het Westen trokken, die buitenlanders als vreemden en door de staat `beschermde concurrenten' beschouwen.

De ingrijpende omwenteling na de val van de Berlijnse Muur in 1989 heeft bij de achterblijvers een klimaat geschapen van sociale angst, onzekerheid en morele ontworteling. Daarom zijn gedesoriënteerde jongeren vatbaar voor de simpele recepten over orde, discipline en leiderschap die rechtsradicale groepen aanbieden, meent de psychotherapeut Hans-Joachim Maaz uit Halle.

Maaz baarde direct na de Wende opzien met zijn boek Der Gefühlsstau. Hij waarschuwde dat emotionele problemen bij DDR-kinderen en jongeren zich zou vertalen in agressie tegen buitenlanders en zwakkeren. Maaz weet de gevoelsblokkade aan vroege scheiding van de ouders, autoritaire opvoeding in de crèches, de repressieve scholen en de aanpassingsdruk van de groep. De psychotherapeut vreest dat ,,het nog erger zal worden'', aangezien de psychologische oorzaken niet zijn verdwenen. Tegelijkertijd groeien in het Oosten de frustraties over sociale miskenning en de consumptiemaatschappij. Criminologen wijzen op de winner-loser-cultuur, waarbij steeds meer jongeren het onderspit delven in de Rambo-achtige fantasiewereld.

Zij verzetten zich volgens Maaz tegen deze teleurstelling door opstandigheid. Ook hebben veel Oost-Duitsers volgens hem een afkeer van West-Duitsers maar dat mogen ze niet uiten. Het is eenvoudiger frustratie te botvieren op de zwakke buitenlander dan op de sociaal erkende West-Duitser.

,,Als de welvaart afneemt, groeit het gevaar voor radicalisering'', maant Maaz, in heel Duitsland. Cruciaal is volgens hem dat het sociaal werk snel wordt uitgebreid, de oorzaken van de autoritaire opvoeding worden bestreden en tolerantie groeit. (,,We hebben dringend een anti-autoritaire beweging nodig''.) Stageplaatsen en banen zijn nodig om jongeren een perspectief te geven. Een op de drie Oost-Duitsers heeft immers geen werk. Dat vindt ook Bondsdagvoorzitter Wolfgang Thierse: ,,Het belangrijkste is een daling van de werkloosheid in het Oosten. De politiek moet een stemming van vertrouwen creëren''.

De regering en de Centrale Raad voor de Joden kondigden gisteren een brede alliantie aan van `burgers tegen haat en geweld'. Michel Friedman van de raad waarschuwde ervoor dat mensenhaat in Duitsland weer salonfähig gaat worden. Zo werd gisteren een aanslag verijdeld op het huis van een joods gezin in Bamberg. Schröders woordvoerder Uwe-Karsten Heye waarschuwde niet te vergeten, dat het slechts om een kleine extremistische minderheid gaat. ,,Duitsland staat niet in brand – ook al zou een handjevol activisten deze indruk kunnen wekken.''

    • Michèle de Waard